Leider van Burundi zegt Hutu-rebellen te zullen 'verpletteren'

BUJUMBURA, 27 JULI. De nieuwe president van Burundi, Pierre Buyoya, heeft gisteren beloofd de Hutu-guerrillabewegingen militair 'te verpletteren' als zij de wapens niet neerleggen. Hij zei de staatsgreep donderdag te hebben gepleegd omdat “avonturiers in Bujumbura op het punt stonden de macht te grijpen”.

Buyoya noemde op zijn persconferentie als eerste prioriteit “de genocide te stoppen die nu dagelijks wordt uitgevoerd. Het democratische proces is mislukt en wij zullen een open dialoog beginnen met alle groepen om de democratie te vestigen. Dit is geen traditionele staatsgreep, het is een coup om de democratie te redden”.

Met nadruk verklaarde hij een democraat en verzoener te zijn. “Er zijn weinig Afrikanen die zoveel hebben opgeofferd voor de democratie als ik”, zei hij met een verwijzing naar zijn militaire staatsgreep in 1987, waarna hij in 1993 de eerste meerpartijenverkiezingen in Burundi organiseerde.

Buyoya wilde zich niet laten vastpinnen op de termijn dat zijn regime aan de macht blijft, maar beloofde dat het 'kortdurig' zal zijn. Hij sprak zich uit tegen de komst van een buitenlandse interventiemacht.

“Een interventie kan het etnische conflict niet oplossen. De plannen voor een interventie hebben de rebellie alleen bevorderd.” Buyoya zei te verwachten dat vandaag de landsgrenzen en de luchthaven weer zullen worden geopend.

Buyoya maakte op zijn persconferentie een zelfverzekerde indruk. Hij sprak zonder van een papiertje te lezen. De militairen hadden razendsnel uit de lappendoos een oud staatsportret van hem opgevist uit 1987 en dit aan de muur gehangen, boven zijn zetel.

Op de vraag waarom hij afgelopen woensdag nog tegen een journalist had verklaard nooit aan een staatsgreep te zullen deelnemen, antwoordde Buyoya: “Toen wist ik nog niets van de coupplannen af.”

De Europese Unie heeft alle hulpprogramma's opgeschort en de onmiddellijke terugkeer naar een civiele regering verlangd. Volgens het Portugese lid van de Europese Commissie, Deus de Pinheiro, wordt hervatting van de hulp pas overwogen wanneer de “politieke en veiligheidsomstandigheden dat toestaan en rechtvaardigen”.

De Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAE) zegt het nieuwe bewind in Bujumbura niet te zullen erkennen. De plaatsvervangend secretaris-generaal van de OAE zei in Addis Abeba dat alleen het bewind van de afgezette president wettig is.

Pagina 5: Tutsi's opgelucht

Bujumbura was gisteren kalm. De meeste bewoners, vrijwel allen Tutsi's, verklaarden zich voorstander van de coup. “Wij Tutsi's kunnen ons weer veilig voelen”, vertelde een opgeluchte inwoner. Op de universiteit, het centrum van Tutsi-radicalisme, waren de meningen meer gereserveerd. “Ik sta niet te juichen”, zei een student, “maar laten we hem de komende paar dagen een kans geven. Als hij niet aan onze verwachtingen voldoet, gaan we demonstreren.”

Van buiten de hoofdstad komen geen berichten over gewelddadige reacties op de coup. In het noordelijke stadje Ngozi vierden de Tutsi's donderdagavond feest na de bekendmaking van de militaire machtsovername. Een woordvoerder van de Hutu-partij FRODEBU van Ntibantuganya daarentegen sprak zich uit tegen Buyoya: “We gaan door met onze strijd voor de democratie. We voelen ons bedreigd, zoals we in de afgelopen maanden zijn opgejaagd en vermoord door gangsters en milities”. De Amerikaanse ambassadeur, Morris Hughes, in wiens ambtswoning de afgezette president Ntibantuganya is ondergedoken, voerde gisteren druk overleg met Buyoya. Hoewel de Amerikanen, evenals andere westerse regeringen de staatsgreep hebben veroordeel, bestaat bij diplomaten in Bujumbura het besef dat de gematigde Buyoya stabiliteit kan brengen, waarin zijn voorganger niet is geslaagd. Bovendien zou Buyoya erger hebben weten te voorkomen door een geplande staatsgreep van radicale Tutsi's te blokkeren. De aanvoerder van de radicale Tutsi's, ex-president Jean Baptiste Bagaza, ontkende donderdag een staatsgreep te hebben willen plegen. Bagaza zei zich tegen het nieuwe regime te zullen verzetten.

Er bestaan intussen aanwijzingen dat achter de schermen Westerse diplomaten werken aan een toenadering tussen Buyoya en de afgezette president Ntibantuganya, wat een erkenning van het militaire regime door het Westen alsnog mogelijk zou kunnen maken.

Buyoya riep leden van de afgezette regering op met hem samen te werken. Van de Hutu-guerrillabewegingen, die de staatsgreep inmiddels hebben veroordeeld, eiste hij dat “zij de wapens neerleggen en zich ontdoen van hun ideologie van genocide”.

    • Koert Lindijer