Een dartspijltje in het voorhoofd

'Het Waterrad van Ribe' van Ernst Timmer gaat over een schaker die gefascineerd wordt door het eindspel van twee paarden en een pion. Hij is ook op zoek naar een verdwenen meisje. Het is een spannend en nukkig boek, dat de lezer pest, door hem net niet te vertellen wat hij graag wil weten. Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

Ernst Timmer: Het Waterrad van Ribe. Uitg. Bert Bakker. Bij de Slegte verkrijgbaar voor ƒ 4,95.

Zes jaar geleden kreeg ik een nette zwarte map toegestuurd met driehonderd uitgeprinte A4-tjes. Het enige liefderijke wat ik er mee deed was dat ik het niet weggooide.

Een paar maanden later werd ik opgebeld door de schrijver, Ernst Timmer, die wilde weten of ik zijn boek al gelezen had. Ik had moeten zeggen: “Nee, en dat ben ik ook niet van plan,” maar overbluft zei ik: “Ja, dat zal ik nu snel doen.” Misschien zei ik dat ook omdat de titel Het Waterrad van Ribe, wel intrigeerde, en omdat je met een deel van iemands leven niet zo achteloos kunt omspringen.

Ik begon te lezen, met het veilige gevoel dat ik het toch niet uit zou krijgen omdat ik een paar dagen later voor twee maanden weg zou gaan. 'Uitkrijgen' zou dan niet eens aan de orde komen; één bladzijde is genoeg om te zien dat iets niets is. En ongevraagd toegezonden manuscripten zijn altijd niets.

Het verhaal begon met een geheimzinnige auto die door een nachtelijk dorpje rijdt, met fel priemende koplampen. Zulke auto's zijn er veel in boeken, maar van deze wilde ik weten waarom hij daar reed en wie er in zat. Na een paar alinea's verdween die auto alweer, en kwam ik terecht bij een hoofdfiguur die bridgelessen geeft maar eigenlijk schaker is (daarom had Timmer mij uitgekozen om hem te ontdekken), die gefascineerd is door het beroemde eindspel van twee paarden tegen pion, de verdwijning van een meisje, en de vraag wáár men zijn kortingskaart moet laten zien: bij het loket of bij de treinconducteur, en die daarover een oorlog aangaat met de Nederlandse Spoorwegen. Tegen een spoorwegrechercheur zegt Johan: 'Zoals een bakker brood verkoopt, zo verkoopt het loket kaartjes. De bakker verkoopt ook zoutloos brood voor mensen met een zoutloos dieet, het loket verkoopt kaartjes met korting voor mensen met een kortingskaart. Of dat zoutloze dieet wel nodig is, dat is een zaak van de diëtist, daar bemoeit de bakker zich niet mee. Zo ook dient het loket zich niet te bemoeien met de kortingskaart, dat is de taak van de conducteur'.

Een van de rechercheurs bracht nog te berde dat het ook mogelijk was het loket te vergelijken met een apotheker, die sommige van zijn produkten pas mag verkopen nadat de klant een recept heeft getoond.

Na twintig bladzijden moest ik weg, en ik bracht het manuscript naar mijn uitgeverij. Een paar maanden later verscheen Het Waterrad van Ribe. Het werd gunstig besproken en weer enige tijd later kreeg het 'Gouden Ezelsoor' voor het bestverkochte debuut van het jaar.

Maar zoals eerder het manuscript, kwam nu mijn gesigneerde exemplaar terecht op de stapel 'nog te lezen'. Het kwam er niet meer van, en het belandde in de kast.

En nu zag ik het in de ramsj!

'Van de wieg tot het graf', flitste het door me heen - dit was het moment om het eindelijk te lezen.

En dat heb ik in één ruk gedaan. Het Waterrad van Ribe is een ongewoon, complex, boeiend, raar, spannend, nukkig boek. Het doet veel van wat ik wil dat boeken doen. Het verplaatst me in een wereld die me op zichzelf koud laat (geloofsstrijd onder jonge katholieken) maar die door zijn onbekendheid toch boeiend is. Het is geestig. Het pest me, door te zorgen dat ik iets wil weten, en dat steeds net niet te vertellen. Heeft het verdwenen meisje zelfmoord gepleegd? Is ze verdronken, verdwenen, vermoord? Zal de strijd tegen de Nederlandse Spoorwegen gewonnen worden? Is er een aanslag op de Paus beraamd? Zal Johan met de moeder van het meisje naar bed gaan?

Schaken speelt niet alleen een belangrijke bijrol in dit boek; het vormt het ook. Het is een compositie waarin de wendingen kloppen en de voortgang gedwongen is, zoals in studies en problemen, en nooit in partijen. Allerlei uiteenlopende elementen zijn tot een spannend en hecht verhaal samengesmeed; geloof, patwendingen, Pausbezoek, een aankomende vrouwelijke priester die over water kan lopen, al heeft ze daar een surfplank voor nodig, bridge, de sprookjes van Andersen, Kaj Munk, binnenwaterbiologie, de NS, Kierkegaard.

Het Waterrad van Ribe doet ook een paar dingen die boeken niet zouden moeten doen, zoals de wat geforceerd volgehouden schaakbeeldspraak, (maar dan weer: 'Het weten is aan de verbeelding gelijmd als een paardehoofd aan het onderstel van een schaakstuk.') en het scheppen van raadsels die niet helemaal of niet duidelijk worden opgelost.

Daar staat tegenover dat Timmer driehonderd bladzijden lang zeer goed schrijft. Wijs mij in de wereldliteratuur een lekkerder ontbijtje dan dat op blz. 154-155, al wordt reeds op blz. 156 'dit feestmaal in nog herkenbare vorm over het porselein [van een toilet] uitgestoten'.

Wanneer zal het eindspel van twee paarden tegen pion, 'waarin de winnende koning zijn collega meer beschouwt als danspartner dan als tegenstander', of de liefde tussen dame en pion meer eer worden aangedaan?

Timmer heeft mooie observaties: 'Het laatste had hij haar gezien op zijn zestiende, toen had zij vlechten en liep altijd in haar eentje steentjes te schoppen. Johan realiseerde zich dat dat 'altijd' wellicht slechts steunde op een enkele geheugenflits'. En krankzinnige wendingen zoals wanneer Johan in een Duits café een deur opent waarop hardnekkig geklopt wordt, een dartspijltje in zijn voorhoofd krijgt, en meteen nadat hij weer bij kennis is, als ware spelletjesmaniak vraagt: 'Wieviel Punkte trage ich ein?'

Bij de uitreiking van Het Gouden Ezelsoor zei Timmer dat deze prijs eigenlijk het Rode Ezelsoor zou moeten heten, omdat de hoogste eis die hij aan een boek stelt is dat het op de een of andere manier met rode oortjes gelezen kan worden.

Met mij is hem dat gelukt - maar dus niet met erg veel anderen.

In 1993 publiceerde Timmer de verhalenbundel Mallen die redelijk besproken werd, maar niet erg goed verkocht. Het laatste wat van hem vernomen werd, zo'n anderhalf jaar geleden, was dat hij 'aan een nieuw boek' werkte.

    • Tim Krabbé