Functieloos reliek uit verleden van 'spoorstad'

1996 is het jaar in het industriële erfgoed. Onder dit begrip wordt een veelomvattende reeks historische objekten verstaan. Daartoe behoren in de eerste plaats oude fabrieken en werkplaatsen die vaak hun oorspronkelijke functie verloren hebben en met sloop worden bedreigd. Soms krijgt zo'n gebouw een nieuwe bestemming. Maar de toekomst van de locomotievenloods van NS in 'spoorstad' Roosendaal is nog omstreden.

Op ongeveer anderhalve kilometer noordelijk van het Roosendaalse NS-station staat op het uitgestrekte spooremplacement de rechthoekige locomotievenloods met werkplaats. Het is een in staal, baksteen en glas uitgevoerd bouwwerk van 60 bij 35 meter en met een hoogte van 16 meter. Een spantenconstructie met een overspanning van 35 meter is nergens anders in Nederland voor werkplaatsgebouwen en locomotievenloodsen toegepast. De ontwerper was architect dr. ir. G.W. van Heukelom en de loods kwam gereed in 1907.

Het gebouw is in slechte staat. Delen van de houten bekleding van de reusachtige in geel-blauwe banen geschilderde poorten zijn verdwenen, de verf bladdert, ruiten in het dak zijn vermoedelijk door vandalen kapotgegooid, her en der is sprake van ernstige roestvorming. Door de beduimelde ramen ziet men een aantal elektrische locomotieven staan die hier tijdelijk zijn opgeborgen. Stilte kan rustgevend, adembenemend, luguber zijn: in de stilte hier lijken de hamerslagen nog na te klinken. Geen mens is er te zien en toch zijn de menselijke sporen nog niet helemaal uitgewist: in wat kennelijk een kantoor was staat een tafeltje met daarop een koffiekopje.

De locomotievenloods is als zodanig al niet meer sinds het einde van de jaren zeventig in gebruik. Even was er sprake van een opleving toen ze ter ontlasting van de werkplaatsen in Haarlem en Tilburg werd gebruikt als hulpwerkplaats. Het laatst werd ze gebruikt om materieel van de NS te ontdoen van astbest.

Roosendaal, de stad die wegens haar ligging aan de naar de zuidelijke landen lopende spoorweg alom bekend is (wie kwam er niet minstens eenmaal in zijn leven per trein langs?) heeft delen van het stationscomplex dat eveneens van 1907 dateert, op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. Daaronder ook de locomotievenloods. “Het eigenlijk nog in authentieke staat verkerende gebouw, uniek in Nederland, verdient met recht als beschermingswaardig spoorwegmonument te worden aangemerkt”. Dat schreef in 1987 M.J.C. Broos, heemkundige en op gezette tijden werkzaam voor het stadsarchief, in een gedetailleerde beschrijving van de loods. Maar de NS zijn daar niet erg happig op. Tegen het besluit tot plaatsing op de monumentenlijst heeft het spoorwegbedrijf in 1994 bezwaar aangetekend. De rechter werd ingeschakeld. Die moet nog uitspraak doen.

De NS erkennen wel de waarde van de loods, maar zijn van mening dat zij wegens bedrijfseconomische belangen niet kan worden gehandhaafd. Hetzelfde oordelen ze over het seinhuis, dat eveneens door de gemeente op de monumentenlijst is geplaatst. Tegen plaatsing op de monumentenlijst van het station, dat eveneens uit 1907 stamt en waarvan Van Heukelom en ir. D.E.C. Knutel de architecten waren, hebben de NS daarentegen geen bezwaar. Overigens is nu ook de procedure begonnen om seinhuis en loods geplaatst te krijgen op de rijksmonumentenlijst. Volgens R. Kools van de afdeling ruimtelijke ordening van de gemeente Roosendaal valt het plaatsen als monument van seinhuis en locomotievenloods binnen het in het begin van de jaren negentig begonnen 'actief gemeentelijk beleid' om voor de stad kenmerkende gebouwen aldus voor sloop te behouden. Roosendaal heeft zich altijd al geprofileerd als 'spoorstad'. De eerder genoemde Broos sprak over het station als over 's lands voorportaal'. Het station was het begin van een ontwikkeling waardoor de stad in het land ging meetellen. Vandaar ongetwijfeld dat nu alles wordt gekoesterd wat met het spoor te maken heeft.

Probleem is om voor de loods een herbestemming te vinden. Er is een suggestie gedaan om er een deel in onder te brengen van het spoorwegmuseum in Utrecht. Maar de loods ligt niet gunstig: ver weg van het stadscentrum. Een andere suggestie is de loods als werkplaats ter beschikking te stellen aan organisaties die zich bezig houden met het rijvaardig en museumwaardig maken van historisch spoor- of trammaterieel.

    • Max Paumen