Hongerstaking raakt veel Turken niet

ANKARA, 26 juli. Met schreeuwende koppen als 'Stop dit overlijden', 'Beschaamd Turkije' en 'Ze gaan dood' geven de populaire Turkse kranten vanmorgen aan dat - na de dood in de aflopen dagen van zeven hongerstakers in Turkse gevangenissen - er nu zo snel mogelijk een einde moet worden gemaakt aan deze actie.

Gevreesd wordt dat 67 andere langdurige hongerstakers, verspreid over 14 gevangenissen in Turkije, anders ook sterven. Zelfs als deze gevangenen nu met hun actie zouden stoppen, wordt door medici voor hun leven gevreesd.

Organisaties voor de rechten van de mens, familieleden en sympathisanten van de hongerstakers dringen aan op het ontslag van de Turkse minister van Justitie, de religieus-fundamentalist Sevket Kazan, die niet bereid lijkt tot een compromis. Oppositiepartijen en andere burgerlijke organisaties hebben eveneens een beroep gedaan op de hongerstakers zelf om hun actie te beëindigen. “Ze hebben immers hun doel bereikt: het informeren van de publieke opinie over de slechte levensomstandigheden in de Turkse strafinrichtingen”, aldus Mumtaz Soysal van de Democratische Linkse Partij (DSP), oud-minister van Buitenlandse Zaken en voorheen actief binnen Amnesty International.

Schrijvers en andere intellectuelen in Turkije wijzen er op dat het feit dat de hongerstaking wordt geleid door leden van extreem-linkse gewapende organisaties niet als een alibi mag dienen om dan maar niets te doen aan de erbarmelijke omstandigheden in de huizen van bewaring, waarvan de politieke gevangenen in Turkije de dupe zijn. Ook in de afgelopen jaren hebben zij met wisselend succes in de vorm van hongerstakingen geprobeerd om hervormingen van het repressieve gevangenisregime af te dwingen. Het is evenwel sinds 1984 niet meer voorgekomen dat daarbij doden vielen.

Toch lijkt een meerderheid van het Turkse volk ondanks de voorlopige balans van zeven doden onder de ruim 2.000 hongerstakers in de gevangenissen, van wie zo'n 275 niet alleen vast voedsel maar ook gesuikerd water en zout weigeren, nauwelijks onder de indruk van deze actie. Na twee decennia van terreur, waarbij met name aan het eind van de jaren zeventig 20 doden per dag vielen in de strijd tussen extreem-links en extreem-rechts, is er weinig tolerantie over voor het gewapende verzet in Turkije. Ondanks grootscheepse arrestaties onder links-illegale en Koerdische groeperingen na de militaire staatsgreep in 1980, is de guerrillastrijd in het Koerdische zuidoosten van het land sinds 1984 in volle hevigheid opgelaaid, waarbij inmiddels 20.000 doden zijn gevallen, zowel aan de kant van het leger, de Koerdische strijders als onder de burgerbevolking. Tevens zijn extreem-linkse organisaties op kleine schaal actief in de steden. Een van hun laatste slachtoffers was Özdemir Sabanci, de broer van Sakip Sabanci, een van de rijkste ondernemers in Turkije. De moord wordt toegeschreven aan het Revolutionaire Volks Bevrijdings Front (DHKP/C), waartoe twee van de zes overleden hongerstakers behoorden. Ook toen verklaarden Turkse autoriteiten dat de aanslag vanuit de gevangenis zou zijn beraamd, waar een belangrijk deel van het kader van deze illegale groepering wordt vastgehouden.

De minister van Justitie herhaalde gisteren dat de hongerstakingen verspreid over 32 huizen van bewaring worden georganiseerd vanuit 'een hoofdkwartier van terroristen' in de Bayrampasagevangenis in Istanbul. Naast eerdere verklaringen dat de politieke gevangen over faxapparatuur en mobiele telefoons beschikken, onderstreepte Kazan gisteren dat de hongerstakers in de Bayrampasagevangenis tevens in het bezit zijn van wapens, die de strafinrichting zijn binnengesmokkeld. Hiermee verhinderen ze de gevangenisautoriteiten om diegenen te bereiken die hun hongerstaking willen beëindigen.

De regering is volgens Kazan daardoor gedwongen om een 'afwachtende houding' aan te nemen, omdat bij een inval van het leger in de gevangenissen “veel bloed zou worden vergoten”.

De Turkse president, Süleyman Demirel, heeft gisteren voor de tweede keer in korte tijd bij de minister van Justitie aangedrongen op een oplossing. Tevens sprak hij met een afvaardiging van civiele organisaties, die werd geleid door de voorzitter van de Turkse organisatie voor de rechten van de mens, Yavuz Önen.

    • Froukje Santing