Pathetiek beheerst Antwerpse fotografiezomer

Tentoonstelling: Macht/Onmacht, de zesde zomer van de fotografie, op vijf locaties van openbare culturele instellingen (ICC, MUHKA, Provinciaal Museum voor Fotografie, 't Elzenveld en het Hessenhuis). Di t/m zo. 10-17u. Alle informatie bij het Provinciaal Museum voor Fotografie, Waalse Kaai 47, Antwerpen, tel. 32 3 216.22.11. Catalogus 600 Bfr. T/m 15 september.

Macht/Onmacht, zo luidt de titel van de zesde 'Zomer van de fotografie' in Antwerpen. Een dikke twintig fotografen moeten dIt weinig zeggende motto wat meer reliëf geven. Hun werk werd over vijf culturele instellingen in de stad verspreid.

Over welke (on)macht gaat het? Wellicht die van de fotograaf zelf, en van de beelden die hij maakt. Wie vandaag op een bewuste manier met beelden wil omgaan, moet afrekenen met een beeldenstroom waarvan de snelheid nog steeds blijft toenemen. Hoe daartegen op te roeien? Kun je met een beeld nog een 'cruciale ervaring' losweken? Eén fotograaf, de Chileen Alfredo Jaar, stelt die vragen heel expliciet. Jaar reisde naar Rwanda, Zaïre en Oeganda, en bracht uit die geteisterde landen een heleboel foto's mee. Maar hij toont die foto's niet. Hij verbergt ze in zwarte linnen dozen, met op het deksel een beschrijving van wat aan de binnenkant te zien is (dat moeten we geloven, want de dozen openen mag niet).

Misschien is het wat makkelijk, dit mooi verpakte, verhullende gebaar waarmee Jaar zich vrijpleit van een naïef geloof in de kracht van het beeld. Maar de andere deelnemers kun je verwijten dat ze zich weinig vragen stellen over hun (on)macht als beeldenmakers. De meeste fotografen op deze Zomer illustreren machtsverhoudingen, op maatschappelijk of persoonlijk niveau. Ze denken dat 'illustreren' volstaat: toon de uiterlijke tekens van macht en onderdrukking, en je bent een kritisch fotograaf.

Jacqueline Hassink neemt bijvoorbeeld foto's van vergadertafels van diverse multinationals. Eddy Seesing fotografeert managers van grote bedrijven, terwijl ze naast hun stoel staan, en hangt die beelden in grote lichtbakken. Barbara Alper toont stills van tv-beelden over de Golfoorlog. En Lucinda Devlin registreert Amerikaanse executieoorden. Allemaal willen ze iets kwijt over macht, dat is duidelijk. Maar wat? We weten toch al lang dat de Golfoorlog dankzij de media uitgroeide tot een spektakel zonder een spatje bloed. En we weten dat directeurs van banken en bedrijven, hoewel ze vaak onzichtbaar zijn, veel machtiger zijn dan de publieke gezichten van de macht, de politici.

Heel 'cool' is deze fotografie ondertussen wel, door haar mengsel van neutrale registratie met een scheut kritische durf. En toegegeven, soms is ze mooi om naar te kijken - dat geldt vooral voor de beelden van Devlin, met hun koude kleuren en strakke beeldstructuur. Maar na zo'n handvol van die fotoreeksen, die ons elke keer opnieuw met een gelijkaardig stukje 'ongenaakbare werkelijkheid' willen confronteren, heb je er schoon genoeg van.

Al kan het nog erger. Voor Marie-Jo Lafontaine en Carl De Keyzer bijvoorbeeld, moeten beelden gewoon lekker en spectaculair zijn, de kritische achtergrond zorgt wel voor een waardig alibi. De Keyzer presenteert onder meer een reusachtige foto van een Amerikaans religieus spektakel dat gesponsord werd door Coca Cola. Dat onfrisse detail heeft hij met veel nadruk in de verf gezet. Zo worden wij, verlichte burgers, nog eens bevestigd in het Europese cliché dat Amerikanen oppervlakkige, gehersenspoelde wezens zijn, blind voor de meest opvallende valkuilen van de cultuurindustrie. Die Amerikanen commercialiseren toch alles!

Macht en onmacht: hoe langer je door deze fotografiezomer wandelt, hoe pathetischer en sentimenteler het klinkt. Dat wordt er niet minder op wanneer de fotografen zich op het persoonlijke vlak begeven, zoals Bettina Flitner. Het persoonlijke is politiek, zo weet zij. Dus vroeg ze aan een aantal vrouwelijke voorbijgangers of die een vijand hadden. Ze zeiden ja, dat verbaast niemand. Dat die vijand vaak een man was, soms hun ex-man en ook wel eens hun huidige echtgenoot, kun je eveneens zelf bedenken. Vervolgens vroeg de fotografe hen of ze die vijand wat zouden willen aandoen, als dat ongestraft zou kunnen. Tuurlijk wilden ze dat! Elke vrouw mocht een wapen kiezen uit Flitners speelgoedkist, en met dat ding in hun handen werden ze op de foto gezet. Het resultaat, tentoongesteld in de binnentuin van 't Elzenveld, ziet eruit als kleffe alternatieve affichekunst. En het statement van dit werk lees je dagelijks in de krant.

Zo gaat het wel vaker in deze zomer van de fotografie. De kunstenaars willen ons attent maken op allerhande machtsfactoren, ze willen het geweld en de ellende in deze wereld tonen, ze willen om de oren slaan met allerhande ongezellige beelden en weetjes, maar ze onderschatten de harde concurrentie van de media, die elke dag hetzelfde doet.

Slechts een paar kunstenaars ontsnappen aan die eenduidigheid. De laboratoria en schietgarages van Lynne Cohen spellen geen lesjes, het zijn metaforen voor een wereld waarin geweld verstopt is onder de witte boorden van de controlemaatschappij. Er is ook nog Danny Devos, met een installatie over de relatie tussen kunst en misdaad - een werk dat zijn selectie dankt aan de luttele vierkante centimeters fotografie die er in voorkomen.

Tenslotte, geen tentoonstelling over macht en onmacht zonder verwijzingen naar de holocaust. Drie fotografen doen een poging. De Duitser Rudolf Herz deed iets met bekraste foto's uit het museum over de uitroeiingskampen van Dachau, en Stefanie Unruh heeft onder meer negatiefafdrukken van foto's van concentratiekampen op stalen plaatjes gezet. Goedkope horroreffectjes zijn het resultaat.

Gelukkig is Dirk Reinartz minder naïef. Hij gebruikt geen effectjes. Soms lijkt het alsof hij helemaal geen concentratiekampen fotografeert. Gebouwen zijn voor hem volumes, een poort is een compositie, en prikkeldraad een grafisch element.

Met de stoïcijnse, onverschillige aandacht registreert hij plekken met mooie namen als Bergen-Belsen en Theresienstadt. En het rare is dat hij daardoor veel meer bereikt dan Herz en Unruh, die met suggestieve kneepjes het spook van de concentratiekampen tot leven willen wekken. Reinartz maakt mooie, ascetische beelden. Over de kampen vertellen ze ons ontstellend weinig. En daardoor meer.

    • Dirk Pültau