ETA is een monster dat strijdt tegen eigen verval

MADRID, 26 JULI. “Wie in de arena staat, moet bij de stieren zijn”. Manuel Fraga, de 74 jarige regio-president van Galicië, toonde zich gisteren weinig onder de indruk van de moordplannen die de Baskische afscheidingsbeweging ETA voor hem in petto had.

Tussen de ETA en Fraga heeft het vanouds nooit willen boteren. Als voormalig minister onder Franco en oprichter van de regeringspartij Partido Popular vormde Fraga al eerder een aantrekkelijk doelwit voor een terreur-aanslag. Op zijn beurt mag de politieke oudgediende graag onderstrepen dat wat hem betreft de enige goede terrorist een dode terrorist is.

Met de arrestatie afgelopen woensdag van drie ETA-terroristen in het Noordspaanse stadje Pontevedra heeft de Spaanse politie naar alle waarschijnlijkheid verijdeld dat Fraga een dezer dagen de lucht wordt ingeblazen door middel van een zware autobom. Er waren meer successen te melden in de strijd tegen de ETA-terreur. Afgelopen nacht werd een omvangrijk depot van wapens en springstoffen ontmanteld in het eveneens Galicische La Coruña.

Maar dat ETA een “veelkoppig monster” is bleek vanochtend in alle vroegte. Een onbekend aantal moordenaars vuurde vijf kogels af op de Baskische bouwondernemer Isidro Usabiaga, die terugkwam van een feestje. Usabiaga, die op weg naar het ziekenhuis overleed, had geweigerd te voldoen aan de “revolutionaire belasting”, het cynische eufemisme waarmee de ETA zijn afpersingspraktijken pleegt aan te duiden.

Sinds de invoering van de democratie in Spanje voert de ETA een wanhopige strijd waarbij het geweld van middel is verworden tot het enige doel. De regio Baskenland, die een kleine twee miljoen inwoners kent, beschikt inmiddels over een vergaande autonomie, een regering onder leiding van Baskische nationalisten en een eigen politiekorps. Ongeveer de helft van het electoraat stemt bij de regioverkiezingen op een Baskisch-nationalistische partij. Herri Batasuna, de politieke tak van de ETA, verliest daarbij ieder jaar meer aanhang en schommelt nu ergens tussen de tien en de vijftien procent.

Terwijl de aanhang gestadig afkalft, en volgens peilingen bovendien weinig op heeft met het terreurgeweld, bijt ETA zich vast in haar doelstelling. Die bestaat uit de stichting van een Baskische staat die behalve de huidige regio is opgebouwd uit de regio Navarra en drie provincies in Frankrijk. Over de staatsvorm zijn ETA-ideologen rijkelijk vaagjes, maar wie wel eens een politicus van Herri Batasuna heeft horen spreken begrijpt al snel dat de gedachten uitgaan naar een communistisch model.

Interessant is daarbij de rol van Herri Batasuna (HB), de partij die bij iedere aanslag verklaart dat het hier een tragisch gevolg betreft van “de situatie van onderdrukking in Baskenland”. Het nieuwste stokpaardje waar de centrale regering van Madrid van HB aan moet voldoen heet “Alternatieve Democratie”. Die bestaat behalve uit de stichting van het nieuwe Baskische grondgebied, uit een algemene amnestie voor gevangen ETA-terroristen en de participatie van “de hele Baskische maatschappij” bij het inrichten van het nieuwe vaderland.

Met de huidige democratie in Baskenland heeft Herri Batasuna meer moeite. Alle overige partijen in Baskenland - van links tot rechts - hebben enkele weken geleden gezamenlijk laten weten dat de terreur van een kleine ETA-minderheid eerst moet stoppen wil er onderhandeld worden. De 25 man sterke bestuurstop van HB dient in september aan te treden voor Spanjes Hoge Raad op beschuldiging van medewerking aan een gewapende bende, dit onder meer in verband met de verkiezingsvideo die HB gebruikte en waarin gemaskerde ETA-leden optraden, daags na het neerschieten, op straat, van de Baskische advocaat Múgica en de moord op de rechtsgeleerde Tomás y Valiente in zijn werkkamer.

Een woordvoerder van HB heeft inmiddels verklaard dat de bestuurstop zich niet vrijwillig zal melden. In het voorbijgaan werd de ETA en haar aanhang nogmaals opgeroepen hier een hard antwoord op te geven. Een dergelijke oproep betekent in de praktijk nieuwe doden. Daarnaast kan Baskenland enige onrustige weken tegemoet zien in de vorm van relletjes door met de ETA sympathiserende jongeren. Wie als Baskisch binnenstadsbewoner het ongeluk treft in een dergelijke rel te verzeilen dient zich tijdig uit de voeten te maken voor de gevreesde molotov-cocktails, het populaire wapen van de ETA-jeugd.

Het ETA-geweld vormt een belangrijke test voor de nieuwe centrum-rechtse regering van José María Aznar. De regering, die tijdens de verkiezingscampagne een harde aanpak van de ETA beloofde, toonde zich in eerste instantie flexibel. Hoewel ieder gesprek met de ETA-kring werd afgekapt, beloofde het kabinet dat de meer dan 500 ETA-gevangenen zullen worden verplaatst naar gevangenissen in de buurt van Baskenland, zodat familiebezoek minder bewerkelijk wordt. Meer omstreden is daarnaast het plan voor het monteren van video-camera's in de straten van Baskische steden ter bestrijding van de straatterreur.

ETA kampt met een chaotische organisatie-structuur, waarin bovendien steeds minder ervaren krachten zitten. Interne verdeeldheid over de te volgen taktiek wordt bij gebrek aan overtuigende en gezaghebbende leiders met ijzeren hand onderdrukt. Het gestadig wegvallen van de maatschappelijke steun lijkt het verval verder te bespoedigen. Ondanks alle maatregelen en de recente arrestaties van belangrijke ETA-leden heeft niemand de illusie dat het terreur-geweld op korte termijn zal verdwijnen. Maar als het in dit tempo doorgaat, zo zei vanochtend een Baskische socialistische politica, “zal de volgende generatie kunnen leven in een Baskenland zonder ETA-geweld.”