Dorststaker leeft hoogstens 12 dagen

De Turkse hongerstakers die zich welbewust naar de dood vasten en zelfs vocht met suiker of wat zout weigeren, hebben hoogstens 12 dagen te leven. Hongerstakers die nog wel water drinken kunnen hun protest twee tot drie maanden volhouden. Een gevangene die goed gevoed begint, houdt het 90 dagen vol, maar Turkse artsen schatten dat onder de omstandigheden in Turkse gevangenissen de dood na 60 dagen te verwachten is.

De eerste dagen hebben hongerstakers last van een knagend hongergevoel dat kan uitlopen op pijnlijke buikkrampen van de maag die aangeeft dat er voedsel nodig is. Na een paar dagen verdwijnt die reactie. Een ander hongergevoel is het flauwe gevoel dat ontstaat door een tekort aan suikers in het bloed.

Een hongerstaker haalt de calorieën voor zijn hartslag, ademhaling en verdere bezigheden allereerst uit zijn vetreserves. Langzaam maar zeker worden de eiwitten in de spieren aangesproken. Uiteindelijk kannibaliseert de hongerstaker ook zijn vitale organen, als eerste lever en darmen, als laatste hart en nieren, terwijl het zenuwstelsel lang intact blijft. Voordat de toestand kritiek wordt kan een hongerstaker de helft van zijn lichaamsgewicht verliezen. Levende organismen zijn zo geëvolueerd dat perioden van ernstige honger met zo gering mogelijke schade kunnen worden doorstaan. Het lichaam van een hongerstaker past zich aan door de hartslag en ademhaling te vertragen.

De huid voelt koud, droog en onelastisch aan doordat de warmte-afgifte zoveel mogelijk wordt beperkt. Een 'dorststaker' verliest op gegeven moment het bewustzijn doordat de zoutbalans in zijn lichaam zo verstoord raakt dat het zenuwstelsel ontregeld raakt. De precieze gevolgen van een dorststaking zijn niet vaak beschreven. Artsen in Genève kregen vier jaar geleden een gevangene in hun ziekenhuis die volgens de gevangenisartsen al 13 dagen water en voedsel had geweigerd. Hij werd opgenomen omdat hij zijn dorststaking opgaf toen de schade aan zijn lichaam onherstelbaar dreigde te worden. Hij had extreme dorst, hoofdpijn en intense buik- en rugpijn. Hij was duizelig, kon zich nauwelijks bewegen en produceerde vrijwel geen urine, waardoor de nieren beschadigd dreigden te worden. Aan huid, tong, lippen en ogen zagen de artsen dat de patiënt ernstig uitgedroogd was. Zijn ernstig 'verdikte' bloed bevatte veel te veel zout en ureum (een afbraakprodukt van eiwitten dat normaal via de nieren wordt uitgescheiden). Deze patiënt werd met zorgvuldig gedoseerde zoutinfusen uit de ernstigste crisis geholpen, maar hij weigerde nog steeds energie op te nemen. Na zes dagen vochttoevoer was de nierfunctie hersteld en was zijn gewicht 10 kilo toegenomen.

Niet iedere hongerstaker die in dat stadium zijn actie opgeeft zal het zo vergaan. Het totaal ontbreken en niet meer op gang komen van maagsapproduktie, ernstige diarree en opgelopen orgaanschade kunnen toch nog tot de dood leiden.

Artsen mogen niet ingrijpen met gedwongen voeding en mogen zich ook door de overheid niet laten dwingen om gevangen hongerstakers tegen hun wil te voeden. Als een hongerstaker aangeeft te willen sterven, stelt de in 1975 aangenomen Verklaring van Tokio dat die wil moet worden gerespecteerd.

    • Wim Köhler