Oudere eerder dood in warm verpleeghuis

AMSTERDAM, 27 JULI. De sterfte onder ouderen in verpleeghuizen is bij temperaturen tussen 25 en 30 graden Celsius anderhalf keer zo groot als bij temperaturen tussen 15 en 20 graden. Dit blijkt uit een onderzoek van V. Borst, verpleeghuisarts in opleiding van het VU-ziekenhuis in Amsterdam.

De arts denkt dat een aanzienlijke daling van de sterfte bereikt kan worden, als verpleeghuizen de temperatuur onder de 25 graden Celcius zouden houden.

Borst onderzocht de relatie tussen sterfte onder bewoners van verpleeghuizen en de temperaturen in de jaren 1993 en 1994. Hij beschikte over de gegevens van driehonderd verpleeghuizen, negentig procent van het totaal aantal verpleeghuizen in Nederland. De populatie bedraagt zestigduizend ouderen met een gemiddelde leeftijd van tachtig jaar.

De hogere sterfte heeft volgens Borst twee oorzaken. Ouderen drogen bij hogere temperaturen eerder uit en daarnaast werkt de warmte in op het lichaam van de ouderen, waardoor als gevolg van onder meer stolselvorming vaker hersenbloedingen, hartinfarcten en longembolie optreden. Borst maakt in zijn onderzoek geen kwantitatief onderscheid tussen deze twee oorzaken. Volgens de arts is de hogere sterfte als gevolg van uitdroging niet de schuld van het personeel van de verpleeghuizen: “Het personeel doet er alles aan om de bewoners genoeg te laten drinken bij extreme warmte. Die laten het drinken echter vaak staan.”

Het Kamerlid Marijnissen van de Socialistische Partij heeft naar aanleiding van het onderzoek kamervragen gesteld aan minister Borst (Volksgezondheid). Hij wil weten of ziekenhuizen over het algemeen meer voorzieningen voor klimaatbeheersing hebben dan verpleeghuizen, en zo ja, wat daarvan de reden is.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid gelden ten aanzien van ziekenhuizen speciale eisen voor de temperatuur in bepaalde ruimtes, zoals operatiekamers. Deze eisen gelden niet voor het gehele gebouw.