Boodschappen doen vanuit de luie stoel

Boodschappen doen in een virtuele stad. Inwoners van Ede-Wageningen en Eindhoven kunnen dat binnenkort. Vanuit hun luie stoel lopen ze V & D en een Super-winkel binnen. De bouwer van de stad, de OVD Groep uit Ede, verwacht een stormloop van detaillisten op de virtuele winkels.

Voor mensen die een hekel aan winkelen hebben, is een virtuele stad de ideale plaats om boodschappen te doen. Het weer is er altijd goed, het is er schoon en er heerst een weldadige rust. Geen drukte op straat, geen gedrang in de winkels. En welke winkel je ook binnenstapt, je wordt direct geholpen en perfect bediend.

Dertig inwoners van Ede en Wageningen gaan met ingang van september bij wijze van proef hun boodschappen in zo'n virtuele stad doen. Ze kunnen rustig thuis in hun luie stoel blijven zitten, want door een aansluiting op de onlangs aangelegde elektronische snelweg in de Gelderse Vallei kunnen ze de stad bereiken via hun tv-toestel. De entree tot de stad is een romantisch park met een klaterende fontein. Van daaruit is het maar één muisklik naar de realistisch ogende winkelstraat, bankstraat, woonboulevard, straat met reisagentschappen, entertainmentstraat, medische straat en opleidingsstraat. De virtuele winkels, banken en andere bedrijven en instellingen aan deze straten zijn vierentwintig uur per dag open. De klant kan er zich laten voorlichten over produkten en diensten, maar ook een bestelling plaatsen en daarvoor betalen. Tot de aanbieders in de virtuele stad behoren Vroom & Dreesmann en Unigro met een Superwinkel.

Het proefproject Electronic Highway Ede-Wageningen is een initiatief van de OVD Groep in Ede, het opleidingsinstituut en kenniscentrum voor de detailhandel. Doel van het project is meer inzicht te krijgen in de waarde van on-line dienstverlening voor het bedrijfsleven. De proef krijgt in januari een vervolg in een groter pilot project in Eindhoven. Daar worden duizend mensen via het tv-kabelnetwerk interactief verbonden met de virtuele stad. Het project in Eindhoven moet uitgroeien tot een fullservice netwerk: het Service Plaza Eindhoven.

Met de projecten in Ede-Wageningen en Eindhoven wordt een eerste stap gezet op weg naar een virtuele stad die door alle Nederlanders bezocht kan worden. Technisch gezien kan die stad er over anderhalf tot twee jaar zijn, maar drs. Niek Vrielink, manager innovatie van de OVD Groep, sluit niet uit dat de realisatie van het netwerk, gezien de kosten, méér tijd zal vergen. “Computerbedrijven zullen bereid moeten zijn om in randapparatuur te investeren en de kabelexploitanten zullen het tv-kabelnetwerk geschikt moeten maken voor interactieve communicatie. Bovendien moeten alle kabelnetwerken gekoppeld worden. Dat alleen al kost per regio zo'n vijf à zes miljoen gulden. Maar de Vecai, de vereniging van kabelexploitanten, heeft al gezegd voorstander te zijn van koppeling van de kabelnetwerken. Het argument is dat daardoor meer informatie geboden kan worden aan de consument. Misschien komt het netwerk dus toch wel snel van de grond.”

Dat er in Nederlandse gezinnen meer televisies dan computers staan, speelde voor de OVD Groep mee bij de keuze van het medium. De televisie biedt, volgens Vrielink, ook meer mogelijkheden dan de computer. “We maken wel gebruik van het Internet-protocol, maar niet van het World Wide Web. De reden is dat de televisie de consument veel breder kan informeren over produkten en diensten. Als je via het Internet een bureaustoel wilt kopen, ga je naar de web-pagina van een meubelzaak en kijk je of ze hebben wat je zoekt. Op die manier moet je alle meubelzaken langsgaan. Maar zoek je een bureaustoel via het tv-kabelnetwerk, dan ga je naar de informatiezuil op de woonboulevard van de virtuele stad. Deze zuil wil precies weten wat voor stoel je wilt hebben en geeft je dan een lijst van winkels met zulke stoelen. Dat is een enorme tijdsbesparing. En zo kun je ook te werk gaan als je bijvoorbeeld een lijfrentepolis zoekt. Je kunt trouwens via de televisie ook een on-line verbinding krijgen met iemand die advies geeft over verzekeringen. Internet biedt die mogelijkheid niet, dat systeem is veel killer en onpersoonlijker.”

De OVD Groep heeft tot nu toe nauwelijks ruchtbaarheid gegeven aan de ontwikkeling van de virtuele stad. Het aantal aanmeldingen voor deelname aan de pilotprojecten in Ede-Wageningen en Eindhoven is daardoor nog heel gering. Behalve Unigro (Super) en Vroom & Dreesmann doen de Rabo Bank, de ABN-Amro Bank, Wehkamp, VNU-Brabantpers, Nuon, de Nederlandse Kabelexploitatie Maatschappij (NKM), de Landbouwuniversiteit Wageningen (LUW) en de gemeente Eindhoven mee in de pilots. Maar Vrielink verwacht dat het nu storm gaat lopen. “Als bekend wordt dat grote ondernemingen als Vroom & Dreesmann en Unigro een virtuele winkel laten bouwen, zal het aantal deelnemers ongetwijfeld snel toenemen.”

De retailers, banken en andere bedrijven en instellingen die zich in de virtuele stad vestigen, doen dat niet om meer omzet te genereren. Ze willen in de eerste plaats ervaring opdoen met de elektronische snelweg en ontdekken hoe ze in de virtuele stad met consumenten kunnen communiceren. Dat er nog veel onzekerheden zijn, nemen ze voor lief. Een van de onzekerheden is de financiering van het systeem. Verwacht wordt dat consumenten weinig of geen geld zullen overhebben voor het winkelen in de virtuele stad. Dat betekent dat de aanbieders van produkten en diensten de kosten voor hun rekening moeten nemen. Iedereen die in de stad een ruimte wil huren, zal daarvoor moeten betalen.

De bouw van de virtuele stad, waarbij zes programmeurs zijn betrokken, wordt bekostigd door de OVD Groep. Het opleidings- en kenniscentrum voor de detailhandel wil aan de hand van deze stad de meerwaarde van het virtueel winkelen aanschouwelijk maken. De investering moet terugverdiend worden met training on demand en on-line information via de elektronische snelweg. Gedacht wordt in de eerste plaats aan opleidingen voor het midden- en kleinbedrijf (MKB). Scholing van winkelpersoneel is in het MKB vaak een probleem. Winkeliers kunnen hun personeel eigenlijk niet missen en vinden de kosten van de opleidingen al snel te hoog. Interactieve opleidingen zijn goedkoper en hebben het voordeel dat de werknemers zelf kunnen bepalen waar en wanneer ze een cursus volgen. Dat kan op de werkplek zijn tijdens de stille uurtjes, maar ook thuis.

Als het virtueel winkelen een succes wordt in Nederland, zullen er nieuwe opleidingen voor de detailhandel ontwikkeld moeten worden, meent drs. Wijnand Jongen, business manager van de OVD Groep. “Er zal een ander koopgedrag ontstaan. Consumenten zullen massa-artikelen via het netwerk kopen. Bij de aanschaf van duurdere artikelen zullen ze zich eerst laten informeren via het netwerk voordat ze naar een gespecialiseerde winkel gaan. De verkopers in dat soort zaken zullen zich tot adviseurs moeten ontwikkelen. Ze zullen een betere vak- en assortimentskennis moeten hebben en ook over psychologische kennis moeten beschikken. Er zal een groter verschil ontstaan tussen vakkenvullers en verkopers.” Door het virtueel winkelen zal volgens Jongen ook het karakter van de winkels veranderen. Verkooppunten zullen gedeeltelijk vervangen worden door demonstratiepunten, bijvoorbeeld in de sector wit- en bruingoed, en supermarkten worden ontmoetingsplaatsen waar mensen produkten kunnen proeven. “Je ziet dat al een beetje in de nieuwe winkels van Albert Heijn die een café-achtige kern hebben. De supermarkt van de toekomst zal sterk klantgericht zijn en veel service bieden, want vooral daarin ligt het onderscheidend vermogen.”

Om de detailhandel in staat te stellen de inrichting van winkels sneller aan te passen aan de wensen en behoeften van de klanten, heeft de OVD Groep een virtueel winkelinrichtingsprogramma ontwikkeld: Store Designer Pro. Met dit driedimensionele softwareprogramma kan een winkelier op een gewone pc zelf z'n winkelinrichting ontwerpen. Met behulp van de muis worden schappen, stellingen, vitrines en kassa's uit de 'bibliotheek' gehaald en in de virtuele winkel gezet. Er kunnen ook spiegels en tv-camera's worden opgehangen en het is zelfs mogelijk om te zien welk deel van de winkel op die manier beveiligd wordt. Het programma kan in een paar seconden uitrekenen of de gekozen opstelling de efficiëntste is. Als de inrichting klaar is, kunnen de schappen met artikelen worden gevuld. Het resultaat is te beoordelen tijdens een virtuele wandeling door de winkel.

Driedimensionele winkelinrichtingsprogramma's bestonden al wel, maar konden alleen in hoogwaardige en kostbare Silicon Graphic-computers worden gebruikt. De enige Europese detaillist met zo'n computer van een half miljoen gulden is de supermarktketen Sainsbury in Engeland. Alle andere winkelketens werkten vóór de introductie van Store Designer Pro met tweedimensionele programma's waarmee alleen schappenplannen (plannen voor de indeling van de produkten op de schappen) gemaakt kunnen worden. Het unieke winkelinrichtingsprogramma van de OVD Groep dat eerder dit jaar tijdens vakbeurzen in binnen- en buitenland werd gepresenteerd, is een doorslaand succes. Het is in Nederland al in gebruik bij Albert Heijn en de Hema, maar ook verschillende buitenlandse winkelsketens werken er al mee. Het succes van de virtuele winkel was voor het opleidingsinstituut uit Ede aanleiding om nu een complete virtuele stad te bouwen.