Pierre Buyoya; Verlicht voorstander emancipatie Hutu's

BUJUMBURA, 26 JULI. “In de partijpolitiek of de regering heb ik niets meer te zoeken. Ik kan beter buiten de politiek werken om vrede te stichten tussen de Hutu's en de Tutsi's in Burundi.” Eerder dit jaar ontkende de 46-jarige ex-president Pierre Buyoya in een gesprek met deze krant nog politieke ambities te koesteren.

Hij noemde de regering van de inmiddels gevluchte Hutu-president Ntibantunganya “stuurloos” en bekritiseerde het extremisme aan zowel Hutu- als Tutsi-zijde. Het idee van een buitenlandse militaire interventie om het land uit de chaos te helpen, wees hij resoluut van de hand.

Pierre Buyoya is wel de Michail Gorbatsjov van Burundi genoemd. Buyoya, zelf een Tutsi, zag in dat de traditionele dominantie van de Tutsi-minderheid over de meerderheid der Hutu's op de lange termijn niet houdbaar was. Hij wilde concessies doen om een revolutie van de Hutu's, zoals die ten tijde van de onafhankelijkheid in buurland Rwanda had plaatsgehad, te voorkomen. Geleidelijk en zonder geweld zouden de Hutu's in de machtsstructuren moeten worden opgenomen.

Toen Buyoya in 1987 door een staatsgreep tegen zijn neef, de toenmalige president Jean Baptiste Bagaza, de macht overnam begon hij een groot aantal Hutu's in zijn kabinet op te nemen, iets wat nooit eerder was gebeurd in de Burundische politiek. Hij probeerde oprecht de Hutu's en Tutsi's te verzoenen, hoewel er onder zijn regime twee bloedbaden onder Hutu's plaatshadden. Onder buitenlandse druk - en naar zijn eigen mening te snel - voerde hij het meerpartijenstelsel in. Buyoya leidde in 1993 zijn UPRONA-partij in de verkiezingen, maar legde het daarin af tegen de Hutu-partij FRODEBU.

Buyoya had zich tijdens zijn regeerperiode opgesteld als een president van beide bevolkingsgroepen en verwachtte daarom de verkiezingen te winnen. Maar de Hutu's stemden massaal op Melchior Ndadaye en zijn FRODEBU. Ndadaye, de eerste democratisch gekozen president, begon onmiddellijk met voortvarendheid aan de emancipatie van de Hutu's te werken. Met name in het door Tutsi's overheerste ambtenarenapparaat en in de strijdkrachten ontstond paniek: de machtspositie van de Tutsi's kwam in gevaar door Ndadayes beleid. Drie maanden na zijn verkiezingsoverwinning sloegen opstandige militairen toe en vermoordden de president en andere leiders van FRODEBU.

Volgens Buyoya liep deze Hutu-partij veel te hard van stapel en riep daardoor zelf de wraak over zich af van het Tutsi-establishment. Het radicalisme van de Hutu-partij leidde volgens hem tot de oprichting van de Tutsi-milities en - als reactie daarop - Hutu-guerrillabewegingen. Buyoya trok zich na zijn verkiezingsnederlaag terug uit de politiek en richtte de Vereniging voor Eenheid, Vrede en Democratie op, met financiële steun van UNESCO en de officiële Amerikaanse hulporganisatie USAID.

Tijdens zijn regeerperiode stelde Buyoya voor alle ambtenaren een middag per week verplicht sporten in. In zijn Vereniging probeert hij eenzelfde tactiek te volgen. Hij organiseerde voetbalwedstrijden tussen Hutu- en Tutsi-teams in de hoop op deze wijze de haatgevoelens tussen de twee bevolkingsgroepen weg te nemen.

In het inmiddels sterk gepolariseerde Burundi konden zijn activiteiten de cyclus van geweld niet meer doorbreken. Op extremistische Hutu's maakt het weinig indruk meer dat Buyoya een gematigde Tutsi is. Voor de Hutu-guerrillabewegingen is iedere Tutsi-president, van welke signatuur dan ook, onaanvaardbaar. Extremistische Tutsi's, aangevoerd door Jean Baptiste Bagaza, zien hem als een verrader omdat hij de macht wil delen met Hutu's. Voor de gematigde legerleiding die de staatsgreep gisteren uitvoerde, moet de doorslag hebben gegeven dat Buyoya internationaal is gerespecteerd. Door Buyoya tot president te benoemen hopen de militairen dat de internationale gemeenschap zich bij de coup neerlegt.