Schadevergoeding voor 'balpenzaak'

ROTTERDAM, 26 JULI. De 26-jarige student Jim T. uit Leiden, die in april werd vrijgesproken van de 'balpenmoord', heeft van het openbaar ministerie een schadeloosstelling gekregen voor de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. “Het geschil met de justitie en politie is in der minne geschikt”, aldus de vader van de student. Het OM noch de familie T. wil zeggen hoe hoog de schadeloosstelling is.

Het Haagse gerechtshof sprak T. dit jaar vrij van moord. Het hof achtte niet bewezen dat T. zijn moeder met een kruisboog een balpen in het oog had geschoten, waardoor zij om het leven kwam. Tegen T. was door de procureur-generaal vijftien jaar gevangenisstraf geëist.

De 53-jarige moeder van T. werd in 1991 dood aangetroffen in haar woning. Na lijkschouwing bleek zij een Bic-ballpoint in haar hoofd te hebben, die via het oog was binnengedrongen. Ofschoon forensische onderzoekers van meet af aan de mogelijkheid van een ongeval niet uitsloten, ging de Leidse politie uit van moord.

Op verdenking van moord werd in juni 1991 een gerechtelijk vooronderzoek geopend tegen de voormalige echtgenoot van het slachtoffer, zijn twee dochters en zijn zoon. Dit onderzoek werd in 1992 door de politie zonder resultaat afgesloten. De familie diende een klacht in bij de Nationale Ombudsman omdat hen tijdens de politieverhoren niet was verteld dat zij als verdachten werden beschouwd. Eind december 1993 stelde de Nationale Ombudsman de familie in het gelijk.

In augustus 1994 werd door de politie het onderzoek heropend, nadat twee mensen naar de politie waren gegaan met voor Jim belastende verklaringen. In oktober 1995 werd Jim door de Haagse rechtbank tot twaalf jaar celstraf veroordeeld voor moord op zijn moeder. De rechtbank veroordeelde T. vooral op basis van de verklaring van de anonieme therapeute.

Voor de beroepsvereniging van psychologen loopt nog een klacht tegen een voormalige therapeute van Jim T. Zij legde als anonieme getuige belastende verklaringen tegen hem af. Volgens Jim T.'s vader kan de familie na de schadeloosstelling weer “langzaam de draad van een normaal bestaan oppakken”.