De claimcultuur van Nederland; Wie stelt, krijgt geld

Burgers schakelen steeds vaker het recht in om voor hun belangen op te komen. Maar in vergelijking met de ons omringende landen stappen Nederlanders minder snel naar de rechter. Met geschillencommissies, adviesbureautjes en de consumentenbond heeft Nederland snellere en goedkopere alternatieven. Claimbewust gelijk halen: voor iedere kapotte bril een arbiter.

Kelderzwammen hebben altijd bestaan, maar sinds 1992 is er in Groningen en omgeving sprake van een ware explosie. Dat komt niet zozeer door de natuur als wel door een verandering in rechtspraak en in het Burgerlijk Wetboek. De aansprakelijkheid van de verkoper is namelijk uitgebreid. De koper van een huis kan voortaan de verkoper aanspreken als de zwammen twee jaar na de koop in de kelder worden ontdekt. Sommige soorten verzwakken de fundamenten.

Groningse kopers dagen verkopers voor de rechter, ook als de zwammen niet schadelijk zijn. Bedrijven sporen de zwammen op om ze voor tienduizenden guldens te verwijderen door het hout in de funderingen te vervangen. De kopers hoeven niet te betalen om de schimmels te laten opruimen, dus ze kijken weinig kritisch naar de offerte. Advocaten helpen om de nieuw verworven rechten van de koper te laten gelden. “Er wordt heel veel aan verdiend”, zegt Jan Doevendans, die vaak als bouwexpert wordt ingeroepen om de verkoper te ontlasten. “Er wordt veel gerommeld in die business. De klanten worden er niet wijzer van, maar de baas van de zaak kan een Mercedes rijden.”

In Nederland schakelen burgers steeds vaker het recht in om voor hun belangen op te komen. Sinds 1970 is het aantal advocaten verviervoudigd. Benadeelden eisen schadevergoeding, van bijvoorbeeld voormalige werkgevers, medici, de overheid of verzekeraars. Ook bedrijven hebben steeds meer juridisch advies nodig. Rechters wijzen smartegeld toe aan slachtoffers. De Orde van Advocaten bepleit al toelating van een contingency fee, waarbij de advocaat een percentage van de aan de eiser toegekende som krijgt. Deze week protesteerde de Vereniging van Letselschade-advocaten tegen de praktijken van de Letselschade Groep Nederland, die door het uitloven van tipgeld claims van slachtoffers opspoort en aan advocaten verkoopt voor 900 gulden per stuk. Worden Nederlandse advocaten dan ambulance chasers, op zoek naar een zaak? Zal het zo ver komen als in Amerika waar een mevrouw van McDonalds drie miljoen dollar ving voor brandwonden die ze opliep bij het knoeien met hete koffie?

De juridisering van de samenleving is een internationaal verschijnsel, maar in Nederland kan nog niet worden gesproken van “Amerikaanse toestanden”. Nederland heeft 8000 advocaten en 1500 rechters - 9 rechters per honderdduizend inwoners. Frankrijk en Duitsland hebben er drie maal zoveel. Ook worden in Nederland minder rechtszaken gevoerd dan in de meeste geïndustrialiseerde landen. Na een enorme groei in de jaren tachtig stijgt het aantal rechtszaken hier niet meer. Het aantal civiele vonnissen bijvoorbeeld, steeg volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 1985 en 1994 van ruim 279 duizend tot ruim 493 duizend, maar stabiliseerde zich in 1995 op ruim een half miljoen vonnissen.

Een belangrijke oorzaak was de verhoging van de eigen bijdrage voor sociale rechtshulp in 1994. Vroeger kon 60 procent van de Nederlanders steun voor rechtsbijstand krijgen, nu is dat nog maar 40 procent. Het aantal mensen dat van sociale rechtshulp gebruik maakte, daalde met 30 procent. Bovendien stijgen de griffierechten en moeten verliezers van een zaak steeds vaker alle gerechtskosten te betalen. Steeds meer mensen beperken zich dan ook tot eenvoudige verzoekschriftprocedures.

Volgens de uit Duitsland afkomstige rechtssocioloog prof. dr. Erhard Blankenburg van de Amsterdamse Vrije Universiteit procedeert de Nederlander niet graag. Er zijn in Nederland veel alternatieven voor een gang naar de rechter. Net als in de rest van de wereld wordt de aansprakelijkheid in Nederland verruimd, maar de procedures voor schadevergoeding verlopen eenvoudiger en sneller dan elders. Een Duitser moet voor al zijn juridische zaken naar de advocaat, terwijl de Nederlander gebruik kan maken van arbitrageprocedures en allerlei vormen van rechtshulp uit het typisch Nederlandse maatschappelijke middenveld. Duitsers procederen bijvoorbeeld tien keer zo veel als Nederlanders bij ongelukken op de weg, zo bleek uit een vergelijking van twintigduizend incidenten. In Nederland floreren scheidsrechters en adviesbureautjes die in naam van gekwetste slachtoffers boze brieven schrijven. Wie een klacht heeft over zijn bril, kan zijn gelijk halen bij de geschillencommissie van de consumentenbond. Ook de FNV en de ANWB bemiddelen bij geschillen.

Verzilverbare rechten

Vooral verzekeringsmaatschappijen krijgen te maken met eisen tot schadevergoeding. Toch neemt het aantal claims af. Volgens een pre-advies aan de Nederlandse juristenvereniging van Mr. A.T. Bolt en Prof. Mr. J. Spier is het aantal claims tussen 1989 en 1994 met bijna een vijfde afgenomen.

Maar het totaalbedrag aan uitgekeerde schadevergoedingen steeg met de helft. Verzekeringen moeten nu gemiddeld twee derde van de premie in schadebedragen uitkeren, terwijl dat vroeger een derde was. Jhr. Mr. J.P.H. Six van het Verbond van Verzekeraars spreekt daarom toch nog van “claimbewustzijn” van Nederlanders. “De burgers aanvaarden stomme pech niet meer”, zegt hij. “De wetgever en de rechter rekken de aansprakelijkheid steeds verder op. De polis moet steeds meer mogelijke schade dekken”. De schadelast voor verzekeringen van personenauto's bijvoorbeeld, liep volgens het Verbond van Verzekeraars in vijf jaar op van anderhalf miljard tot twee miljard gulden. Autoverzekering wordt daardoor steeds minder lonend voor maatschappijen. Verzekeringsmaatschappijen moeten zoveel geld uitkeren dat de premies steeds hoger dreigen te worden.

“Wie eist, bewijst” wordt “Wie stelt, krijgt geld”: elk leed kent tegenwoordig een schuldige die de schade moet vergoeden. Zelfs de kosten voor regelmatig terugkerende rampen, zoals overstromingen van rivierbeddingen of bevroren fruitbomen moeten kunnen worden verhaald. Volgens de rechtssocioloog prof. Mr. C.J.M. Schuyt wordt de verzekeringspremie van een kansberekening tot een spaarregeling voor “verzilverbare rechten”. Die gegroeide aansprakelijkheid is volgens Six onder meer te wijten aan de vermindering van de sociale zekerheid. Als de WAO te laag wordt, moet het slachtoffer van een beroepsziekte of van een verkeersongeluk een hogere claim indienen.

Verzekeraars creëren ook hun eigen claims: veel mensen zijn voor rechtsbijstand verzekerd. De rechtsbijstandverzekering vervangt zo een deel van de sociale rechtshulp, zodat eisen weer goedkoper wordt. Een vrouw die haar zeilboot niet kon afbetalen, wachtte niet meer op inbeslagname, maar diende een claim in tegen de leverancier wegens verborgen gebreken.

Niet bekend

Ook duiken er nieuwe dure syndromen op. De eerste huisschilders die met organische oplosmiddelen werken, schieten onverwacht uit de slof of raken depressief ('Organisch psycho-syndroom'). Duizenden Britse mijnwerkers klagen over een 'vibratiesyndroom'. En wie wordt aangereden door een auto, kan sinds enkele jaren van whiplash (zweepslag) spreken. Door een klap van achteren kunnen nek- en rugwervels worden verrekt. De klachten van deze kwaal zijn soms reëel maar net zo vaag en onbepaalbaar als vroeger de rugpijn bij de keuring voor de dienstplicht. Er zijn in Nederland zo'n 15.000 gevallen van whiplash per jaar. Als de lijder geen overduidelijke querulant met een langdurige ziektegeschiedenis is, wordt de schadevergoeding meestal zonder slag of stoot toegekend.

Vroeger konden verzekeringsmaatschappijen hun letselschade met eigen experts afdoen. Zij spraken het slachtoffer moed in en probeerden te helpen. Nu moet er onderhandeld worden met de advocaat van het slachtoffer. Letselschade is in het verzekeringsbedrijf een juridische specialiteit geworden. Uiteindelijk moeten alle burgers betalen voor de toekenning van claims: de premies worden hoger, of de belastingen als de overheid aansprakelijk is. Worden de risico's te groot, dan verlaat de verzekeraar de markt. Nog maar enkele maatschappijen wagen zich aan het verzekeren van medische schade door fouten in ziekenhuizen. Alle patiënten betalen daar mee, want de premies worden doorberekend in de tarieven voor medische hulp.

Goede trouw

Onlangs verscheen een kritisch rapport van het organisatie-adviesbureau Terpstra en Tukker over de gerechtelijke diensten in Arnhem. Hun geringe efficiency zou model staan voor de situatie in het land. Er stonden bekende klachten in: dossiers die niet op tijd zijn, stukken die zoek raken, slechte agendering en grote afstandelijkheid en isolatie van rechters. Volgens Blankenburg is de situatie in het buitenland vaak nog slechter. Hij bewondert het Nederlandse rechtsstelsel met ruime toegang tot rechtshulp en veel informele instanties en mogelijkheden tot arbitrage, zodat veel zaken buiten de dure en trage gerechtelijke procedure om worden afgehandeld. Nederlandse rechters doen meer zaken af dan hun collega's in Duitsland, België en de Verenigde Staten. Hoger beroep wordt minder vaak ingesteld dan elders. “Het procesrecht is vereenvoudigd”, zegt hij. Het aantal zaken per rechter is gelijk gebleven, maar “er wordt meer gefilterd, zodat de ingewikkelde zaken overblijven.”

Arbiters passen hun oordeel vaak aan de nieuwste stand van de jurisprudentie van de Hoge Raad, het Gerechtshof of de rechtbank aan. De Consumentenbond heeft twintig geschillencommissies, van Parket, Bankzaken, Reizen tot Schilders- en Afwerkingsbedrijf. De bouwsector kent arbitrageraden die niet alleen worden bemand door juristen maar ook door vakspecialisten. In gespecialiseerde tijdschriften wordt de stand van de rechtspraak bijgehouden. Ook verkeersongevallen kunnen door privéjustitie worden beslecht.

Nederlanders hebben volgens Blankenburg meer vertrouwen in elkaar en bemiddelende instanties dan Duitsers en hebben daarom minder behoefte aan bescherming door regels en procedures. De Nederlander is niet zo rechthaberisch, zodat er minder gedingen worden gevoerd dan in het buitenland. Franse en Duitse burgers hebben felle strijd geleverd tegen overheidswillekeur. Daardoor is in die twee landen het idee van de rechtsstaat die de burgers moet beschermen tegen de overheid stevig verankerd. Het vage rechtsbeginsel “goede trouw” speelt er een minder belangrijke rol dan in Nederland. Daar moet precies zijn omschreven wat die goede trouw inhoudt. Vooral in Duitsland wordt de rechtssystematiek dan ook op peil gehouden door een vloed van literatuur van tien ministeries van justitie van de deelstaten, van 160 hoogleraren en vijf senaten voor strafrecht. Een Duitse rechter moet 180 tijdschriften bijhouden, een Nederlands lid van de Hoge Raad slechts veertig.

Nederland kende geen onafhankelijke administratieve rechtsprocedures, tot een uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de jaren tachtig. De Raad van State is tegelijkertijd hoogste adviesorgaan van de regering en hoogste instantie van bestuursrechtspraak. Dat mocht niet van het Europese Hof, in verband met scheiding der machten. Nederland werd gedwongen om een goede administratieve gerechtelijke procedure in te stellen voor burgers, die daar nu steeds meer gebruik van maken. Bovendien wordt steeds vaker rechterlijke toetsing geëist van allerlei maatschappelijke verschijnselen en processen. “Pas nu ontstaat wantrouwen tegen de overheid in Nederland”, zegt Blankenburg.

Volgens Mr. J.C. van Dijk, president van de rechtbank in Alkmaar, wordt eenvoud van procedure in het algemeen door de burgers meer op prijs gesteld dan doctrinaire zuiverheid. De rechtbank in Hamburg deed een experiment met korte en lange vonnissen. Na korte vonnissen bleek minder vaak hoger beroep te worden ingesteld dan na lange. Dat geldt volgens Van Dijk ook voor Nederland. “Hoe meer je schrijft, des te meer kunnen de partijen aanvallen”, zegt hij. Hij hecht aan mondelinge zittingen, ook als die niet verplicht zijn bij civiele gedingen. Hij vraagt dan na de pleidooien van de advocaten nog aan de eiser en gedaagde zelf of ze vinden dat alles aan de orde is gekomen. Soms begrijpt hij pas goed waar het om gaat, als een van de partijen het zelf nog eens duidelijk formuleert. Net zoals andere presidenten is Van Dijk gesteld op het snelle kort geding dat de afgelopen tien jaar een hoge vlucht heeft genomen. Volgens hem bestaat er in gedrag van advocaten en rechters een groot verschil tussen de Randstad en daarbuiten. In de Randstedelijke rechtbanken, Den Haag, Rotterdam, Haarlem en Amsterdam beginnen advocaten sneller een procedure en komen ze met meer wetsteksten en verdragsteksten.

Schommels

Een strijdlustige mentaliteit onder burgers heeft voordelen. Een ziekenhuis wordt gedwongen om iets te doen aan de vele mislukte operaties. De NS moeten een gevaarlijke spoorwegovergang beter beveiligen. Een aannemer moet zich zorgen gaan maken over de veiligheid van zijn graafwerktuigen. Het nadeel is dat procedures zakendoen onmogelijk kunnen maken: risico's worden onverzekerbaar. Sommige activiteiten worden onmogelijk. In Amerika verdwijnen schommels van kinderspeelplaatsen, zodat niemand aansprakelijk kan worden gesteld na een valpartij. Zo ver zal het in Nederland nooit komen. In het Angelsaksische stelsel wordt bij misstanden en wanpraktijken gewacht op een procedure van de benadeelde, terwijl Nederlanders in overleg al in een eerder stadium een oplossing zoeken.

Bouwexpert Jan Doevendans hoeft steeds minder vaak te getuigen bij rechtszaken over zwammen in de kelder. Hij wordt vaker bij de verkoop van een huis uitgenodigd, zodat hij bij voorbaat kan vertellen of de kelder schimmelvrij is en wat er aan moet gebeuren. “We kunnen het samen eens worden. Dat werkt veel prettiger”, zegt hij.