Een privé-tenor

Jószef Réti: Wie Stark ist nicht dein Zauberton (Hungaroton, HCD 12891) -:Mozart-aria's (Hungaroton, HCD 12927)

In de bergen tussen Boedapest en München dook op een vroege morgen in september József Réti op. Deze Hongaarse tenor stond op een bandje dat orgeluitvoeringen van Bach-cantates beloofde. Ach, waarom niet. Een supermarkt-mandje vol met tapes en cd's kostte in Boedapest destijds een habbekrats. En buitenlanders hebben er met hun ongeldige creditcards toen heel wat argeloze muziekwinkels geplunderd. Antiquariaten waren al leeggehaald.

József Réti zong tussen de orgelgolven door een aria uit de Johannes Passion, over het verlangen om snel en dicht bij God te zijn: 'Welt, deine Lust ist Last, Dein Zucker ist mir als ein Gift verhasst (-) Ich habe Lust, bei Christo bald zu weiden, Ich habe Lust, von dieser Welt zu scheiden'. Hoe overtuigend zo'n tekst op sporadische momenten ook kan klinken, door de gloed van smeulende kooltjes die Réti's stem die vroege ochtend zo aards en vaderlijk vertrouwd maakte, zou je voor geen goud meer eerder naar de hemel willen dan strikt noodzakelijk is.

Tegenwoordig weet bijna niemand meer wie Réti was. Hij werd in 1925 in Roemenië geboren, kwam eerst in het Staats Operakoor in Boedapest terecht en nam in de jaren zestig steeds vaker deel aan buitenlandse festivals. Hij zong wat er maar klassiek te zingen viel, van Puccini en Wagner tot Strauss en Bartók. In Rotterdam moet hij ook nog een keer zijn opgetreden, maar daar is geen spoor van terug te vinden. En misschien zou zijn naam nog rondwaaien als hij in 1973, het jaar dat hem die langverwachte concerten beloofde in Berlijn, Rome, Madrid, Parijs, Keulen en Düsseldorf, niet gestorven was. Wat hij naliet, waren grammofoonplaten, maar die zijn nu ook in Hongarije niet meer populair. Gelukkig heeft Hungaraton er twee cd's van gemaakt. Het duurt een maand of vier voordat de firma in Boedapest overgaat tot verzending.

Réti is geen Pavarotti, met een bereik tot aan de achterste stadion-tribunes. Als Pavarotti een publieke tenor is, dan was Réti een privé-tenor, voor wie de emotionele diepte zwaarder woog dan de vocale verte. Vanuit die diepte gaf hij de aria's van Mozart zoveel vrolijkheid, ernst en verdriet mee dat je er zelf ook onherroepelijk aan moet geloven. En met dat grenzeloze palet aan tussentonen en vervoeringen dat hij stevig in de hand wist te houden, maakte hij zelden die verreikende, ferme stemgebaren die bij maestro's en operahelden horen. Hij zong wel rondborstig, maar in die volte schuilen ook twijfel en ingehouden heroïek, alsof hij heel goed wist dat een mens niet altijd uit één stuk kan zijn. Liever elegant dan stoer, liever geloofwaardig dan virtuoos. En dankzij die gevoelsmatige stap voorwaarts, en die theatrale stap naar achteren, lijkt Réti de werken van Mozart, Vivaldi, Bach en Liszt te koesteren alsof het een groot voorrecht was ze vertolken.

Door de opkomst van een ster als Pavarotti is Réti destijds ten onrechte in diens forse schaduw onzichtbaar gebleven, vertelt het cd-boekje. De Hongaar had ook zijn uiterlijk niet mee: een gedrongen gestalte, met een kogelrond, onopvallend gezicht. Misschien heeft het boekje gelijk, hoewel Pavarotti toch ook niet tot de begeerlijksten behoort. Misschien heeft Réti te kort geleefd om zichtbaarder en markanter te worden. Zijn gevoelsleven moet in elk geval markant genoeg geweest zijn. Want wie in Vivaldi's oratorium Juditha triumphans zijn stem zo warm en tegelijkertijd wraakgierig kon laten jubelen als Réti, heeft innerlijke diepten doorgemaakt, die virtuoze verten heel betrekkelijk maken.

    • Marianne Vermeijden