Beursmalaise laat economie koud

AMSTERDAM, 27 JULI. De grote klap blijft vooralsnog uit op het Damrak, maar schoksgewijs zakken de aandelenkoersen toch flink naar beneden. Sinds begin deze maand is op papier de totale waarde van alle Nederlandse aandelen samen gedaald met ruim 45 miljard gulden - een bedrag dat zich laat vergelijken met de waarde van 180.000 eensgezinswoningen, waar ruwweg de populatie van geheel Rotterdam in kan worden ondergebracht.

Zo'n enorm bedrag wekt de indruk dat de koersdaling op de Amsterdamse effectenbeurs gevolgen kan hebben voor de Nederlandse economie. Maar als er al een verband is tussen aandelenkoersen en het leven van alledag, tussen de financiële economie en de werkelijke economie, dan is dat hoogst onduidelijk en nogal omstreden. De rentemarkt en valutaschommelingen hebben grote invloed op de economie. Maar het beursklimaat lijkt meer als het weer: het beïnvloedt wel de stemming, maar beneden op straat werken en besteden we gewoon door. Tenzij zich extreme omstandigheden voordoen.

De meest gangbare connectie tussen Wall Street en Main Street is die van het 'wealth effect', een niet toevallig in het Interbellum geformuleerd principe dat aangeeft dat het bestedingspatroon van consumenten niet alleen afhankelijk is van hun regelmatige inkomen, maar ook van veranderingen in de waarde van hun vermogen. Wie zijn aandelenbezit in waarde ziet dalen, houdt zijn hand op de knip. En daardoor raakt de economie in het slop.

In de huizenhoge beurshausse van de jaren twintig, en de diepe depressie van de jaren dertig kan het verleidelijk zijn geweest zo'n verband te leggen tussen de gezondheidstoestand van de beurs en die van de economie. Vandaar dat in oktober 1987, de eerste maal dat er sinds de oorlog een werkelijke krach plaatsvond, gevreesd werd voor een flinke recessie. Naderhand is vastgesteld dat het beursdrama van '87 in de werkelijke economie schouderophalend voorbij werd gegaan.

Pagina 15: Effect beurskrach '87 op economie bleef beperkt

De beurskrach resulteerde, zo leerde later onderzoek, mogelijk in een nog geen 1,5 procent lagere particuliere consumptie dan zonder krach het geval zou zijn geweest. Maar zelfs dat bescheiden percentage is omstreden. De forse koersdaling van aandelen kan in '87 ook de voorbode zijn geweest van een vertraging in de economie die evengoed plaats zou hebben gevonden. Zodat de lager dan verwachte particuliere bestedingen net zo goed het gevolg als de oorzaak kunnen zijn geweest van de economische adempauze.

In de Verenigde Staten is onlangs uitgerekend dat de recente koersdalingen op Wall Street kunnen leiden tot een vermindering in de consumptieve bestedingen van hooguit 0,5 procent. Voor Nederland, waar minder openheid is over geldzaken, zijn er zeer weinig gegevens over het aandelenbezit van particulieren beschikbaar. Een schatting kan alleen worden gemaakt met twee vooronderstellingen. De eerste is de Amerikaanse vuistregel dat van elke gulden waardedaling zo'n vijf cent doorsijpelt in het 'wealth-effect'. De tweede vooronderstelling is dat alle aandelen op de Amsterdamse Effectenbeurs in handen zijn van Nederlandse particulieren, hetgeen in werkelijkheid niet het geval is. Zo berekend komt het vermogenseffect bij een koersdaling van tien procent op de beurs uit op naar schatting 0,6 procent van de consumptieve bestedingen, die in Nederland vorig jaar ruim 380 miljard gulden bedroegen.

Zelfs op dat lage percentage is het nodige af te dingen. Gelet op de spreiding van het particuliere aandelenbezit in de VS, waar driekwart van het aandelenbezit voor rekening komt van de rijkste vijf procent van de bevolking, is het nog maar de vraag of een daling van het vermogen direct leidt tot minder bestedingen. De gewone man zou er wellicht een biefstukje minder om kopen, maar de vermogende particulier niet.

Bovendien is lang niet al het aandelenvermogen zichtbaar. Wat op effectenrekeningen staat wel, en ook de waarde-ontwikkeling van beleggingsfondsen is eenvoudig bij te houden. Maar wat er in het pensioenfonds zit niet, en dat geldt ook voor het vermogensdeel van levensverzekeringen, spaarhypotheken en lijfrentepolissen. De waarde-ontwikkeling van dat vermogen onttrekt zich aan het gezichtsveld van de particulier.

En hoe zit het met de koersstijgingen van de afgelopen anderhalf jaar? Alleen al sinds eind 1995 tot halverwege dit jaar werden Nederlandse aandelen samen 100 miljard gulden meer waard.

Een verband tussen de stijgende aandelenkoersen en de aantrekkende consumptieve bestedingen dit jaar is niet gelegd. Wel vermoeden economen een ander vermogens-effect. De forse stijging van de woningprijzen wordt gezien als de belangrijkste oorzaak achter het record aantal hypotheken dat in het eerste kwartaal van dit jaar werd afgesloten. Een opvallend deel van die hypotheken was kleiner dan 50.000 gulden. Dat wijst er op dat de waardestijging van de woning voor een deel contant is gemaakt door de hogere hypotheek, waarna het geld is gebruikt voor verbouwingen en grote aankopen.

Er zou, alles bij elkaar, een echte beurskrach voor nodig zijn om een rimpel door de consumptieve bestedingen te laten trekken. Recent onderzoek in Canada wijst op het optreden van een vermogens-effect als de beurskoersen daar nog eens 15 procent tot 20 procent dalen. Andersom wordt in Japan verwacht dat een stijging van het Nikkei-gemiddelde tot boven de 25.000 punten de weifelende Japanse consument wellicht tot meer bestedingen zou kunnen verleiden. Dat vergt een koersstijging met bijna 20 procent vanaf het huidige niveau.

    • Maarten Schinkel