Lange arm Arafat reikt tot Jeruzalem

Al sinds het interim-akkoord van Oslo van 1993 voeren de Palestijnen en Israel strijd over de politieke toekomst van Oost-Jeruzalem. Beide partijen proberen de ander voor voldongen feiten te plaatsen. Het jongste incident had vorige week plaats toen Palestijnse politiemannen een zakenman uit Oost-Jeruzalem naar Ramallah ontvoerden.

Vorige week vrijdag werd 's avonds om tien uur op de deur geklopt van Abdel Salam Hirbawi. Deze vijftigjarige Palestijnse zakenman woont op de grens van Oost-Jeruzalem, in de wijk al-Ram. Het is de zogeheten B-zone, waar krachtens de Palestijns-Israelische akkoorden de Palestijnen het civiele bestuur in handen hebben, maar alleen Israel voor de veiligheid mag zorgen. Zes mannen in burger dienden zich aan. Zij identificeerden zich als leden van de Preventieve Veiligheidsdienst, een van de negen veiligheids- en politiediensten die Yasser Arafat heeft opgericht.

De mannen nodigden Hirbawi uit mee te komen naar de nabijgelegen stad Ramallah, die geheel onder Arafats bestuur staat. Toen hij weigerde, werd een van de bezoekers “erg zenuwachtig” en schoot drie kogels in de vloer. Hij zei dat Hirbawi er verstandiger aan deed mee te komen, omdat de volgende kogels wel eens hemzelf of zijn vrouw en kinderen konden treffen. Hirbawi, die in zijn ondergoed rondliep, hoefde zich niet aan te kleden. “We hebben je alleen voor een half uurtje nodig. Daarna brengen we je weer naar huis.” Daarop ging Hirbawi toch maar met de mannen mee. Zij stapten in een grote personenauto met een Israelische nummerplaat en reden linea recta naar de gevangenis van Ramallah.

Hirbawi, die inmiddels aan de Palestijnse activist voor de rechten van de mens Bassem Eid verslag heeft uitgebracht van wat hij heeft meegemaakt, wist waarom de Preventieve Veiligheidsdienst zo veel belangstelling voor hem had. Drie dagen tevoren had hij ook al bezoek gekregen van een paar mannen. Die zeiden in opdracht van president Yasser Arafat te zijn gekomen met het dringende verzoek aan Hirbawi om de door hem ingediende klacht bij een Israelische civiele rechtbank tegen de koptische kerk van Egypte in te trekken. Als er problemen waren, zou het Palestijnse Bestuur die oplossen. Hirbawi weigerde. “Ik erken Arafat niet als president. Want ik leef in Oost-Jeruzalem, en dat valt nog steeds onder Israelische jurisdictie.” De bezoekers werden heel erg kwaad, maar zij vertrokken uiteindelijk.

Het conflict tussen Abdel Salam Hirbawi en de koptische kerk ging over een opslagplaats die Hirbawi via een andere Palestijn had gehuurd van de Waqf, de islamitische stichting die land, huizen en andere goederen in onvervreemdbaar eigendom heeft en beheert. Maar Hirbawi's opslagplaats staat ook op een stuk land, waar de nabij gelegen koptische kerk, die ernstige ruimte-problemen heeft, wil bouwen. De Waqf vindt het echter hoogst ongepast dat een christelijke kerk op moslim-grond bouwactiviteiten uitvoert.

De koptische kerk zette echter door. Toen zij volgens Hirbawi een bulldozer in actie bracht om zijn opslagplaats met de grond gelijk te maken, wendde hij zich tot een Israelische advocaat en diende bij een Israelische civiele rechtbank een aanklacht in.

Dat was niet zo verstandig. Want de koptische kerk wendde zich onmiddellijk tot de Egyptische ambassadeur in Israel, Mohamed Bassiouni. En deze kreeg van zijn regering opdracht Arafat in te schakelen. De Egyptische overheid, die in eigen land de bouw en uitbreiding van koptische kerken op alle mogelijke manieren belemmert 'om de gevoelens van de meerderheid van de bevolking te sparen', treedt namelijk in het heilige Jeruzalem heel anders op. Daar beschermt zij, als hoeder van de Egyptische nationale belangen, zo veel mogelijk de koptische kerk, die in een eeuwig conflict is verwikkeld met de Ethiopische christelijke kerk.

En de Egyptische ambassadeur beschouwde, aldus Hirbawi, zijn conflict met de koptische kerk als een nationaal probleem. “Hoe kan een Palestijn zo'n conflict aankaarten bij een Israelische rechtbank? Dat kan toch niet onder broeders”, vroeg de ambassadeur. Want hij wist niet dat Hirbawi, zoals duizenden andere Palestijnse inwoners van Jeruzalem, in het geheim de Israelische nationaliteit had aangevraagd en gekregen.

Naar de schattingen van goed ingelichte Palestijnse bronnen hebben de afgelopen twee jaar zo'n 30.000 Jeruzalemse Palestijnen een Israelisch paspoort gekregen. Vroeger was dat onmogelijk omdat bijna alle Jeruzalemse Palestijnen de Jordaanse nationaliteit hebben en de aanvraag van de Israelische nationaliteit als landverraad werd beschouwd, waarop de doodstraf stond. Maar sinds Israel en Jordanië in 1994 vrede met elkaar sloten, is het heel goed mogelijk om in het bezit te komen van de paspoorten van beide landen.

Toen Arafat over het proces van Hirbawi tegen de koptische kerk werd benaderd, besloot hij onmiddellijk in te grijpen. Hij kan ook niet anders; de afgelopen jaren is hij in politiek opzicht geheel afhankelijk geworden van president Mubarak. Dus gaf hij Jabril Rahjoub, het in Jericho zetelende hoofd van de Preventieve Veiligheidsdienst, opdracht de zaak te regelen. Dat was Rahjoub toevertrouwd. Zijn manschappen hebben al vaker met geweld Palestijnen uit door Israel bestuurd gebied naar Jericho of Ramallah gebracht om hen daar op andere gedachten te brengen.

In de gevangenis van Ramallah werd Hirbawi ondervraagd. “Waarom klaag jij een broeder aan bij een Israelische rechtbank?” Hirbawi antwoordde: “Deze mensen zijn niet mijn broeders. Want ik ben een moslim en zij zijn christenen.” Daarop kreeg hij een oorvijg. “Houd je mond! Deze mensen zijn beter dan jij.” Hirbawi vroeg permissie de documenten die hij thuis had, op te halen om te bewijzen dat hij wel degelijk de wettige huurder was. “Niet nodig”, was het antwoord. “Wij willen alleen dat je je klacht tegen de koptische kerk intrekt.” Opnieuw weigerde hij.

De volgende dag maakte de Israelische regering bekend dat zij de zaak hoog opnam. Er werden sancties aangekondigd. Ramallah werd tot 'militair gebied' verklaard, zodat niemand er meer in of uit kon. En de eerste ontmoeting tussen Israels minister van Buitenlandse Zaken, David Levy, met president Arafat zou niet doorgaan als de Palestijnse politie Hirbawi niet vrijliet.

“Pas toen”, aldus Hirbawi, “hoorden mijn ondervragers dat ik de Israelische nationaliteit had. Ze werden razend. Ze riepen dat ik een collaborateur was en ze vroegen of ik met Netanyahu bevriend was. Ze wilden weten voor wie ik had gestemd: voor Peres of Netanyahu. Maar ik had helemaal niet gestemd. Ze beledigden mij en riepen: De Israeliërs kunnen doen wat ze willen, maar wij laten jou niet vrij tot je toezegt dat je die klacht intrekt. Je bent weliswaar een oude man, maar voor ons ben je niets waard.”

Zondagmiddag tekende hij de gewenste verklaring dat het conflict uitsluitend door Palestijnen behandeld zou worden. “Ze belden meteen Arafat op, die op zijn beurt de Egyptische ambassadeur op de hoogte stelde. “Het is niet waar dat ik onder druk van Israel werd vrijgelaten”, zegt Hirbawi. “Ik kwam alleen vrij omdat ik die verklaring tekende.”

Blij is hij allerminst dat hij weer op vrije voeten is. Bang des te meer nu iedereen weet dat hij een Israelisch paspoort heeft. “Het is waar dat velen in mijn buurt eveneens de Israelische nationaliteit hebben gevraagd en gekregen. Maar iedereen probeert dat zoveel mogelijk voor de anderen te verbergen. Je kunt niet alleen van je dromen leven. De mensen willen voedsel, medische zorg en een opleiding voor hun kinderen. Zorgt Arafat daarvoor? Natuurlijk kan ik de Israelische nationaliteit weer opgeven. Maar wie zal mij geloven als ik zeg dat ik dat heb gedaan?”

    • Michael Stein