Gates en Arkwright

Louis Couperus heeft verklaard dat er een directe verbinding bestaat tussen de schrijver en zijn gereedschap, pen en papier. Het is een bevestiging. Anderen voor hem en later hebben zich op dezelfde manier uitgelaten. Over schrijfsters is op dit gebied minder bekend - of dat kan aan mij liggen.

Het is best mogelijk dat Anna Blaman, Henriëtte Roland Holst, Virginia Woolf (die zeker) zich over de emotionele band met hun schrijfgerei hebben uitgelaten, maar dan heb ik er overheen gelezen. Dan is dit een geval van onbewuste discriminatie waaraan ik me zonder verweer schuldig verklaar.

Toen in de literatuur de pen in al zijn verschijningsvormen langzamerhand door de schrijfmachine werd verdrongen, groeide er een band tussen de schrijfsters, de schrijvers en hun machine. W.F. Hermans is zover gegaan dat hij het begin van de emancipatie der vrouw aan de schrijfmachine heeft toegeschreven. Zelf had hij er een polygame verhouding mee, in die mate dat zijn verzameling machines nu in een museum staat opgesteld. We kunnen veilig zeggen dat de schrijfmachine zich in de literatuur heeft geëmancipeerd.

Intussen is ook hier alweer een 'nieuwe tijdvak' aangebroken. Anders gezegd: hoe staat het met de computer? Een jaar of tien geleden had je schrijvers die zwoeren dat ze daar nooit aan zouden beginnen, ongeveer zoals er kort voor de oorlog nog mensen waren die dit soort afkeer van de radio koesterden. Halverwege de jaren tachtig: dat was in de eenvoudige tijd, met de kleitabletten van WordPerfect. Bill Gates stond nog in de kinderschoenen, van Internet had niemand gehoord, de 'laptop' had de afmetingen van een tenniskoffer en wie zich aan de computer had overgegeven, leefde in de veronderstelling, de zevende hemel van het schrijfgereedschap te hebben bereikt. Betere programma's zouden nooit kunnen worden geschreven. “Mis je je schrijfmachine nooit?”, werd aan Rudy Kousbroek gevraagd. Zeker, af en toe mis ik de harde tik op de rol, zei hij. Er zou een toetsenbord moeten komen, opperde hij verder, dat dit geluid met de gemakken van de computer verenigt.

Ik verwijs hem naar buitengewoon schraapzuchtig aangelegde ondernemingen, die in bepaalde uithoeken nog computers in gebruik hebben waarvan het scherm er uitziet als een open haard, en het toetsenbord lawaai maakt als een klapperend kunstgebit.

De mechanische schrijfmachine wordt ook tikmachine genoemd. De tik leverde de schrijver de bevredigende bevestiging dat hij zich op papier zat te verwezenlijken, zoals destijds de reiziger bij het horen van de stoomfluit en het zich rukkend in beweging zetten van de wagons tot in de nerven van zijn ziel besefte dat hij op weg was. Misschien hebben de Amerikaanse diesellocomotieven daarom nog altijd dat huilende fluitsignaal van de Chattanooga Choochoo. Latere en modernere toetsenborden van de computer hebben een rubber-achtige aanslag die doet denken aan de wiekslag van een vleermuis. Er zijn mensen die juist daarvan lustgewaarwordingen krijgen.

Toen is Bill Gates gekomen en met hem op den duur Microsoft en Windows 95. Wie over dit programma beschikt, weet dat hij/zij na het aanzetten van de computer telkens eerst bijna twee minuten naar de Microsoftvlag moet kijken, want zolang duurt het voor alle schatten en mogelijkheden van Windows 95 weer voor het grijpen liggen. Dan verschijnen er 'iconen' - duidelijker gezegd, lullige afbeeldingen op het scherm. Naast bijvoorbeeld het woord 'prullenbak' waarin de schrijver het slecht geschrevene kan gooien, staat het plaatje van een prullenbak. Het is alsof je oude vulpen telkens als je iets wil doorkrassen, door een hogere hand gestuurd eerst zo'n bakje tekent. Wie het niet weet kan het niet beseffen, maar al die plaatjes in de herhaling, voor je terzake van het schrijven kunt komen: ze zijn om gek van te worden.

Een belangrijk man aan het einde van de achttiende eeuw is Richard Arkwright. We hebben het op school geleerd: de uitvinder van de spinmachine, die de concentratie in de katoenindustrie heeft mogelijk gemaakt. “Hij heeft veel onaangenaamheden van de arbeiders ondervonden”, zei mijn economieleraar. Dat was het moderne proletariaat. Anderhalve eeuw later kregen we de Russische revolutie, waarvan we de laatste onaangenaamheden pas een jaar of vijf achter de rug hebben. Ik weet het: veel in de vergelijking gaat niet op, maar ik beschouw Bill Gates als een soort Richard Arkwright. Er komt een tijd dat computerschrijvers op hun Windows 95 zullen inhakken als de Luddieten op hun spinmachines.

    • H.J.A. Hofland