Hond & Show

Er wordt in Nederland geen dier gefokt of het moet zich een keer onderwerpen aan een keuring. Slachtvee op hun gezondheid, belangrijk voor de onze, en fokdieren op hun schoonheid en stevigheid. Dat moet ook, anders zouden al fokkend rastypische kenmerken veronachtzaamd kunnen worden.

Prijsdieren kennen we bij iedere soort, en daar zijn hele competities in ontstaan waar de niet-fokkende mensen geen idee van hebben. Hoe het er op een varkensshow precies aan toegaat, weet ik eigenlijk niet, maar zeker is het een spannende aangelegenheid voor de baas ervan. Alleen bij honden is het showen op zichzelf een show geworden voor toeschouwers. Waar bij andere dieren sprake kan zijn van enige omstanders, moet bij hondenkeuringen het publiek uit de ring gehouden worden door touwen te spannen. Bij populaire rassen als de Golden Retriever en de oorspronkelijke vechthonden zijn haast dranghekken nodig. Wat maakt een hondententoonstelling zo leuk?

Voor de hond begint de pret eigenlijk al kort na de geboorte, en zeker na zes maanden, als het gebit gewisseld is. Een veelbelovend pupje met een goed gebit wordt door zijn fokker een beetje in de watten gelegd. Hij wordt af en toe op tafel gezet in de showstand, en krijgt een brokje met loftuitingen als hij mooi staat. Oudere en ervaren honden staan dan in de buurt van het pupje ook mooi te wezen, in de hoop op ook een brokje. Zo leert het showhondje in spe spelenderwijs de kneepjes. Maar daar is veel geduld voor nodig van de baas of, net zo vaak, van de bazin.

Als de dag van de show nadert moet de hond is showconditie worden gebracht: schoon, een volgens de eisen getrimde vacht, en bespiering op de juiste plaatsen. Bij de niet-gladharige of kale rassen kunnen door een goede en gehaaide trimmer gebrekjes en fouten gecamoufleerd worden. Flink veel 'garnituur' (gezichtsbeharing) kan van een smal spits snuitje een goed opgevuld lijkend snoetje maken, plukjes hier of daar werken foute hoekingen weg. De bespiering en een goed gangwerk vergen eveneens zorg, oefening en tijd. En inzicht, want juist de manier van lopen van een hond is het lastigst te beoordelen - vandaar dat een keurmeester hond en baas ook heel wat rondjes en rechte lijnen laat lopen alvorens een oordeel te vellen. Om het bewegen van een hond te leren zien zijn er studieboeken, video's en cursussen.

Een getrainde showhond zal hopelijk niet gauw steppen, in tel- of krabbegang lopen, koehakkig gaan, breien of weven, maar dan nog blijft er genoeg over om fors over van mening te verschillen, net als bij atletiek of schoonspringen. Waarschijnlijk worden bij het keuren van het gangwerk de meeste blunders begaan - bij voorbeeld een hinkachtige hond die herhaaldelijk de eerste prijs wegsleept - al zal dat bij ons wel niet zo'n vaart lopen als in Frankrijk, waar bij de meest prestigieuze tentoonstelling van het jaar in het Bois de Boulogne een Border Terriër een prijs kon winnen die meestentijds op drie pootjes huppelde en daarbij ook nog een golfballetje in de bek hield.

Er zijn ingewikkelde regels voor het behalen van Nationale en Internationale Kampioenstitels, maar het komt er op neer dat veel meer honden dan één per jaar de titel Nederlands Kampioen kunnen behalen. Hoe verwarrend dat voor de leek ook is, het is de hoop op een kampioenschap, waar geen enkele geldprijs aan verbonden is, die al die fokkers naar shows toe drijft. Dat kóst geld, en alles bij elkaar niet zo'n beetje ook. Eén enkele hond inschrijven op een van de plusminus zeventien binnenlandse tentoonstellingen per jaar kost zo'n tachtig gulden. Vele fokkers komen met drie of vier honden tegelijk. In alle vroegte, want de verplichte veterinaire keuring - heeft de reu beide ballen, is het teefje niet loops (het laaste is nog te verdoezelen met een tissue en, naar verluidt, een strategisch veegje met azijn) - is voor tien uur afgelopen.

Een ware show-off van een showdog krijgt een kick van de sfeer die bij het betreden van de hal - er is helaas maar één openlucht-show per jaar - op de deelnemers af komt rollen. De hondenmensen, toch al gauw enkele duizenden, voelen zich ogenblikkelijk lekker entre eux. Ieder zoekt zijn gereserveerde plaatsje, ras bij ras in benches; klapstoeltjes, kampeertafeltjes en koelboxen, standjes met hondenartikelen - van sieraad tot kluifje - en talloze consumptiekraampjes moeten de exposanten helpen de verplichte ruk van minstens vier uur uit te zitten.

De daadwerkelijke keuring van een hond duurt ongeveer zeven minuten. Met de klasse, onderscheiden naar geslacht, leeftijd en dergelijke, een paar rondjes lopen, op tafel of een vaste plek neergezet en betast worden, het gebit laten zien (ook dat vereist training van alle betrokkenen), lopen, nog eens lopen, en weer even mooi staan zodat de keurmeester zijn rapport kan dicteren aan de secretaris. Als een dier eerste wordt geplaatst begint het genieten voor de baas eigenlijk pas - die dan moet zien dat de lol er bij de hond ook nog in blijft. Per geslacht wint één hond, per ras ook weer een, waarna per rasgroep (terriërs, lopende honden, staande jachthonden, dogachtigen, gezelschapshonden) een winnaar gekozen wordt. Het vergelijken van appels met peren wordt nog sterker als uit die negen rasgroepen uiteindelijk de BOS uitgekozen wordt, de zeer benijdbare Best Of Show. Dat te bereiken is slechts voor heel weinigen weggelegd.

Anders dan de BBC met zijn dagelijkse verslagen van de 'Crufts' besteden de Nederlandse media verbazend weinig aandacht aan de grote, drukbezochte jaarlijkse Winnertentoonstelling in Amsterdam. Het gros van de 'gewone' hondenliefhebbers heeft dan ook geen idee van wat zich aan hartstochten en spanningen afspeelt op zo'n show. Zeker, er bestaan bij ons geen professionele doghandlers zoals in Amerika, die hun hele beroepsleven in een caravan slijten en van tentoonstelling naar tentoonstelling trekken om een hond kampioen te maken. Om geld, maar ook om de eer. Toch verdient deze tak van sport en schoonheid ook hier enige media coverage.

Wat maakt nu eigenlijk een hondenshow zo leuk? Voor de fokker is het een krachtmeting en toetsing, en voor de hond een van de manieren om brokjes en aandacht te krijgen. Het is het leukst voor het publiek, dat geen last heeft van zenuwen en niet betast wordt, terwijl er op zo'n dag door de toeschouwer meer dan een enkel ras bewonderd of beroddeld kan worden. Het is net topsport: het publiek geniet en de deelnemers zien af. Hoe is dat in Olympia dan ooit begonnen?

    • Margot Engelen