Spaarzin consument kost Philips winst

EINDHOVEN, 26 JULI. Wat Philips' financiële roerganger predikt is populair onder miljarden wereldburgers maar kost 6.000 mensen hun baan. De zin zou passen in een scryptogram, maar weerspiegelt in werkelijkheid de schier uitzichtloze positie van Philips in delen van zijn kernbedrijf.

Het concern (bijna 275.000 werknemers, waarvan 43.000 in Nederland) komt voor de tweede keer in zes maanden met een ingrijpende reorganisatie om op de markt voor consumentenprodukten het hoofd boven water te houden. De marges in de produktie en verkoop van tv, cd-spelers en video's staan al jaren onder druk, de gewenste 4 procent winstmarge bleek een fata morgana, maar er werd tenminste nog geld verdiend. Nu stroomt het geld heel hard het bedrijf uit. In het eerste kwartaal 52 miljoen gulden verlies, het tweede kwartaal 40 miljoen. Dat is nog voor toerekening van betaalde rente op financiering van voorraden.

Eerst was alleen de Europese consumentenmarkt een drama, nu deelt ook Noord-Amerika in de malaise. Consumenten stellen beslissingen uit; wachten op de volgende uitverkoop. Philips financiële roerganger D. Eustace kan het zelfs wel begrijpen: wie zich zorgen maakt over zijn baan, twijfelt ook over de aankoop van een nieuwe tv, hoe goed die ook is. De zorgen daarover worden niet minder door de constant reorganiserende multinationals, zoals Philips en - ook gisteren - de Britse chemiereus ICI.

De consumenten reageren net als Eustace toen hij Philips financieel vier jaar geleden uit de acute zorgen haalde. I love cash, zei de Brit toen. De consument houdt nu zijn geld op zak en de koopwaar op het schap.

Onrustbarend voor Philips is dat de prijzenslag zich als een olievlek over het concern verspreidt. Na de consumentenmarkt is sinds begin dit jaar ook de chipsmarkt in de ban van prijsverlagingen om maar omzet te draaien en daarmee de dure produktiecapaciteit bezet te houden. De Philips-kwartaalwinst uit gewone activiteiten (304 miljoen gulden in tweede kwartaal) drijft op de chips. In het eerste kwartaal leverden chips en monitoren bijna 60 procent van het bedrijfsresultaat, nu al bijna 75 procent. Maar in guldens daalt hun bijdrage in een tempo van 100 miljoen gulden per kwartaal. Ook de sector licht, Philips' bakermat die een constante geldstroom oplevert, boekt wel omzetgroei, maar “voortgaande prijserosie” knabbelt aan de winst.

En nog onrustbarender: Philips zoekt de volgende prijzenslag zelf op. In 2000 wil het bedrijf een van de top drie aanbieders zijn van mobiele telefoons. Een zeer concurrerende markt erkende Eustace, waar Philips naar zijn zeggen twee jaar te laat instapt, omdat het concern het management niet had. Of had de Philips-top niet eerder de visie om management te recruteren?

Compensatie voor deze prijzenslagen is er op korte termijn niet. Geen buitengewoon optimisme bij kopers. Geen extra winstgroei bij Polygram en BSO/Origin; Philips Media - een speerpunt onder leiding van scheidend president J. Timmer - verliest nog steeds.

Nadat de Duitse probleemdochter Grundig in februari de wacht was aangezegd (Philips financiert dit jaar voor het laatst de verliezen), komt nu een wereldwijde reorganisatie in de sector Sound & Vision op gang: 6.000 van de 40.000 werknemers verliezen hun baan. De voorziening voor de reorganisatie van 800 miljoen gulden zorgt het tweede kwartaal voor bijna een half miljard verlies.

Philips maakt een vlucht naar voren in een poging de kostprijs van zijn produkten te verlagen en sneller te anticiperen op de eisen van de consument. Een quantum leap vooruit, zegt Eustace. Changing the rules of the game heet het officieel. Waarom denkt Philips in zijn eentje de spelregels te kunnen veranderen? Niemand anders zal ons helpen, daarom moeten wij het wel alleen doen, zegt Eustace. Hij schetste gisterochtend bij de presentatie van de winstval het beeld van de laatste, eenzame Europese producent die moet opboksen tegen de Japanse en Koreaanse concurrenten. Anderen kozen al eieren voor hun geld en verkochten of sloten fabrieken. Machtige merken van eertijds zijn van de schappen gehaald en uit de geheugens verdwenen.

“People buy brands”, zei Eustace, met een van zijn treffende one liners. Het Philips-merk moet het halen, een andere mogelijkheid is er niet. Philips zit in de consumentenelectronica, daar kan het concern niet uit. Alle bespiegelingen van financiële analisten en agressieve beleggers ten spijt, maar Eustace ziet niets in een opsplitsing van het concern. De beurskoers geeft aanleiding tot zulke opbreekscenario's.

De divisies zijn apart meer waard dan de som die Philips nu is, zo kan uit de beurskoers worden afgeleid. Nee, zegt Eustace, het is effectiever om de slecht presterende bedrijven het vuur na aan de schenen te leggen dan het tafelzilver te verkopen. En, nee, van druk van de aandeelhouders voor een break up heeft hij niets gemerkt. Hij vertrouwt erop dat de ingreep hen zal overtuigen. “The shareholders keep us in business.”

    • Menno Tamminga