Portret van een worstelaar

John Irving: The Imaginary Girlfriend. A Memoir. Uitg. Bloomsbury, 148 blz. Prijs ƒ 33,25. (Nederlandse editie: Het verzonnen meisje. Vert. Sjaak Commandeur. Uitg. Anthos, 152 blz. Prijs ƒ 27,50.)

Het is niet talent dat telt, maar discipline en geduld. Deze variant op de oude uitspraak '10 procent inspiratie, 90 procent transpiratie' is het thema van de bescheiden memoires van John Irving.

De auteur van dickensiaanse bestsellers als The World According to Garp en The Cider House Rules maakt duidelijk dat hij zichzelf nooit heeft beschouwd als een geboren schrijver; hij is meer een geboren herschrijver. Net als in zijn geliefde worstelsport is eindeloos oefenen een vereiste. De lijvige, schijnbaar makkelijk geschreven romans van Irving zijn dan ook het resultaat van 'herformuleren en nog eens herformuleren'.

The Imaginary Girlfriend, dat Irving schreef in de vier maanden die hij moest revalideren na een schouderoperatie, is in de eerste plaats een portret van de auteur als worstelaar. Irving (Exeter, Massachusetts 1942) begint zijn verhaal na zijn lagere-schooltijd en vertelt hoe hij op de universiteit leed onder zijn (nooit als zodanig herkende) dyslexie. Het enige lokaal waar hij zich echt op zijn gemak voelde was de wrestling room; de beste leraren die hij had waren worstelcoaches. Als schrijver debuteerde hij pas in 1969, toen hij als wedstrijdworstelaar zijn beste tijd gehad had.

Tussen de verhalen over worstelwedstrijden door - Irving was tot een paar jaar geleden trainer-coach - besteedt Irving af en toe een hoofdstukje aan zijn vorming als schrijver. Zo lezen we over zijn leermeesters in Creative Writing en over zijn bewondering voor de 'drie grootste levende schrijvers' Günter Grass, Gabriel García Márquez en de eind vorig jaar overleden Robertson Davies. Irving beschrijft het voor zijn schrijversloopbaan zo belangrijke verblijf in Wenen, dat sporen naliet in zijn debuutroman Setting Free the Bears, in Garp en in The Hotel New Hampshire. En hij weidt uit over zijn ervaringen als schrijfdocent aan de prestigieuze Writer's Workshop in Iowa, waar hij les gaf aan onder anderen T. Coraghessan Boyle.

Maar de meeste herinneringen van John Irving gaan toch over worstelen - over houdgrepen, hongerdiëten, gebroken vingers en weinig tot de verbeelding sprekende toernooien. Voor mensen die geïnteresseerd zijn in John Irvings schrijverscarrière is dat jammer; die hebben heel wat meer aan de aanstekelijke en veelzeggende essays die Irving een paar jaar geleden publiceerde in De redding van Piggy Sneed.