Indonesie

PETER SCHUMACHER: Ogenblikken van genezing. Indonesische ervaringen

296 blz., Van Gennep, 1996, ƒ 38,90

“Ik concludeerde tot mijn opluchting dat ik eindelijk, na een worsteling van ruim vijfentwintig jaar [...] in het reine was gekomen met mijn Indische verleden”, schrijft oud-NRC Handelsblad-redacteur Peter Schumacher aan het eind van zijn Indische memoires. De worsteling liep ruwweg van 1960 tot 1985 - en het verleden in kwestie van zijn geboorte aan de oostkust van Borneo in 1933 tot het vertrek van het gezin Schumacher naar Nederland op 26 december 1949, de dag voor de souvereiniteitsoverdracht. De periode na de worsteling niet meegerekend kent het leven van Schumacher dus drie grote episoden. In diezelfde halve eeuw ontwikkelde Nederlandsch Indië zich tot Indonesië, en beide ontwikkelingen worden gevolgd in Ogenblikken van genezing: een boek met twee rode draden, een persoonlijke en een algemene optiek.

Schumachers verhaal bestrijkt meer dan een halve eeuw. Hij bewaart nog jeugdherinneringen aan de tempo dulu en de oorlog, hij zat te Bandung in een Jappenkamp, maakte in 1945 en begin '46 de anarchie van de bersiap mee, en was van afstand getuige van de politionele acties: “Ik ervoer die Tweede Politionele Actie als een definitieve afrekening met rotzakken als Soekarno en Hatta en al die andere moordenaars. Generaal Spoor en Westerling waren mijn helden.”

Dat bleef niet zo. Na een intermezzo als elektrotechnicus en fotograaf vond Schumacher omstreeks 1960 zijn journalistieke roeping, en nam in 1969 de Indonesische draad weer op met een correspondentschap voor de GPD in Jakarta. Daar maakte hij kennis met de man die de GPD had vertegenwoordigd toen de post een paar maanden vacant was: Jan 'Poncke' Princen die in september 1948 naar de TNI-troepen over was gelopen. Geen natuurlijke vriend voor een Spoor-adept, maar dat was Schumacher dan ook niet meer: “Op grond van vers verworven politieke denkbeelden” - hij was op de PSP gaan stemmen - “had ik aanvaard dat Indonesië volkomen recht had op onafhankelijkheid. Voor Soekarno had ik waardering leren krijgen.”

Er bestaat overigens een frappante binding tussen de bekeerde en de wat minder bekeerde oud-kolonialen: afkeer van de mensenrechtenschendingen in het Indonesië van nu. Princen heeft zich daar jarenlang sterk voor gemaakt en verdween meer dan eens in een Indonesische cel. Iemand als Schumacher die tot beide kampen behoorde voelde zich er helemaal toe aangetrokken - en na een jaar correspondentschap werd hij dan ook het land uitgezet. Als redacteur van NRC Handelsblad kon hij een paar keer terugkomen in het kielzog van ministeriële missies. Maar of hij nog een keer de grens over mag is de vraag, want nu schrijft hij over de 300.000 à 1.000.000 doden die in 1965-'66 vielen in de vermeende strijd tegen het communisme: “Soeharto als leider van de Nieuwe Orde draagt daar de volledige verantwoordelijkheid voor en zou daarvoor terecht moeten staan.”

Tussen alle persoonlijke bedrijven door is Ogenblikken van Genezing rijk gelardeerd met verklarende historische exposés: zeer lange voetnoten die naadloos in de tekst verwerkt zijn. Het zal niet verbazen dat veel van deze toelichting ongeschikt is voor wie de nuance zoekt, maar daarvoor waren we in de eerste regel van het woord vooraf al gewaarschuwd: “Dit boek pretendeert op geen enkele wijze een historisch-wetenschappelijk werk te zijn.” Daar staat tegenover dat Schumacher goed vertelt, veel gearticuleerder is dan de gemiddelde Terug naar toen-schrijver, en vaak met smakelijke details komt aanzetten. Dat zijn persoonlijke oorlogsinspanning in de maanden voor de capitulatie tegen Japan beperkt bleef tot het werpen van een oud aluminium vergiet in de laadbak van een vrachtauto van het Spitfire Fonds, was leuk om te lezen. En ook dit, uit een folder uit 1946 voor debarkerende soldaten: “Gauw genoeg zul je doorhebben, dat [Indonesiërs] over het algemeen buitengewoon hartelijke en vriendelijke mensen zijn, en dat vooral het huispersoneel buitengewoon aan je gaat hechten. [...] Ze zien hoog tegen je op en verwachten dat je in de eerste plaats eerlijk en rechtvaardig bent.”

Het heeft niet mogen baten.

    • Michiel Hegener