Residentie Orkest

Terzake het artikel van Paul Luttikhuis over Piet Veenstra (18 juli), het volgende. Veenstra of Luttikhuis zegt: “Bij het Residentie Orkest ging Veenstra in de jaren zeventig heel wat minder omzichtig te werk. Binnen enkele jaren onderging het brave Haagse orkest een metamorfose.

” En dan wordt Maderna erbij gehaald, suggererend dat Veenstra hem heeft uitgevonden. Maderna, “het troetelkind van de Notenkrakers” (zoals Luttikhuis hem noemt) dirigeerde in de jaren zestig het RO 47 maal, voor het eerst zes maal in '62/'63. Dus lang voordat Veenstra in 1970 in de artistieke commissie kwam. Er was tot 1970 helemaal geen artistieke commissie.

Boulez begon bij het RO op 17 januari 1961 en gaf 34 concerten met het RO tot 1968. Het Residentie Orkest was in de jaren zestig nationaal en internationaal befaamd voor zijn vernieuwende programmering. De leuze was in de jaren zestig: 'Bij het RO muziek van 1200 tot 1960'. Het RO gaf in 1966 de vermaarde Strawinsky Cyclus en in 1968 ook de Berg/Schönberg/Webern Cyclus. En in 1968 ook de Bartok/Ravel Cyclus.

Tussen 1949 en 1972 - de periode Van Otterloo - heeft het RO in totaal 574 maal een stuk van 227 Nederlandse componisten gespeeld. Onbekende oude zowel als niet eerder gespeelde nieuwe werken waren al twintig jaar voor 1970 een vanzelfsprekend onderdeel van de Haagse programmering. Reeds in zijn eerste seizoen '49/'50 had Van Otterloo werken van negentien Nederlandse componisten op zijn programma.

Dat 'brave' RO toch.

    • Hans Citroen