Wat nou pijn?

Dankzij topsport begrijpen we iets meer van het verschil tussen goed en kwaad en tussen gezond en ziek. Topsport fungeert als de spiegel waarin we ons hoofd, buik en benen dagelijks ter correctie zouden moeten onderwerpen. Topsport heeft een voorbeeldfunctie. Kijk naar de spierballen van de gewichtheffers en de onderwereldkoppen van de boksers, kijk naar de buiken van de schutters en naar de borstjes van de turnsters.

Dat ze voor goud gaan en ons overtreffen met hun specifieke talenten is mooi, heel mooi zelfs. Maar zouden we onze pedagogische kwaliteiten als ouder niet ter discussie stellen wanneer een van onze kinderen het in zijn hoofd haalt later ook in die gedaante het wereldnieuws te halen?

De kroonprins van Oranje heeft recent nog eens benadrukt hoe gezond sport is voor geest, lijf en leden. De staatssecretaris van Oranje juicht elke vorm van jacht op olympisch succes toe als gold het de enige garantie voor vrede in de wereld en de premier van Oranje hoopt dat sportieve glorie een equivalent is voor welvaart. Toegegeven, een lichaam dat speelt en beweegt schijnt beter dienst te doen dan een lichaam dat in ruste en in meditatie van de geneugten des levens geniet. Al is van monniken in de Himalaya bekend dat ze niets anders doen dan zitten, denken, lezen, eten en drinken en toch in vrede leven. Maar hun zal wel de ernst ontgaan van de door Olympia gedicteerde wereld.

Typisch Amerikaans wordt de manier genoemd waarop president Clinton de 18-jarige Amerikaanse turnster Kerri Strug eert na haar gouden medaille bij het turnen voor vrouwenteams. Het meisje had bij de beslissende paardsprong een enkel verzwikt en was huilend van het strijdtoneel gedragen. Ze had geleden en ze had pijn gehad, maar ze had de pijn doorstaan en mocht als een heldin temidden van haar vriendinnen de gouden medaille in ontvangst nemen. Clinton en zijn empathische vrouw waren getroffen door zoveel moed en nodigden het dappere meisje uit op een glaasje fruitsap in het Witte Huis. Kerri Strug is een voorbeeld voor alle meisjes die pijn lijden - Clinton zei het niet maar bedoelde het wel.

Pijn. Hoezo pijn? Verdriet. Hoezo verdriet? Opofferingen. Hoezo opofferingen? Moed. Wat nou moed? Meisjes en jongens die min of meer zelf hebben besloten aan topsport te doen ten voorbeeld stellen aan kansarme meisjes en jongens in de Derde Wereld en sport als reinigingsmiddel voorwenden, het is goed bedoeld. Zeker in een land als de Verenigde Staten dat als het meest gewelddadige van de Westerse wereld geldt. En een sport als medium ter verschoning van lichaam en geest aanwenden, mag dan eveneens een lovenswaardig streven zijn. Begin niet over pijn, verdriet, opofferingen en moed. Huilende jongens en meisjes zijn aangrijpend en doen ons beseffen dat het leven niet altijd geeft waar we recht op menen te hebben. En juichende jongens en meisjes zijn aanstekelijk: gelukkig maar dat er reden is om gelukkig te zijn. Maar het is even goed te weten dat sport maar sport is.

Distantie van emotie kan verhelderend zijn, maar leidt als enige levenshouding natuurlijk ook niet tot verlichting. De Olympische Spelen mogen dan niet als het redmiddel bij uitstek tegen ziekte en geweld gelden, ze bieden wel inzicht in de fysieke en psychische mechanismen van mensen. Dat bijvoorbeeld judoka Jessica Gal geen medaille won is niet zo erg en dat ze daarom bekritiseerd werd niet veel erger, maar dat haar verweten wordt niet in staat te zijn het beste uit haar lichaam en geest te halen is wel erg. Wie bepaalt eigenlijk waartoe een mens in staat is? Dat kan toch alleen een mens zelf.

Leven is al een sport op zich. Kijken naar het leven van een ander ook. Hoe de Italiaanse volleyballer Giani zich beweegt, slaat en zich mentaal oplaadt, dat is niet van een gewoon mens, dat is bijzonder. Hoe de Italiaanse wielrenner Collinelli met zijn rechterhand op zijn hart zijn volkslied aanhoort, terwijl de regen loodrecht op zijn hoofd stort, dat is ook bijzonder. De regen die als Gods tranen op een triomferende sportman vallen. Collinelli onderging de douche als gold het wijwater. Als hij maar geen kou heeft gevat.