School helpt asielzoeker saaie zomer door

HAARLEM, 27 JULI. In een broeierige klas zitten leerlingen midden in de zomervakantie verwoed te schrijven. Nu en dan heffen ze het hoofd op en bijten ze op hun pen. Op de zomerschool zitten 140 leerlingen van 22 verschillende nationaliteiten.

“Maar ik kan niet zeggen dat dat bijzondere wrijvingen veroorzaakt”, zegt L. Schaap, directeur van de Lieven de Keyschool in Haarlem. Op dat moment raken twee jongens buiten op het schoolplein slaags. Het blijkt een onschuldig gevecht. Iets wat je op elke school tegenkomt.

De Summer School is een project van de Haarlemse Lieven de Keyschool dat in 1993 begon. In tegenstelling tot andere scholen heeft deze scholengemeenschap géén vakantie. Elke dag van half tien tot half twee volgen kinderen en jonge volwassenen uit het opvangcentrum voor vluchtelingen in de voormalige Ripperdakazerne en uit het asielzoekerscentrum in Bloemendaal hier lessen en dat zes weken lang.

Het lesprogramma is er in de eerste plaats op gericht de leerlingen de nodige basiskennis van de Nederlandse taal bij te brengen. Een ander belangrijk vak is maatschappijleer. Dat staat niet los van andere vakken zoals op een reguliere school, maar is geïntegreerd in het vak Nederlands. In de lessen wordt ingegaan op de Nederlandse gewoonten en gebruiken, maar ook op vragen van de leerlingen zelf. Hoe werkt het openbaar vervoer in Nederland? Wat voor studiemogelijkheden zijn er?

Ook zijn de leerlingen geïnteresseerd in de sociale aspecten van de Nederlandse maatschappij. Schaap: “Wij leren ze onze omgangsvormen, vrije tijdsbesteding, religie en enkele scheldwoorden. Op die manier komen ze aan de weet hoe het maatschappelijk leven hier is georganiseerd en tot wie je je voor alledaagse zaken kunt wenden.”

Het project is een idee van Schaap en zijn collega's van de Lieven de Keyschool. Samen hebben ze opgebouwd wat zich inmiddels heeft ontwikkeld tot een jaarlijks terugkerende activiteit, waar honderden kinderen van asielzoekers dankbaar gebruik van hebben gemaakt. Met een substantiële bijdrage van 125.000 gulden van de gemeente Haarlem worden de kosten gedekt. Het ministerie van Onderwijs wilde niet meebetalen. “Het gaat hier om aanvullende onderwijsactiviteiten in de vakantieperioden buiten het reguliere onderwijsaanbod, ten behoeve van de opvang van deze leerlingen”, zo schreef staatssecretaris Netelenbos. “Binnen het reguliere onderwijs is mijn beleid er niet op gericht om in de zomervakantie aanvullend onderwijs te doen verzorgen.”

“Het informele antwoord is eigenlijk dat ze bang zijn dat andere scholen zullen volgen als zij zien dat wij hier subsidie voor krijgen. Dat zou het ministerie te veel geld kosten”, meent Schaap.

Aanvankelijk was de Summer School alleen gericht op twaalf- tot negentienjarigen. Voor het eerst nemen deze zomer ook basisscholieren vanaf tien jaar deel aan de groepen. Zeven weken vrij was te lang voor de kinderen, aldus Schaap, zolang kunnen ze school niet missen. “Die weken zijn zo belangrijk, omdat asielzoekers in de regel niet langer dan circa drie maanden in de Ripperda-kazerne verblijven”, zegt hij. “Daarna verhuizen ze naar elders. Het is dus zaak, dat in die periode geen 'onderwijsgat' ontstaat als gevolg van de zomervakantie.”

De meeste vaste leerkrachten van de Lieven de Keyschool zijn met vakantie. Hun plaats wordt ingenomen door afgestudeerde Pabo-studenten. Een van de docenten is A. Boerakker. “Ik heb natuurlijk tijdens mijn opleiding praktijk opgedaan in gewone Nederlandse klassen. Daar geef je klassikaal les. Er zijn geen grote verschillen in niveau in zo'n klas.” Op de Summer School is het heel anders. Het opleidingsniveau van de leerlingen variëert sterk; hier komen analfabeten, maar ook jongeren die in het land van herkomst een universitaire studie hebben gevolgd. “Daardoor heeft iedere leerling individueel aandacht nodig. Klassikaal les geven werkt niet. Toch doe ik dit werk graag, want de leerlingen zijn bijna zonder uitzondering erg gemotiveerd.”

Zoals de negentienjarige Ismaël. Hij verblijft in het asielzoekerscentrum in Bloemendaal, nadat hij anderhalf jaar geleden met zijn familie Afghanistan ontvluchtte. Op Summer School zit hij in de internationale schakelklas. “Mijn zes familieleden en ik hebben in het centrum drie krappe kamers ter beschikking. De sfeer daar is toch altijd enigszins gespannen. Ieder heeft zijn eigen verhaal, zijn belevenissen, die hem of haar 's nachts vaak uit de slaap houden. Wat me hier bevalt is, dat je samen met anderen bezig bent de Nederlandse taal en gebruiken te leren.”

Coördinator C. te Boekhorst vult aan: “De leerlingen weten dat ze pas een goede plek in deze maatschappij kunnen innemen als ze in staat zijn de taal te spreken en te lezen.” Het opvangcentrum in Haarlem, de voormalige Ripperdakazerne: een kaal plein omzoomd door hoge, donkere gebouwen. Om het terrein op te komen moet je eerst langs de beveiliging. Voor de slagbomen omhoog gaan, controleert de bewaking de legitimatie. De asielzoekers wonen in kleine, krap bemeten kamers. Veel te doen is er niet. Coördinator G. Kloppers: “Summer School verdrijft tevens de verveling van de asielzoekers, die in het opvang- of asielzoekerscentrum geen ander vertier vinden dan op straat.”

Dat geldt bijvoorbeeld voor Damon, een zeventienjarige Nigeriaan, die in zijn vaderland aan de universiteit sociologie studeerde. Hij leeft alleen in het asielzoekerscentrum. Zijn vader, een politicus, zit in de gevangenis in Nigeria. Sylvester weet niet hoe het met de rest van zijn familie gaat. “Ik kom hier graag omdat ik hier goed bezig ben met de taal en andere dingen. In het centrum zitten mijn gedachten gevangen tussen vier muren. Ze kunnen geen kant op. Hier krijgen ze de vrije loop zodat ik mijn innerlijke pijn even niet voel, maar 's avonds komt alles weer terug.”

Op verzoek van betrokkenen zijn enkele namen gefingeerd.

    • Naima El Bezaz