Hutu's hebben alle redenen Buyoya niet te vertrouwen

BUYUMBURA, 27 JULI. Herhaaldelijk gebruikte de Tutsi-president Pierre Buyoya tijdens zijn eerste persconferentie gisteren het woord “genocide”. Hij bedoelde de bloedbaden aangericht door Hutu-guerrillastrijders onder Tutsi-burgers, zoals vorige week zaterdag, toen in Bugendena ruim 300 Tutsi-burgers werden vermoord.

Over de grootschalige misdaden die het door Tutsi's gedomineerde regeringsleger begaat tegen Hutu-burgers, repte hij met geen woord. De Hutu-gemeenschap heeft daarom alle redenen het nieuwe regime van Buyoya te wantrouwen.

Buyoya deed er alles aan om de Tutsi-minderheid gerust te stellen. Hij verklaarde zich fel tegen de komst van een buitenlandse interventiemacht die het Tutsi-regeringsleger buiten spel zou zetten. Radicale Tutsi-jongeren demonstreerden eerder deze week in Buyumbura tegen Buyoya. Omdat hij door het organiseren van méérpartijverkiezingen in 1993 de machtspositie van de Tutsi-minderheid had ondermijnd. De jongeren eisten in het leger te worden opgenomen om te kunnen meevechten tegen de Hutu-rebellen. In een schijnbare concessie aan de Tutsi-radicalen zei hij donderdagavond te zullen overwegen of hij deze jongeren voor het leger zou recruteren in de strijd tegen de Hutu-rebellen.

De overwinning van de Hutu-partij FRODEBU bij de eerste meerpartijverkiezingen in 1993 ervoeren de Hutu's als een bevrijding van een jaren oud repressief Tutsi-regime, zoals de Zuid-Afrikaanse zwarten jubelden toen het blanke minderheidsregime de handdoek in de ring wierp. De moord door Tutsi-militairen op de eerste democratisch gekozen Hutu-president Melchior Ndadaye enkele maanden later, toonde voor de Hutu's aan dat de Tutsi's nooit vrijwillig de macht zullen delen. De tot dan toe dociele Hutu-bevolking begon zich vervolgens te verzetten waarna talrijke guerrillabewegingen ontstonden. Na de genocide onder de Tutsi's in buurland Ruanda raakten de Burundese Tutsi's ervan overtuigd dat ook hen genocide stond te wachten. Buyoya houdt in hoge mate rekening met de gevoelens van de Tutsi's, maar hij heeft nog geen enkele aanwijzing gegeven de emoties van de Hutu's te willen respecteren.

De nieuwe president verklaarde open te staan voor een dialoog met alle groeperingen, maar voegde daar onmiddellijk aan toe dat de Hutu-rebellen dan wel eerst hun wapens moeten inleveren. Geen onderhandelingen dus met het gewapende Hutu-verzet. Buyoya dreigde met hernieuwde kracht de rebellen militair te zullen bestrijden en beloofde nieuwe middelen aan het leger te geven om dit mogelijk te maken. De gematigde Buyoya klonk plots als een radicale Tutsi.

Buyoya's standpunten vertonen opvallend veel gelijkenissen met de afgelopen maanden gevoerde politiek van de grootste Tutsi-partij UPRONA van de afgezette premier Ndawayo, die inmiddels de staatsgreep heeft verwelkomd. UPRONA nam het exclusief op voor de Tutsi's, beschuldigde de Hutu-partij FRODEBU van heimelijke samenwerking met de Hutu-opstandelingen en betichtte de Hutu-guerrillabewegingen van genocide tegen de Tutsi's. Buyoya probeerde zich gisteren aan de internationale pers te presenteren als democraat en verzoener, en aan de Tutsi's als verdediger van hun belangen. De Hutu's deed hij geen handreiking. Alleen als hij in de komende weken prominente Hutu's zal benoemen in zijn regering en in het door Tutsi's gedomineerde ambtenaren- en gerechtelijke apparaat, het leger en de universiteit, zal hij als redder van de natie worden beschouwd door àlle Burundezen.

    • Koert Lindijer