Lobbyisten

HET EUROPESE PARLEMENT heeft maatregelen aangenomen ter beteugeling van de werkzaamheden van de duizenden lobbyisten die rondzwermen om de Europese parlementariërs in Brussel en Straatsburg. Op het oog is het een daadkrachtige aanpak die na zeven jaar delibereren door de parlementariërs is aanvaard.

Eerdere ruzies tussen de sociaal-democratische en christen-democratische fracties in het parlement over de semantiek en politieke cultuurverschillen tussen het noordwesten en het zuidoosten van Europa werden vorige week terzijde geschoven. Het Europarlement krijgt een gedragscode voor de omgang van parlementariërs met lobbyisten.

De lobbyisten moeten zich voortaan officieel registreren. De Europarlementariërs moeten alle “personele, financiële en materiële steun” die ze van lobbyisten ontvangen opgeven en ze moeten giften en voordelen weigeren. Bovendien moeten ze hun neveninkomsten ter inzage legggen in de hoofdstad van hun land. Niet alleen de parlementariërs zelf, ook hun medewerkers vallen onder de regeling.

De inhoud van de gedragscode onthult iets over praktijken die tot nu toe geaccepteerd zijn bij het Europarlement. Het is kennelijk geoorloofd dat Europarlementariërs giften in alle soorten en maten ontvangen of dat medewerkers gezien hun matige salarissen financieel ondersteund worden door belangengroepen. Kennelijk kon dat in de wandelgangen van het nieuwe gebouw van het Europarlement in Brussel dat de allures van een Derde-Wereldparlement heeft, of in het parlementsgebouw in Straatsburg waar het parlementaire spektakel een keer per maand naar toe reist omdat Frankrijk heeft geblokkeerd dat het Europese parlement uitsluitend in Brussel vergadert.

LOBBY'S ZIJN niet weg te denken uit het moderne politieke bedrijf. Met de concentratie van belastingmiddelen en met de greep van overheden op de regelgeving, bestedingen en investeringen is het van het grootste belang voor ondernemingen, branche-organisaties, vertegenwoordigers van belangenorganisaties, ideële of maatschappijkritische bewegingen en buitenlandse overheden om invloed uit te oefenenen op het politieke proces. Dat gebeurt in Nederland (waar geen gedragscode voor omgang met lobbyisten bestaat), in de Verenigde Staten (waar in de jaren dertig strenge regels werden opgesteld maar niettemin de grote invloed van lobbyisten keer op keer gehekeld wordt) - en ook in de Europese Unie.

De voltooiing van de interne markt met de bijbehorende gemeenschappelijke regelgeving, de liberalisatie van het kapitaalverkeer, de bestedingen van de regionale structuurfondsen en de plannen voor Europese infrastructurele werken maken 'Europa' tot een waar lustoord voor lobbyisten. Bovendien is de invloed van het Europarlement in het Verdrag van Maastricht op gebieden van economisch belang vergroot en is de macht van tegenkrachten in Europa - zoals de nationale media - zwak. Ongehinderd door regels of lastige luizen in de pels kunnen de lobbyisten in Brussel en Straatsburg hun gang gaan.

Lobby's kunnen uitzonderlijk machtig zijn. Achter de schermen, buiten de publiciteit en buiten de parlementaire procedures om, beïnvloeden ze de totstandkoming van regelgeving en wetgeving. Soms zijn de argumenten die lobbyisten naar voren brengen van praktisch belang en helpen ze een verbeterde regelgeving tot stand te brengen, soms gaat het om de bevordering van ordinair eigenbelang en soms gaat het om bescherming van gevestigde posities. De verleiding een stap verder te gaan naar duistere praktijken, is nooit ver weg. Wat in alle gevallen knaagt is het gebrek aan doorzichtigheid, openheid en controle.

DE GEDRAGSCODE die het Europarlement heeft aangenomen, is niet meer dan een eerste stap. De lobbyisten moeten zich registreren, maar zo'n register zegt op zichzelf niets. Het verbod op het aannemen van giften en de deponering van neveninkomsten in de hoofdsteden ogen drastisch, maar er zijn geen sancties aan overtredingen verbonden en actieve controle op naleving van de regels wordt aan de media overgelaten. Het Europarlement blijft dus uitermate kwetsbaar.