Hemelvaart naar nok van Carré

Sinds 1975 speelt het Amsterdamse gezelschap Dogtroep onder de open hemel. Nu heeft de groep voor een invasie in Koninklijk Theater Carré gezorgd. Een maand waren de deuren gesloten om ruimte te geven aan de uitzonderlijke technische wensen van het gezelschap. Op 1 augustus gaat Dynamo Mundi er in première.

Dogtroep in Carré. Première 1/8. Aanvang 21.00u. Inl. en res.: (020) 6 22 52 25; 4 21 22 23.

AMSTERDAM, 27 JULI. Zelfs bliksemschichten wilde het theatergezelschap Dogtroep door het Koninklijk Theater Carré laten slingeren. Een stormwind kunnen ze zo creëren met behulp van de turbo-windmachines die op het podium zijn geplaatst; de een geleend van Schiphol, de ander zelf gemaakt. Ook de droom van het vliegen zal - kortstondig - waarheid worden onder de hoge kap van het voormalige circustheater. Uit de jas van de hoofdrolspeler spetteren op een gegeven ogenblik de vonken, dus het vuur is er, en water zal er ook zijn, golvend in een reusachtig aquarium. Uit de vloer van de aloude piste, die weer in ere is hersteld, bloeien bloemen op alsof het ineens lente is geworden.

Het Amsterdamse gezelschap van het 'wilde straattheater', de Dogtroep, is met zijn voorstellingen altijd overgeleverd geweest aan de elementen. Het speelt sinds de oprichting in 1975 uitsluitend met de hemel als dak en met de horizon rondom als de vier muren van een gedroomde schouwburg, die geen begrenzingen kent. Ook scheepshellingen, als in Noordwester Wals, verlaten fabrieken en zandstranden, als tijdens het Oerol Festival op Terschelling, behoren tot het domein. Maar altijd: buiten. Die afhankelijkheid van de grillen van zon, wind en regen hebben ze nu tot een kracht omgezet door zèlf in de beslotenheid van een theaterzaal vuur, wind en regen te veroorzaken en dus de elementen te beheersen.

Dynamo Mundi gaat volgende week in première. De regie en het script zijn in handen van Threes Schreurs; samen met de artistieke kern van het gezelschap, zo'n man of tien, komt in gedurig overleg de voorstelling tot stand. Al een maand lang hebben de ruim dertig medewerkers van Dogtroep Carré in bezit genomen, wat bijzonder is. Al die tijd waren de deuren gesloten. Het podium dient tot werkplaats, waar de ingenieuze, monumentale technische constructies worden gebouwd. Zo is er een metershoge toren die bovenin het ijzersterke dak is bevestigd en die tijdens de voorstelling heen en weer zwaait; lassers hingen als acrobaten aan kabels om het gevaarte bevestigd te krijgen. Ook de kostuum- en schildersateliers bevinden zich in Carré; er zijn kamers waar het 'stil' is voor de 'uitvinders'. Want uitvinders en technici bepalen het gezicht van de voorstellingen, waarin de acteurs onderdeel zijn van een machinerie van oerkrachten. Die uitvinders maken tekeningen, zetten hun vernuftige dromen op papier, en vervolgens komen de technici eraan te pas om die tekeningen in werktuigen en toestellen om te zetten.

De Dynamo Mundi waarnaar de voorstelling is genoemd, verbeeldt het eeuwige streven van de mens om boven zijn eigen macht uit te reiken, zichzelf te overstijgen. Tegelijk is dit streven het perpetuum mobile van de theatrale fantasie van Dogtroep. Een van de grootste triomfen die de mens kan boeken, is die van het overwinnen van de zwaartekracht. Tijdens een bezoek aan een van de repetities leek het of ik verzeild was geraakt in de koortsachtige jongensboekenavonturenwereld van schrijver Jules Verne en de gebroeders Wright, pioniers in de luchtvaart. Het onmogelijke in technisch opzicht wat Verne op papier waarmaakt, streeft de Dogtroep na in het theater. Een dode vrouw bijvoorbeeld wordt met behulp van allerlei buizen en slangen weer tot leven gewekt; eerst werd zij verpletterd door een reusachtige wals en vervolgens onderging ze een langdurige onderdompeling in het water. Tot slot maakt ze een hemelvaart naar daar waar de denkbeeldige sterren van Carré schijnen.

Over het midden van de zaal is een loopbaan gemonteerd die eerst als berghelling functioneert waarover een man een loodzware steen, als in de mythe van Sysifus, naar beneden rolt, en die later als startbaan dient voor een vliegtuig. Tijdens de oefening voor het opstijgen van het vliegtuigje, was het als de proefvlucht van de gebroeders Wright: de propeller van het eenmotorige toestelletje draaide, gesnor en lawaai van jewelste. Maar het vliegtuig kwam terecht tegen een staaldraad en kapseisde op de speelvloer.

De Dogtroep bestaat uit kernen van medewerkers. Een van hen wilde aan Carré de hoogte teruggeven. Die wens is aanschouwelijk gemaakt door een metershoge houten wand loodrecht vanaf de vloer naar het plafond te laten oprijzen. Om de draagconstructie veilig te stellen, moest een muur doorgebroken worden en ook nog iets verbouwd in het dak. De directie van Carré vond het goed, 'zolang het historische stucwerk maar intact blijft'. Wat bijna niemand van de bezoekers weet, is dat zich boven het plafond nog een koepel uitstrekt die even hoog is als de afstand van speelvloer tot plafond. Dat plafond dateert uit de jaren zeventig. Vroeger keek men regelrecht naar de nok van het dak, bespannen met linnen waarop geschilderde engelen zweefden. Een kroonluchter hing omlaag.

Met Han Bakker, die samen met Threes Schreus verantwoordelijk is voor Dogtroep, begeef ik me over smalle roosters zo'n twintig meter boven de speelvloer. Luiken bieden uitzicht in een duizelingwekkende, gapende diepte. Hoogtevrees is taboe. Van hieruit bedienen technici de hijstoestellen. Een oud ideaal van het zeventiende-eeuwse theater om met kunst- en vliegwerk de toeschouwers te onthutsen krijgt gestalte. In Dynamo Mundi draait het, afgezien van de piste als speelvloer, om drie werelden: een boven-, onder- en achterwereld. Overal zitten technici verscholen, zo'n vijftien, om in die verschillende ruimten mechanieken in beweging te brengen. De hoofdrolspeler, een grote man die weent om de dood van zijn vrouw, zingt een smartelijk lied met de stem als van de blues in verschillende talen terwijl hij rondzweeft door de ruimte van Carré.

De vroegere betekenis van Carré als circustheater keert op verschillende manieren terug. Een actrice jongleert met dansende draadfiguren alsof ze de dompteur is van leeuwen. Het is allemaal mogelijk in de grote poederdoos, die Carré is. Ditmaal hoeft het gezelschap niet tijdens een voorstelling om de vijf minuten met de meteorologische dienst van Schiphol te bellen om te vragen of het in aantocht zijnde onweer werkelijk op de plek van hun voorstelling zal losbarsten. Nu creëren ze hun eigen onweer. Alleen de bliksem komt er niet; dat getuigt van hoogmoed, want die zou alle computers en andere gevoelige apparatuur tot in de wijde omtrek ontregelen. Toch blijft de wens van de bliksem bestaan, en ongetwijfeld zal er in een volgende voorstelling een schicht langs de hemel zigzaggen, want de niet-ingeloste verlangens van de ene voorstelling zijn de uitdaging voor de volgende.

    • Kester Freriks