Portret van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie; De koninklijke weg

De Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie telt 84.000 leden en dat aantal neemt gestaag toe. Steeds vaker vragen ook jonge mensen een euthanasie-verklaring aan. NVVE-directeur Marion Rookhuizen is optimistisch over de toekomst van het euthanasiebeleid: “Vroeg of laat wordt het geregeld, net als dat bij abortus is gebeurd.”

Voor haar begrafenis had Anna Gruyters liedjes van Marco Borsato en Whitney Houston uitgezocht. De tekst voor haar overlijdensbericht, de kist en het grafboeket, alles had ze volgens eigen wens geregeld. Haar kinderen en ouders wisten dat zij op 12 april 1995 op 33-jarige leeftijd als resultaat van euthanasie zou overlijden.

Maar Anna Gruyters leeft nog. Op het allerlaatste moment krabbelde de huisarts terug, nadat hij aanvankelijk had toegezegd haar de levensbeëindigende middelen te zullen toedienen. Zeker, Anna leek aan de wettelijke richtlijnen voor euthanasie te voldoen. Maar een collega die de huisarts voor een second opinion had ingeschakeld, stelde zich op het standpunt dat het, gezien de leeftijd van de vrouw en de aanwezigheid van kinderen, voor euthanasie 'nog wat te vroeg' was.

Inmiddels is het drie jaar geleden dat ze een hoge dwarslaesie opliep. Vanaf haar nek is ze geheel verlamd; Anna is gereduceerd tot een sprekend hoofd. Ze woont nu in een verpleeghuis, in het weekend ligt ze bij haar ouders. Ze heeft ondragelijke pijnen in haar armen en schouders, haar lichaam wordt geteisterd door doorligwonden. “Ik twijfel nooit aan mijn beslissing”, zegt Anna. “Dit is geen leven. Ik kan me verbaal verweren, maar toch ben ik machteloos, het is liggen en wachten.”

Anna maakt een nuchtere, maar cynische indruk. Ze heeft van alles bedacht om een einde aan haar leven te maken. “Haar rolstoel de plomp inrijden, handen vol pillen slikken”, zegt haar vader. “Alleen, zelf kan ze niets. Iemand moet het voor haar doen. Ik ben bereid haar te helpen, maar dat is strafbaar. Dus wat moet ik? Ze gaat steeds verder achteruit, waarom mag ze niet op een humane manier sterven?”

Sinds twee maanden weigert Anna voedsel tot zich te nemen, althans wanneer ze in het verpleeghuis is. Ze drinkt minimaal. Tot dusver helpt het niet. “Mijn huid verdroogt, mijn ogen ook”, zegt ze. “Maar ik lijk wel onkruid, dat vergaat ook niet. Het is vreselijk zo, hoe lang moet ik nog blijven smeken?”

Anna Gruyters wordt bijgestaan door de zeventigjarige Cathy van Rhijn, een vrijwilligster van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE). Ze heeft contact gezocht met Anna's arts en een brief geschreven naar de directie van het verpleeghuis. Hoopvol is ze niet. “In de tien jaar dat ik dit werk doe, heb ik maar een paar keer meegemaakt dat mijn inspanningen tot euthanasie hebben geleid.” Volgens Van Rhijn 'traineert' de verpleeghuisarts. “Hij zegt steeds dat hij Anna eerst beter wil leren kennen, terwijl hij haar al een jaar als patiënt heeft. Hij hoopt natuurlijk dat ze intussen spontaan doodgaat door zich te versterven.”

Van Rhijn is een van de vijftig vrijwilligers die werkzaam zijn bij de ledenhulpdienst van de NVVE. “We pretenderen geen langdurige hulpverlening te geven”, zegt coördinator Marion Ebbinge. “Het is voornamelijk informatie geven en bemiddelen.” Vaak heeft de NVVE een slechte boodschap, bijvoorbeeld dat voor de situatie waarin de cliënt verkeert de zorgvuldigheidscriteria niet van toepassing zijn: er moet sprake zijn van zowel een vrijwillig en weloverwogen verzoek als van duurzaam en uitzichtloos lijden dat door de patiënt als ondraaglijk wordt ervaren.

In januari van dit jaar presenteerde de NVVE een Voorontwerp Euthanasiewet. Daarin suggereert de vereniging het voltrekken van euthanasie of het verlenen van hulp bij zelfdoding door een arts niet langer strafbaar te stellen, behalve als aan bepaalde criteria niet is voldaan. Daarmee draait de NVVE de huidige wetgeving om: nu is een euthanaserende arts strafbaar, tenzij hij aan alle zorgvuldigheidseisen heeft voldaan. De vereniging concentreert zich uitsluitend op wilsbekwamen. “Ik vind dat wij ons moeten beperken tot de zelfbeschikking, tot het idee dat de mens over zijn eigen lot moet kunnen beslissen”, zegt NVVE-directeur Marion Rookhuizen (46). “Daar ligt voor mij de grens.”

De huidige praktijk is dat veel artsen nog altijd bang zijn voor vervolging, stelt hulpdienst-coördinator Ebbinge. “Ze durven niet, ze willen niet of ze doen het wel, maar ze melden het niet.” Dat laatste is bij naar schatting de helft van alle euthanasie-verrichtingen het geval. Bij voorkeur geven artsen een drankje met medicijnen aan de patiënt, dat deze zelf moet opdrinken. “Dan is het dus geen euthanasie maar hulp bij zelfdoding. Dat is minder belastend voor de huisarts dan zelf iemand een spuitje te geven. Maar ja, er zijn veel patiënten die niet meer in staat zijn hun leven op die manier te beëindigen.”

Ebbinge noemt twee gevallen waarmee ze de afgelopen week te maken kreeg. Een hersendode vrouw wordt met sondevoeding en beademingsapparatuur in leven gehouden. Een verzoek om dit medisch zinloze handelen te staken wimpelde de chirurg af met het argument: ik zit vlak voor mijn pensioen, daar begin ik niet meer aan. Het meest geraakt is ze door de dood van een man met de ziekte van Huntington. “Zijn ziekte was niet in het terminale stadium. Dat is de problematiek van de chronisch zieken, maar hoe lang kan je nog beweren dat hier geen sprake is van ondraaglijk lijden? Ik hoor net dat deze man - lid van onze vereniging - van het balkon is gesprongen. Als we hem meer hadden kunnen bieden, was dit niet gebeurd, daar ben ik van overtuigd.”

Veroordeling

De NVVE - op 24 februari 1973 mede door Klazien Sybrandy-Alberda opgericht - ontstond naar aanleiding van de veroordeling in datzelfde jaar van de Friese arts G. Postma-Van Boven die haar door een hersenbloeding getroffen moeder op haar uitdrukkelijk verzoek een dodelijke injectie gaf. Aanvankelijk meende justitie dat de vereniging zich schuldig maakte aan de uitlokking van een strafbaar feit. Die houding van de overheid is totaal veranderd. Zo zei minister Borst (volksgezondheid) vorig jaar bij de opening van het nieuwe NVVE-kantoor: “Thans is euthanasie in het maatschappelijk denken breed geaccepteerd. In gevallen van ongeneeslijke ziekte en ondraaglijk lijden hoeft men niet meer tot het uiterste te gaan. Ik acht het een verworvenheid, waaraan uw vereniging een belangrijke bijdrage heeft geleverd.”

In de beginjaren kreeg de NVVE veel te maken met terminale patiënten. Inmiddels is euthanasie in die gevallen vaak realiseerbaar, met name bij uitbehandelde kankerpatiënten. De acute hulpvragen om euthanasie komen nu vooral van hoogbejaarden die moe zijn van het leven en van patiënten met chronische ziektes zoals MS, ALS, Parkinson, rheuma en Aids. Coördinator Ebbinge: “Niemand hoeft pijn te lijden, zeggen de artsen. Maar pijnbestrijding is niet altijd een alternatief. Het kan gaan om een decorumverlies, een totale aftakeling en dat genereert geestelijk lijden. Ik zie niet in waarom iemand de beker altijd tot het einde zou moeten leegdrinken.”

Informatie verstrekken over zelfdoding gaat de NVVE niet uit de weg. Ebbinge: “De ervaring leert dat wanneer ernstig zieke patiënten eenmaal goed op de hoogte zijn, ze een zekere rust vinden en vaak overlijden zonder dat euthanasie uiteindelijk nodig was. Bij niet-terminale patiënten kan de acute doodswens verdwijnen, nadat wij op hun vragen zijn ingegaan. Het effect van onze informatie over zelfdoding is dus juist vaak levensverlengend.” Nederland is volgens Ebbinge 'een eiland' op dit gebied. “Zo vrijelijk over euthanasie of levensbeëindiging praten, gebeurt alleen hier. Een ledenhulpdienst bestaat nergens anders ter wereld.”

De Australische parlementariër op oriëntatiereis wist het zeker: het stalen hek bij de ingang van het kantoor van de NVVE is daar geplaatst in verband met de dreiging van bomaanslagen. Tot zijn verbazing bleek het een gehandicaptenrail voor rolstoelers te zijn. Toch is het gebouw aan de Amsterdamse Leidsegracht goed beveiligd. Dat heeft meer te maken met de in hetzelfde pand gevestigde 'Dienst Parkeerbeheer' dan met het weren van woedende tegenstanders van euthanasie. “Er is hier nog nooit een demonstratie voor de deur geweest”, zegt directeur Rookhuizen. “De oppositie is in Nederland erg beschaafd: keurige stukken in de krant. Het ergste wat ik heb meegemaakt is een pamflet dat tijdens een Tweede Kamerdebat is uitgedeeld en waarin een vergelijking werd gemaakt met nazipraktijken, maar dat is door de hele Kamer afgekeurd.”

Talrijke buitenlandse politici en deskundigen bezoeken jaarlijks de NVVE om zich te laten voorlichten over het Nederlandse euthanasiebeleid. Ook ontvangt de vereniging met regelmaat individuele hulpvragen van buitenlanders: verzoeken om levering van dodelijke medicijnen of bemiddeling bij euthanasie. Standaard worden deze hulpvragers doorverwezen naar de euthanasievereniging in hun eigen land.

De NVVE telt 84.000 leden - voor meer dan tweederde vrouwen - en is met haar Zwitserse zusterorganisatie de grootste euthanasievereniging ter wereld. Twintig betaalde personeelsleden en honderdvijftig vrijwilligers bemannen naast de hulpdienst een juridische afdeling, een telefoondienst, een sprekerskader, een presentatiedienst, een kwartaalblad en diverse commissies, onder meer van artsen en verpleegkundigen.

In het verleden werd de NVVE ervan beschuldigd 'rondreizende euthanasieartsen' in dienst te hebben. “Zo was het natuurlijk niet”, zegt directeur Rookhuizen. “Wel waren er vertrouwensartsen, die collega's adviseerden en soms buiten de vereniging om patiënten overnamen van andere artsen die niet tot het verrichten van euthanasie bereid waren. Maar omdat het begrip vertrouwensarts naar buiten toe een volstrekt verkeerd beeld gaf, zijn we ermee gestopt.”

De gemiddelde leeftijd van de leden is aan het dalen, van 65-plus naar 55-plus: de groei van het aantal leden is exponentieel. De meesten zijn lid omdat ze op die manier in het bezit kunnen komen van een door de NVVE opgestelde euthanasieverklaring, eventueel met een toegevoegde coma- en dementieverklaring. Ook zijn 'niet-reanimeren' penningen verkrijgbaar: 55 gulden voor een zilveren en 99 gulden voor een verguld exemplaar.

Ledengolf

Die toegevoegde coma- en dementieverklaringen werken vaak niet, geeft directeur Rookhuizen toe. “Maar je moet dat zien als een manier waarop iemand nauwkeurig aangeeft waar voor hem of haar de grens ligt. Zo maakt de aanwezigheid van een comaverklaring het de arts makkelijker een einde te maken aan medisch zinloos handelen bij een onomkeerbaar coma.

Zelfs als een patiënt voldoet aan de zorgvuldigheidscriteria lukt het vaak niet om een arts bereid te vinden tot het verrichten van euthanasie. “Volgens de minister zou iedereen die aan de criteria voldoet, geholpen moeten kunnen worden”, zegt Rookhuizen. “Maar wij krijgen te maken met realiteit, met de patiënten waarbij het allemaal niet lukt, grof gezegd: krepeergevallen.”

Steeds wanneer euthanasie in het middelpunt van de belangstelling staat - de 'pil van Drion', de zaak-Chabot - meldt zich een golf nieuwe leden aan. Recentelijk is dat het geval bij de aandacht voor de Nederlandse vertaling van een Schotse brochure die de NVVE in september zal uitbrengen. Hierin staan methodes en middelen beschreven waarmee het leven kan worden beëindigd. “Die brochure appelleert aan een bepaald sensatiegevoel”, stelt directeur Rookhuizen, “want op zelfdoding rust nog altijd een groter taboe dan op euthanasie.”

De NVVE heeft er bewust voor gekozen niet zelf een brochure te schrijven. “Juist omdat we het low key wilden doen”, zegt Rookhuizen. “Het is voor ons echt een noodgreep, omdat we veel liever zouden zien dat suïcide op een andere manier zou kunnen worden geregeld. Dat is het lastige van deze organisatie: de doelstelling is het bereiken van een wetswijziging, maar tegelijkertijd willen we dienstverlening bieden aan onze leden. Dat kan wel eens haaks op elkaar staan. Hoe meer we zouden propageren dat suïcide via deze zelfhulpweg mogelijk is, hoe minder geloofwaardig we overkomen in ons streven naar een wetswijziging.”

De informatie uit de Schotse brochure bevat bovendien geen geheimen. Veel zelfdodingsmethoden staan al beschreven in het boek Final Exit van Derek Humphry, waarvan de Nederlandse vertaling is uitgekomen onder de titel Waardig Sterven, dat makkelijk te verkrijgen is. “Is het een cadeautje, mijnheer?”, vraagt de verkoopster van de Amsterdamse boekhandel zelfs.

Bij de NVVE-telefoondienst bellen dagelijks mensen op met het verzoek om toezending van de brochure. Dat kan pas als ze tenminste drie maanden lid van de vereniging zijn. Coördinator Hans Maliepaard: “Soms belt er iemand en zegt: ik heb er geen zin meer in. Stuur die pil van Drion maar, het mag best wat kosten.” Dergelijke bellers krijgen een brief thuis met informatie over het lidmaatschap van de NVVE, waarin nog eens duidelijk staat dat de vereniging niet beschikt over pillen of artsen die klaar staan met de spuit.

Toch komt het voor - met name bij bejaarden - dat mensen verwachten dat alles rond is, zodra de afspraak voor een huisbezoek is gemaakt. Marion Ebbinge: “Dan liggen ze al helemaal klaar en worden ze boos als wij duidelijk maken dat we niets voor ze kunnen doen. Krijgen we later een brief waarin ze zeggen: aan u heb ik ook al niks! Al deze mensen blijven we heel serieus nemen, vaak zijn ze gewoon ouderdoms-depressief.” Directeur Rookhuizen houdt het niet voor onmogelijk dat het ooit nog eens zo ver komt dat 'de middelen' via de NVVE worden verstrekt. “Als dat legaal kan: waarom niet? Uitsluiten doen we niets.”

De meeste mensen bellen uit voorzorg, met vragen over de rol van de huisarts ('Als hij niet wil, wat dan?') of omdat ze een euthanasieverklaring willen. Die wordt in principe in viervoud opgesteld: één exemplaar is voor de cliënt zelf, één voor diens vertrouwenspersoon en één voor de huisarts; de NVVE bewaart zelf ook een kopie, in een brandvrije kluis. Steeds vaker komt het voor dat ook relatief jonge mensen zo'n wilsverklaring in hun bezit willen hebben, de door de NVVE gehanteerde minimumleeftijd is onlangs verlaagd naar zestien jaar. Een lespakket voor middelbare scholieren is in voorbereiding. Rookhuizen: “Ouderen denken wellicht vaker na over euthanasie, maar aan de andere kant zijn er genoeg jonge verkeersslachtoffers.”

Katholiek

Bij de telefoondienst werken twee beroepskrachten en zestien vrijwilligers. “Ze moeten een enigszins uitgekristalliseerde persoonlijkheid hebben”, zegt hoofd publiciteit Walburg de Jong. “Van de vrijwilligers wordt verwacht dat ze zich invoelend maar zakelijk opstellen. Soms is dat niet makkelijk, zeker als iemand van een flatgebouw dreigt te springen.”

Noor Zwaneveld (58) is sinds drie jaar telefoondienst-vrijwilligster. Geroutineerd behandelt ze de vragen die op haar afkomen. Een mevrouw die voor haar zelf en haar man een euthanasieverklaring wil, uit voorzorg. “Je zit natuurlijk met je geloof”, zegt de vrouw, “Van huis uit ben ik katholiek, maar als je niet meer verder kan, ligt dat toch allemaal anders.” Daarna belt de dochter van een doodzieke man met een tumor. “Hij schreeuwt het uit van de pijn, hij zegt steeds dat hij dood wil. Maar de behandelend arts vindt zijn situatie nog niet uitzichtloos genoeg. Hij wil dood, maar aan de andere kant is hij bang omdat hij ons niet wil missen.” Zwaneveld antwoordt dat ze in dit geval de aarzeling van de arts kan begrijpen. “Wat wij u te bieden hebben, is een informatief gesprek.”

De volgende beller is een kankerpatiënt die 'zelfdoding op korte termijn' overweegt. Hij wil graag 'het boekje waar het allemaal in staat' bestellen. Hetzelfde geldt voor een hijgende, nerveuze vrouw: “Ik wil alles, maar dan ook alles weten over zelfdoding. Ik heb daar al heel vaak over gebeld.” Zwaneveld biedt aan haar op de verzendlijst voor de nieuwe brochure te zetten. Het gesprek is snel voorbij. “Ik ga nu bewust alleen in op haar vraag om informatie”, zegt Zwaneveld. “We hebben haar waarschijnlijk niets anders meer te bieden.”

Telefoontjes van “jonge mensen die net hebben gehoord dat ze kanker hebben” of van “radeloze partners” grijpen haar het meest aan. Ze heeft er geen moeite mee gesprekken over suïcide te voeren. “Ik ga uit van de verantwoordelijkheid die iedereen heeft over zijn eigen leven. Ik zit hier niet om een verlengstuk te zijn van het burgerlijk taboe op zelfdoding.”

Van de duizenden telefoontjes die de vereniging jaarlijks binnen krijgt zijn er twaalfhonderd te reduceren tot een concrete hulpvraag. Meestal gaat het daarbij om oudere, zieke patiënten, maar in vijftien procent van de gevallen zijn het mensen van jonger dan 65 jaar die niet aan een somatische ziekte lijden. Dat zijn meestal patiënten met een langdurig psychiatrisch verleden. Het grootste deel van hen bestaat uit veertigers die vaak al diverse pogingen tot suïcide hebben gedaan. Twintig procent is volstrekt vereenzaamd.

Hoewel hulpverlening niet tot de hoofddoelstellingen van de NVVE behoort, probeert de vereniging toch iets te doen voor deze specifieke groep suïcidalen. “Wij geven wel informatie, maar nooit actieve hulp bij zelfdoding”, zegt NVVE-psychologe Martine Cornelisse. “Het gaat ons om een vorm van ondersteuning die de reguliere gezondheidszorg niet biedt. Daar wordt iedere suïcide gezien als resultaat van een mislukte behandeling. Natuurlijk, veel suïcidale patiënten zijn te genezen, maar soms is de grens bereikt. Dan staat bij ons het zelfbeschikkingsrecht voorop.”

Cornelisse geeft geen informatie over zelfdoding wanneer iemand psychotisch is, te depressief of nooit eerder behandeld. Ze neemt nooit het voortouw en probeert zo veel mogelijk de 'harde methodes' te voorkomen. “Het mooiste is natuurlijk de koninklijke weg”, zegt Cornelisse. “Zo noemen wij officiële hulp bij zelfdoding door een arts, hetgeen met het Chabot-arrest mogelijk zou moeten zijn.”

Maar de praktijk is meestal anders. De psychologe krijgt te maken met een scala aan al dan niet gelukte zelfmoordpogingen. Cornelisse: “Polsen doorsnijden, springen, hangen, slikken. Vaak zit er een ontwikkeling in, de eerste keer hopen ze dat het niet lukt, maar de derde keer wel.” Soms vraagt ze haar patiënten naar hun concrete plannen, op verzoek gaat ze bij apothekers na wat de werking van bepaalde medicijnen kan zijn. Van ruim tien procent van de hulpvragers weet ze zeker dat ze suïcide hebben gepleegd, de meesten op milde wijze, in eenzaamheid. Soms geeft iemand later nog eens een levensteken. Vaak hoort ze niets meer. “Dat vind ik het moeilijkste aspect van mijn werk.”

Een stille zomeravond in Bussum. In een zaaltje van de Wilhelminakerk organiseert de jongerenvereniging van het CDA Noord-Holland een thema-avond over euthanasie en wilsonbekwaamheid. De gepensioneerde chemicus Walter Nagel (67) zal namens de NVVE in debat treden met Elisabeth van Dijk, lid van het GPV en werkzaam bij het Juridisch Adviesbureau Gezondheidszorg in Zwolle. “Ik word niet fanatiek, maar dat moet ik me wel van te voren inprenten”, zegt Nagel desgevraagd. “Laat ik dat na, dan loop ik het risico dingen te zeggen die kwetsend zijn voor anderen.”

Het aantal aanwezigen bedraagt welgeteld tien: zeven christen-democratische jongeren en drie mensen van middelbare leeftijd die de ouders, respectievelijk de tante van een van de organisatoren blijken te zijn.

“Het gaat hier om het doden van een patiënt, zo wil ik het noemen”, opent Van Dijk. “Euthanaserende artsen handelen uit barmhartigheid, daar wil ik niet aan twijfelen. Maar doden kan het begin zijn van machtswellust.” De toon is gezet, maar Walter Nagel blijft stoïcijns. Hij beperkt zich aanvankelijk tot een feitelijke uitleg over de toepassing van euthanasie, maar zegt uiteindelijk: “Beseft u wel dat iedere euthanasie voor een arts een enorme strijd betekent? Dus het is niet: ha, het is vrijdagmiddag, nog even snel een euthanasietje doen.” Van Dijks religieuze bezwaren pareert hij met het argument dat het dertiende gebod 'Gij zult niet doodslaan' luidt. “Geen theologische discussies”, kapt de voorzitter af.

Slechts één keer raakt Nagel geïrriteerd, als Van Dijk oppert dat artsen steeds vaker hoge doses morfine toedienen, uitsluitend gericht op levensbeëindiging. “De verhoogde toediening van pijnbestrijdende middelen is geen euthanasie en het vervelende is dat dit altijd door elkaar wordt gehaald”, zegt hij met stemverheffing.

Nagel heeft bij de NVVE 25 collega-'sprekers'. Een van hen is Liesbeth Kalff (68). Zo'n vijftien keer per jaar geeft ze lezingen voor uiteenlopende doelgroepen als Deense gymnasiasten, plattelandsvrouwen, ouderenbonden 'waar de toehoorders zwaaien met hun euthanasieverklaring', opleidingen voor verpleegkundigen of Rotary-leden. Kalff: “Ik maak nooit propaganda en ik haal niemand over om lid te worden. Ik leg uit.”

Ze begeleidt ook buitenlandse belangstellenden. “Zeven groepen Denen heb ik al gehad, die zijn er erg mee bezig.” Kalff trad ook enkele malen op in live-uitzendingen op de Britse en Amerikaanse televisie. “Ik heb er een videoband van en je ziet me helemaal krijtwit wegtrekken. Het onbegrip, de misvattingen, het onrecht dat ze onze artsen aandeden, hemeltergend was dat. Jullie moorden maar raak, daar kwam het op neer.”

Veel vrijwilligers en personeelsleden van de vereniging hebben euthanasie in hun eigen omgeving meegemaakt. “Dat is vaak de motivatie om hier te komen werken”, zegt directeur Rookhuizen. Zelf was ze voordat ze bij de NVVE in dienst trad ontwikkelingswerker in Afrika. “Ik was geen lid van de vereniging, nee. Want wat doe je in Afrika? Mensen in leven houden.” Begin dit jaar overleed haar moeder. “Ze wilde euthanasie, na zeven herseninfarcten in korte tijd. De huisarts zei dat hij daar nog niet aan toe was. Ze heeft Vesparax geslikt. Omdat zij lid was had ze die pillen tien jaar geleden al gekocht, dat adviseerde de vereniging toen. Inmiddels is Vesparax onder de opiumwet gebracht, maar veel mensen hebben er nog een paar buisjes van op hun nachtkastje staan.”

Rookhuizen is optimistisch over de toekomst van het Nederlandse euthanasiebeleid. “Vroeger of later wordt dit absoluut geregeld, net als dat bij abortus is gebeurd. Als de wettelijke mogelijkheden tot stand komen is de hoofddoelstelling van de NVVE bereikt, maar dat betekent nog niet dat ieder individueel geval geholpen kan worden. Eerst moet euthanasie tot het normale basispakket van iedere arts behoren. Pas dan kunnen wij onszelf opheffen. Of ik dat nog beleef? Niet als directeur, maar ik maak het wel mee. Voor mijn dood.”

De namen van Anna Gruyters, Noor Zwaneveld en mevrouw Van Rhijn zijn om redenen van privacy gefingeerd.

    • Alfred van Cleef