Op de Apocalyps volgen de anekdotes

Voorstelling: Drift, door Vis à Vis. Spel: Aad Spee, Marianne Seine, e.a. Regie: Michael Helmerhorst. Gezien: 25/7 op het Over het IJ-festival, Amsterdam. Aldaar t/m 3/8; daarna op de Boulevard, Den Bosch (7 t/m 11/8) en Noorderzon, Groningen (16 t/m 19/8).

De authentiek galmende bioscoopjournaalstem van Philip Bloemendal maakt melding van “een klimatologische ineenstorting van mondiale omvang” en van “de verbijsterende snelheid waarmee de ramp zich voltrok”. Hele beschavingen zijn verzwolgen door het wassende water, gaat hij verder, en talloze prijzenkasten van even zo vele voetbalclubs verdwenen roemloos in de golven. In het ronde bassin waarop wij uitzien, dobbert vervolgens het dak van een huis voorbij. Er staat een Tati-achtige pijproker op, die nog net een steelpan en een televisietoestel heeft kunnen redden. Maar terwijl verder alles onder water staat, is zijn aquarium leeg. Dan drijft de bovenkant van een caravan in beeld, met een man in smoking en een vrouw in bruidskledij. En ook een reiswiegje met inhoud vaart langs.

Zo apocalyptisch als Drift begint, zo cartoonesk zijn de gebeurtenisjes die zich daarop vijf kwartier lang afspelen. Vis à Vis, het uit de mime en de technische theatergroep Perspekt voortgekomen gezelschap dat eerder in binnen- en buitenland de lokatieproducties Topolino en Central Park speelde, heeft op de doorgaans zo desolate NDSM-werf in Amsterdam-Noord een voorstelling gemaakt vol stoïcijnse grapjes en verrassende vondsten. Alleen het water doet even denken aan de Noordwesterwals, die hier de vorige twee zomers werd opgevoerd door de Dogtroep, maar verder is Drift volstrekt origineel - kleinschaliger, verhalender en anekdotischer dan zijn monumentale voorganger.

Terwijl de handeling zich langzaam maar zeker op dat ravottende trouwpaar begint te concentreren, duikt er in deze overstroomde wereld nog van alles op: een drijvende boekenkast met inzittende, een lantaarnpaal, een nachtclub met gedekte tafeltjes en zwemmende sommeliers, een magiër die de truc met het doorgezaagde weesmeisje te goed blijkt te beheersen, een Noach met ark, twee leernichten, een neergestorte piloot met black box en een vliegtuigvleugel met stewardess. “Veel bekijks trokken de vrijwel dagelijks voorkomende vliegtuigongelukken”, luidt daarbij dan ook het vaardig geparodieerde Polygoon-commentaar. De vraag blijft intussen wie het hoofd boven water zal weten te houden en wie niet, want de overlevenden deinzen niet voor een enkel rotstreekje terug om een ander kopje onder te laten gaan.

Maar barre ernst wordt het nooit. Voortdurend gaat het in Drift om de visuele grappen en om de knappe manier waarop in dit niet meer dan één meter diepe bassin wordt gesuggereerd dat de personages ieder moment in de peilloze diepte ten onder kunnen gaan. Niet dat het erg is als dat gebeurt - in ons hart weten we dat het allemaal maar een aardigheidje is - maar niemand zou nu eenmaal graag in de doorweekte schoenen van zo'n drenkeling willen staan.