Groen jaarverslag nog in de kinderschoenen

Het Nederlandse bedrijfsleven sluit het milieujaarverslag in de armen. Dit jaar leggen naar schatting 110 bedrijven onverplicht verantwoording af over schadelijke gevolgen van hun winststreven voor de omgeving. “De tijd van de glimmende folders met ronkende volzinnen is voorbij.” Maar wie leest de groene jaarverslagen? Wat moet er in staan? En wie controleert ze?

Automatiseringsbedrijf BSO Origin berekent de schade die zij toebrengt aan de de natuur in schaduwprijzen. Het milieuverlies wordt becijferd op een bedrag van miljoenen dat het operationeel resultaat wegvaagt. Snoepfabriekant Van Melle toont met haar milieubarometer in een oogopslag de schade die het bedrijf toebrengt aan het milieu. Deze voorlopers leggen in het milieujaarverslag aan elke geïnteresseerde verantwoording af over de belasting die het winststreven betekent voor het milieu.

Het Amerikaanse General Electric was eind jaren tachtig een van de eerste ondernemingen in Nederland die het milieubewustzijn uitdroeg in een afzonderlijk 'groen' jaarverslag. Het het aantal milieuverslagen is sindsdien sterk gegroeid. Het percentage beursgenoteerde bedrijven in de handel, transport, industrie en zakelijke dienstverlening dat het woord milieu gebruikt in de jaarlijkse verslaglegging steeg in 1994 van 60 naar 70 procent, heeft milieuadviseur Twijnstra Gudde becijferd. KPMG Milieu telde in datzelfde jaar 72 bedrijven met een afzonderlijk milieuverslag. Directeur van der Kolk van KPMG Milieu schat dat dit jaar ongeveer 110 groene jaarverslagen het licht zullen zien.

Ondernemingen die nog niet zo ver zijn, haasten zich te verklaren dat er gewerkt wordt aan een milieuverslag. “Wij zijn er mee bezig”, zegt een woordvoerder van KNP BT. De fabrikant van papier en verpakkingen behoort tot de ruim 300 bedrijven die vanaf volgend jaar verplicht zullen worden een milieujaarverslag uit te brengen als het parlement dit najaar instemt met een daartoe strekkend wetsontwerp.

Koninklijke PTT Nederland (KPN), dat enkele weken geleden in een rechtszaak duidelijk maakte de kleur groen te beschouwen als onmisbaar onderdeel van de communicatiestrategie, publiceert geen milieuverslag. De onderneming figureert zelfs op een lijst van Twijstra Gudde met 33 beursgenoteerde ondernemingen die het woord milieu in het jaarverslag van 1994 niet noemen. “Er wordt over gesproken en aan gewerkt”, zegt een woordvoerder van KPN. Hij wijst erop dat PTT Telecom met de ontwikkeling van video conferencing een bijdrage levert aan het terugdringen van het aantal autokilometers.

Bedrijven die in jaarverslagen wel verantwoording afleggen over het milieubeleid doen dit op sterk verschillende wijze. Soms blijft de milieuverslaglegging beperkt tot dooddoeners als “het spreekt wel haast vanzelf dat zij hierbij rekening houden met het milieu” (Eriks, 1994). Andere verslagen staan bol van de kwantitatieve gegevens, gekoppeld aan 'heldere doelstellingen' en 'prioriteiten'.

“Het is een hopeloze brij”, zegt ir. J.P. van Soest van het Centrum voor energiebesparing en schone technolgie (CE) in Delft. Het CE heeft vooruitstrevende bedrijven op milieugebied als Van Melle en BSO Origin begeleid bij het opstellen van een milieujaarverslag en rekent zowel Shell als Greenpeace tot de klantenkring.

Belangrijkste oorzaak van de 'brij' is naast het ontbreken van regelgeving de verscheidenheid aan doelgroepen waarvoor de groene jaarverslagen bestemd zijn. Het beoogde lezerspubliek omvat omwonenden, werknemers, aandeelhouders, de maatschappij, de (lokale) overheid en de consument. “De doelgroepen lopen zo sterk uiteen dat wij in ons laatste onderzoek niet eens meer hebben geprobeerd daarvan een indeling te maken”, zegt Van der Kolk van KPMG. “Elke doelgroep bekijkt de jaarverslagen met een ander denkraam”, citeert Twijstra Gudde stripheld Olivier B. Bommel. Als gevolg daarvan zijn de verslagen volstrekt onvergelijkbaar. “Om de huidige jaarverslagen te kunnen vergelijken moet je dagen rekenen”, zegt Van Soest van het CE. “En dan kom je er nog niet uit.”

Een enkel jaarverslag wordt door een externe accountant gecontroleerd, maar voor deze verificatie bestaan geen algemene normen. Als de Tweede Kamer dit najaar instemt met het wetsvoorstel voor milieujaarverslagen komt voor ruim 300 bedrijven vanaf begin volgend jaar een einde aan de vrijblijvendheid. “Driehonderd is een beperkt aantal”, erkent Van der Kolk, “maar die driehonderd bedrijven veroorzaken zeker drie kwart van de milieubelasting in Nederland.”

Van der Kolk heeft zijn twijfels over strikte wetgeving. “Ze moeten bij het ministerie voorzichtig zijn om vanaf bureau's in Leidschendam gedetailleerd te dicteren wat een goed jaarverslag is”, zegt hij. “Als er niets zou gebeuren, zouden de duimschroeven kunnen worden aangedraaid, maar er worden veel goede jaarverslagen gemaakt. Daarom is er veel voor te zeggen de markt zijn gang te laten gaan, vindt Van der Kolk. “Het bedrijfsleven moet de ruimte krijgen autonoom naar een goede standaard te zoeken. Met gedetailleerde wetgeving moeten we wachten tot dat proces verder is uitgekristalliseerd.”

Volgens Van der Kolk zal de kwaliteit van de groene jaarverslagen vanzelf toenemen, omdat de onderlinge rivaliteit bedrijven er toe aanzet ook op dit gebied naar beste kunnen te presteren. “Een bedrijf van naam en faam zal niet voor de concurrentie willen onderdoen”, meent hij. “Een bedrijf dat een slecht verslag presenteert gaat af. Natuurlijk zijn er bedrijven die zich daar niets van aantrekken, maar dat geldt ook voor andere wetgeving. De tijd van glimmende folders met ronkende volzinnen is voorbij.”

In tegenstelling tot Van der Kolk en andere consultants gelooft de milieubeweging niet dat bedrijven elkaar zullen opzwepen tot jaarverslagen van hoogwaardige kwaliteit. Mr. M.A. Robesin van de Stichting Natuur & Milieu hoopt dat het wetsvoorstel spoedig door de Tweede Kamer zal worden goedgekeurd. Zij erkent dat in de ontwikkeling van vrijwillige verslagen 'enige vooruitgang' zit. “Maar bedrijven kunnen milieuzaken op een slimme manier camoufleren”, meent Robesin.

Bedrijven zien het groene jaarverslag als een middel om hun milieubewustzijn te communiceren, maar Van der Kolk constateert dat er tot op heden nog weinig feedback is gegeven over de milieujaarverslagen. “ Het aantal instanties dat reageert op de milieuverslaglegging valt tegen”, zegt hij. “Vanuit de milieubeweging zijn er nog nauwelijks reacties. Het hebben van de zaak lijkt het eind van het vermaak.”

Volgens H. Muilerman van de Zuidhollandse Milieufederatie, waarin 85 milieuorganisaties uit deze provincie zijn vertegenwoordigd, ontbreekt het bij milieu-organisaties vaak aan specialistische kennis over de bedrijven die beoordeeld moeten worden. “Je moet een bedrijf door en door kennen om een oordeel te kunnen geven over de betrouwbaarheid en zakelijkheid van een milieuverslag”, zegt hij.

De milieufederatie is in een eerste onderzoek (nog ongepubliceerd) naar de milieujaarverslagen van negen chemische bedrijven uiterst kritisch over het gebodene. De lezer van de verslagen van Hoechst Holland, Shell Pernis, General Electrics Plastics, Akzo Botlek, Exxon Chemical Holland, Cyanamid, Cytec, Dow Chemicals, Hoogovens en DSM Resins krijgt volgens de milieufederatie geen betrouwbaar beeld van de milieubedrijfsvoering bij deze bedrijven. “Er staan geen pertinente onwaarheden in de verslagen, maar door selectie en presentatie wordt een beeld opgedrongen waaruit niet anders dan een positief oordeel over het bedrijf kan volgen”, aldus de milieufederatie. “Het verslag is voorlopig toch vooral een PR-instrument.”

Een woordvoerder van Shell beklemtoont dat het milieujaarverslag vrijwillig is uitgebracht. “Wij hebben geprobeerd in het jaarverslag datgene naar buiten te brengen dat voor onze vestiging van belang leek”, zegt hij. Hoofd milieu J. Seters van Dow Chemical vindt niet dat het jaarverslag van Dow in de vooral als PR-instrument wordt gebruikt. “Wij geven openheid over klachten, milieu-incidenten en juridische procedures”, zegt hij. Dow Chemical onthult in het jaarverslag onder meer dat het openbaar ministerie in 1994 een onderzoek is gestart in verband met het niet voldoen aan eisen met betrekking tot het voorkomen van lekken van een CFK-koelmachine. “We proberen in onze jaarverslagen een evenwichtig beeld te schetsen met negatieve en positieve elementen en te laten zien dat niet alles goed gaat”, aldus Seters. “Onze emissies gaan echter naar beneden en dat laten we natuurlijk graag zien.”

Illegale lozingen, gedoogsituaties en veroordelingen door de rechter komen volgens de milieufederatie bij de meeste bedrijven voor, maar worden niet als zodanig gemeld. Sommige bedrijven geven wel aan dat er 'overtredingen' of overschrijdingen zijn vastgesteld (Hoogovens, Shell, Akzo), maar ze gaan vervolgens niet in op het overheidsoptreden dienaangaande, aldus de milieufederatie.

De Zuidhollandse milieufederatie vindt dat de lezer soms op het verkeerde been wordt gezet als het gaat om milieu-inspanningen. Zo vermeldt Shell een verminderde lozing, terwijl het milieuprobleem volgens de milieufederatie slechts is verplaatst. De woordvoerder van Shell heeft “weinig behoefte om punt voor punt op kritiek in te gaan. De milieufederatie vertelt ons: wij missen dit en dat. Het zij zo.”

Positief is volgens de milieufederatie dat bedrijven als Shell en General Electric Plastics uitgebreid melding maken van incidenten. Shell Pernis gaat in het jaarverslag over 1995 onder meer in op 'witte pasen', een storing in een katalytische kraker die op 15 april vorig jaar een stofneerslag tot het gevolg had in delen van Schiedam en Rotterdam West. Shell meldde de storing te laat bij de milieudienst Rijnmond. De Regionale Inspectie Milieuhygiëne Zuid-Holland concludeerde enkele weken geleden dat Shell Nederland bij dit incident onzorgvuldig en onvoldoende doortastend heeft gehandeld. Shell heeft de zaak geschikt met het openbaar ministerie.

Shell Pernis gaat in het jaarverslag echter niet in op de juridische afwikkeling van het incident. “Dat kon ook niet”, aldus de woordvoerder. “De schikking is na de publikatie van het jaarverslag tot stand gekomen. Wanneer wij dat relevant achten kunnen wij echter wel globaal op dit soort zaken ingaan.”

In de onderzochte jaarverslagen wordt volgens de milieufederatie de hoeveelheid vervuilende stoffen die in het milieu wordt geloosd, correct gemeld. Deze gegevens zijn echter bij sommige bedrijven niet compleet en onvoldoende gespecificeerd. Zo ontbreken in het verslag Dow Botlek diverse stoffen (trichlooretheen, trichloorethaan, tetra en olie) die volgens de milieufederatie uit het oogpunt van giftigheid en lozingshoeveelheden niet in het verslag hadden mogen ontbreken. “Die gegevens zijn voor iedereen vrij beschikbaar”, merkt Seters van Dow Chemical op. “Maar wij maken het jaarverslag voor meerdere doelgroepen. Soms moet je keuzes maken. Wij staan echter open voor discussie met de milieubeweging. Daarvan kunnen we leren. De totale emissies van groepen stoffen staan in ons jaarverslag vermeld. Het is echter mogelijk dat wij de emissies in de komende jaren voor afzonderlijke vestigingen nader specificeren.”

Evenals Van der Kolk waarschuwt Seters ervoor te snel strikte eisen op te leggen aan de milieuverslaglegging. “Sommige analyses zijn bedoeld voor intern gebruik. Het is niet altijd even makkelijk om die gegevens op tafel te leggen. Het bedrijfsleven toont zelf initiatief en als er te snel eisen worden gesteld, loop je het risico het kind met het badwater weg te gooien.”

De overheid is niet de enige partij die het bedrijfsleven kwalitatief hoogwaardige milieuverslaglegging af kan dwingen. Het succes van de groene beleggingsfondsen van onder meer de Postbank, ABN Amro en de combinatie Rabobank en Robeco bewijst dat veel beleggers geld milieubewust willen investeren, zeker als daar een fiscaal douceurtje tegenover staat. “De vraag zal uit de markt moeten komen”, meent directeur Van Soest van het CE.

Eén van de geldverstrekkers die hoge prioriteit geeft aan het milieubewust optreden van ondernemingen is de Triodos Bank. Samen met verzekeraar Delta Lloyd beheert Triodos het Meerwaarde Beleggingsfonds met een omvang van ongeveer 37 miljoen gulden. Volgens een woordvoerder van Triodos spelen milieuverslagen in de selectie van milieubewuste bedrijven echter nog nauwelijks een rol. “Het gebruik van milieuverslagen als basis voor beleggingen is erg moeilijk”, zegt hij. “Ze zijn moeilijk te vergelijken. In de jaarverslagen worden vooral intenties uitgesproken en weinig concrete meetbare gegevens gepresenteerd. Bovendien kunnen bedrijven die in de afgelopen jaren sterke vervuilers zijn geweest nu mooie sier maken met hun progressie, terwijl bedrijven die al langer een milieubeleid voeren in de jaarverslagen geen spectaculaire stappen meer kunnen laten zien.”

Ook Het Andere Belegingsfonds (ABF), dat samen met Lombard Odier een bedrag van 72 miljoen gulden in beheer heeft (waarvan 30 procent in Nederlandse aandelen) stelt eisen aan het milieubeleid van de ondernemingen waarin wordt belegd. “Jaarverslagen zijn voor ons een bron, maar het blijft natte vingerwerk,” zegt een woordvoerder. “Voor een afgerond oordeel sturen wij bedrijven een vragenlijst van tien kantjes waaruit we ons behalve van het milieubeleid een beeld proberen te vormen van het beleid ten aanzien van ontwikkelingslanden en het sociaal beleid.” De Stichting Milieukeur in Den Haag heeft concept-richtlijnen opgesteld voor een milieubewust keurmerk. “Bij het uitwerken van de concept-richtlijnen zijn wij echter op een reeks van knelpunten gestuit”, zegt directeur H. Giezeman. “Er zijn te weinig concrete handvatten om tot een goede vergelijking te komen. De gegevens die bedrijven verstrekken zijn multi-interpretabel, er valt veel te sjoemelen.”

Toch meent Van Soest van het Centrum voor energiebesparing en schone technologie dat de onderlinge vergelijking van milieuverslagen technisch uitvoerbaar is. Dat dit in de praktijk nog erg moeizaam verloopt, is volgens hem vooral het gevolg van een defensieve opstelling van het bedrijfsleven dat er nog weinig behoefte aan heeft zich op dit terrein volledig bloot te geven.

“De wetenschap is het er over eens dat het mogelijk is vergelijkbare grootheden te vinden voor bijvoorbeeld emissies en de hoeveelheid grondstoffen die een bedrijf gebruikt”, zegt Van Soest. “De uitstoot van CFK's, koolstofdioxyde en methaan kan bijeen worden geveegd tot eén indicator die aangeeft in welke mate een bedrijf bijdraagt aan het broeikas-effect. Ook giftige stoffen voor mens en dier kunnen onder een gezamenlijke noemer worden gebracht en van een index voorzien. Op die manier is vergelijking tussen bedrijven mogelijk, zeker binnen een bepaalde branche.”

Van Soest noemt als voorbeeld de milieubarometer die het CE heeft samengesteld voor snoepfabrikant Van Melle, die te boek staat als een voorloper bij milieubewust produceren. De barometer is opgebouwd uit indicatoren voor afval, verdroging, vermesting, verzuring en het broeikaseffect. Uit de milieubarometer kan in een oogopslag worden afgelezen hoe ver de Van Mellefabriek nog is verwijderd van de ambitieuze doelstelling die in het milieujaarverslag staat: “Een bedrijfsvoering waarvan de activiteiten - per saldo - geen schadelijk effect hebben op het milieu.”

Een andere aanpak die volgens Van Soest een eerlijke vergelijking mogelijk maakt tussen bedrijven uit verschillende branches, is het systeem van schaduwprijzen, dat BSO Origin gebruikt. Schaduwprijzen vertegenwoordigen de bedragen die nodig zijn om de schadelijke gevolgen van de produktie te herstellen. “Het zijn de onbetaalde rekeningen die wij voor het nageslacht achterlaten,” aldus BSO Origin in het jaarverslag. Als voor de schade geen goede schattingen voorhanden zijn rekent BSO als schaduwprijs de kosten die gemaakt zouden moeten worden om die milieuschade te voorkomen. BSO becijfert het 'milieuverlies' over 1995 op 19,4 miljoen gulden waarmee het operationele inkomen van 18,9 miljoen in dat jaar wordt overtroffen.

Volgens Van Soest is het mogelijk milieudoelstellingen, zoals die in het milieubeleidsplan op nationaal niveau zijn geformuleerd, te vertalen naar schaduwprijzen voor alle bedrijven. “Daar zal nog wat inhoudelijke notekrakerij aan voorafgaan”, erkent hij, “maar het is mogelijk op die manier te brekenen wat een bedrijf volgens de maatschappij zou moeten doen om de milieubelasting tot een acceptabel peil te beperken.” Daarmee komt een vergelijking van het milieubewustzijn van bedrijven volgens Van Soest binnen handbereik. “Financiële jaarverslagen zijn nu ook vergelijkbaar, maar daar is wel een eeuw overheen gegaan.”

    • Michiel van Nieuwstadt