Geen zweepje meer

Het is gewoon geworden mensen te zien zwemmen op allerlei manieren, hen te zien hardfietsen en hardlopen over talloze afstanden, te zien vechten via de vreemdste methoden en te zien gooien met de gekste projectielen. Zoals het ook gewoon is geworden hen te zien springen over rare obstakels en te zien schieten met allerlei wapens op allerlei doelen. Geen spel kan meer worden uitgevonden of er ligt wel een medaille voor in het verschiet.

Maar er zijn ook vormen van spel en strijd geweest die de moderne ideeën over sportbeoefening niet hebben overleefd.

In de tijd dat van spiervergroting door middel van hormoonpreparaten en van wetenschappelijk onderzoek nog geen sprake was, werden de meest vreemdsoortige hulpstukken aangewend om sneller te kunnen rennen. In de vorige eeuw droegen hardlopers in Engeland zelfs zweepjes met zich mee om zichzelf aan te vuren. Het was een verwijzing naar de paardenraces.

Skeelers kenden ze toen ook al. Pedespeed werd deze vorm van voortbewegen genoemd waarin zowel snelheids- als schoonrijwedstrijden werden gehouden. De rijders hadden met riempjes een gespaakt wiel ter grootte van die van een kinderfietsje aan de zijkant van hun enkels bevestigd. Dames reden ter bescherming van hun lange rokken op wielen met sierlijke spatbordjes. Op de quint werd ook om het hardst gereden. Op deze fiets met twee wielen, vijf sturen en vijf zadels werden grote snelheiden bereikt, zo snel dat de quint ook dienst deed als gangmaker voor een achtervolgende fietser. Het was de voorloper van stayerwedstrijden met een motor als gangmaker.

Op de Olympische Spelen van 1908 stond fietspolo op het programma. Mannen bereden fietsen in plaats van paarden en sloegen met een stick naar de bal. Ringsteken op de fiets heeft nooit de olympische status bereikt. Waterpolo wèl. Al was het niet in de oorspronkelijke Engelse versie die waterrugby werd genoemd. Alles wat nog net geen regelrechte aanslag op het leven was, werd toelaatbaar geacht. Om de spelers voor te bereiden op een wedstrijd, werden tijdens trainingen meestal de regels van het tegenwoordige catch-as-catch-can gehanteerd, waarbij alleen de sterksten (en de gemeensten) het hoofd boven water hielden.

Bijna alle sporten die nu worden beoefend zijn verboden geweest. In de Middeleeuwen werden kwalificaties als opruiend, onfatsoenlijk, nutteloos en gevaarlijk gebruikt. In de tijd van vooroordelen, van gerichtheid op het hiernamaals en van totale onderworpenheid aan het gezag van Kerk en Staat ging de vreugde aan het beleven van lichamelijke inspanning en wedijver voor een groot deel verloren. En toen plezier werd teruggevonden was dat nieuw en opstandig.

Bij de verbodsbepalingen ging het meestal niet zozeer om de sport zelf. Bijvoorbeeld omdat de volksmassa's die door een sportgebeurtenis werden aangetrokken nogal eens gewelddadig werden; en om de constatering dat sport mensen afleidde van nuttiger zaken. Zoals van het werk dat de mensen voor hun meesters behoorden te doen en van het bijwonen van godsdienstoefeningen. Spiritualiteit stond destijds in hoger aanzien.

Instemming begonnen volksleiders pas weer voor de prestaties van sportlieden te tonen toen die hun nationale prestige ten goede kwamen. Dat was toen rond het einde van de vorige eeuw steeds meer voetballers, wielrenners, schaatsers en atleten over de grenzen trokken en hun land of volksleider lieten delen in de eer van hun overwinningen.

De moderne Olympische Spelen van 1896 vormden voor het uitleven van die nationale gevoelens een platform zonder weerga. Hoewel de organisatoren de nadruk bleven leggen op de sportieve aspecten, speelde het nationalisme bij alles een overheersende rol. En zo is het gebleven. Sportieve Spelen voor de ideologen, nationalistische Spelen in de praktijk.

Dames die boksen werden tijdens de Spelen van 1896 en 1900 niet toegelaten omdat het getuigde van barbaarsheid. In 1904 in St. Louis maakten ze toch hun (eenmalige) opwachting. Touwklimmen, hoog- en verspringen zonder aanloop, tweehandig kogelstoten en zaklopen behoorden ook eens tot het olympisch programma. Vreemde sporten, maar niet vreemder dan de moderne. Een gouden medaille voor een hardloper met een zweepje, zou dat nu misstaan? Nee toch. Hardlopers beschikken tegenwoordig echter over andere middelen. Die hebben geen zweepje meer nodig om naar records te snellen.