De depressie van Downtown; Het oudste deel van New York wordt opnieuw uitgevonden

Op de zuidpunt van Manhattan staat een aantal van de mooiste wolkenkrabbers van New York. Vele staan leeg of worden nu door leegstand bedreigd. De 'losse ruiker van architectonische bloemen', zoals Henry James het gebied rondom Wall Street omschreef, heeft een oppepper nodig. Van de kantoren moeten woningen worden gemaakt. Toeristen worden gelokt met historische wandelingen.

Voor een stad die nooit slaapt, is het nogal stil geworden onder in Manhattan. Dit is het oudste deel van New York, waar de Nederlanders begin zeventiende eeuw Nieuw Amsterdam vestigden, met Wall Street als het financiële centrum. Op 'Zwarte Maandag', de beurskrach van 1987, gingen er in één klap zo'n honderdduizend banen in de financiële sector verloren.

Veel bedrijven moesten vertrekken uit gebouwen die te groot en te duur waren geworden. Van de ruim dertig miljoen vierkante meter kantoorruimte staat naar schatting een kwart leeg - tezamen de oppervlakte van 280 voetbalvelden. Onder de gebouwen die door leegstand worden bedreigd is een aantal van de mooiste wolkenkrabbers uit de jaren twintig en dertig die New York kent.

's Ochtends trekken nog altijd vierhonderdduizend mensen Downtown binnen, maar 's middags verdwijnt de hele massa weer. Is de rest van de stad van de gele taxi's vergeven, hier is er 's avonds niet één te krijgen - dan rijden er alleen de zogenaamde black cars, door bedrijven ingehuurd om op afspraak late werkers af te halen.

Om de leegloop te keren willen gemeente, architecten, ondernemers en andere betrokkenen Lower Manhattan 'opnieuw uitvinden', zoals zij dat noemen. De monocultuur van werken moet worden uitgebreid met wonen, en daarmee ook met winkels, bioscopen, scholen, cafés, parken en pleinen.

Daartoe moeten veel lege kantoren tot woningen worden omgebouwd. Ook wordt geprobeerd om Downtown tot het centrum te maken van de nieuwe media: 'Silicon Alley' aan de oostkust als pendant van Californië's Silicon Valley. Een netwerk van 'Heritage Trails' moet de buurt aantrekkelijker maken voor toeristen.

“Downtown lijdt wel eens vaker aan cyclische depressies”, zegt Richard Kaplan, president van het vermogende particuliere J.M. Kaplan Fund. Kaplan - zoon van de oprichter en architect - heeft zich over Downtown ontfermd. “Tot nu toe kreeg de buurt oppeppers in de vorm van grootschalige bouwprojecten: in de jaren vijftig Chase Manhattan Plaza met het beroemde kunstwerk van Dubuffet, in de jaren zeventig het World Trade Center, in de jaren tachtig Battery Park City. In de jaren negentig is de benadering fijnmaziger: we zoeken een nieuw gebruik van de stad.”

Een hele muur van Kaplans kantoor wordt in beslag genomen door een kleurig computermodel van het gebied, gemaakt door het Environmental Simulation Center aan de New School for Social Research met steun van de stichting. Hetzelfde geldt voor het urban design plan dat Peterson Littenberg Architects vorig jaar maakten. In hun even gewaagde als intelligente plan stellen zij onder andere voor een nieuw spoorwegstation en nieuwe bootterminals te bouwen om de verbindingen met de omgeving te verbeteren. Zij deinzen er niet voor terug selectief te slopen om ruimte te scheppen voor nieuwe pleinen en parken en ze voegen zelfs een aantal straten aan de plattegrond van Lower Manhattan toe.

Weer een ander plannetje van Kaplan is vorig jaar gerealiseerd: de 'Heritage Trails', vier wandelingen die de buurt voor bezoekers moeten ontsluiten. Ze voeren langs plekken uit verschillende tijdperken, zoals de oude haven South Street Seaport, het nieuwe Museum of the American Indian, een vroeg achttiende-eeuwse begraafplaats van zwarte slaven die vijf jaar geleden werd ontdekt, en het stratenpatroon van Nieuw Amsterdam. In de wandelingen zijn ook diverse wolkenkrabbers uit de eerste decennia van deze eeuw opgenomen - gebouwen die dankzij de uitvindingen van de lift en het staalskelet een nieuw soort gebouw aan de architectuur van de twintigste eeuw toevoegden. Zodra de portiers, van wie er op deze dure locaties altijd opvallend veel zijn, het Heritage-boekje zien zetten ze onverstoorbaar hun onderlinge gesprekken voort en laten de bezoeker zich rustig vergapen.

Kathedraal

Begin vorige eeuw veranderde Lower Manhattan van regerings- in handelscentrum. De grondprijzen schoten omhoog en daarmee ook de gebouwen. Was New York in 1870 nog gemiddeld zes verdiepingen hoog, in 1908 was het beeldschone Singer Building omhooggeschoten, in 1910 de Liberty Tower, in 1915 de ontzagwekkende massa van het Equitable Building. In 1929 stonden er in 36 Amerikaanse steden al 377 gebouwen van meer dan twintig verdiepingen - waarvan 188 in New York. De nieuwe hoge gebouwen spraken tot de verbeelding van bijna iedereen. Het jonge land was trots op de vernieuwing waarmee het zich losmaakte van de Oude Wereld. H.G. Wells roemde Wall Street als 'a cliff of material achievement above a black froth of people', de Engelse schrijver Henry James omschreef het zuidpuntje van Manhattan in vervoering als 'deze losse ruiker van architectonische bloemen'.

Over het Singer-gebouw schreef de New York Times nog voor de opening, dat het 'voor het kapitalisme is wat Rome is voor de kerk'. Toch had het Singer daarmee nog niet het eeuwig leven verworven: het is in 1967 gesloopt om plaats te maken voor een beter renderend glazen kantoorgebouw, en is daarmee voor preservationists als architect Robert Stern een schoolvoorbeeld van het onzekere lot van historische gebouwen. In Amerika is de houding tegenover 'oude' gebouwen nu eenmaal dubbelzinnig. Gevoelsmatig staat behoud gelijk aan stagnatie. Men is wel degelijk trots op het culturele erfgoed en het cachet dat het de stad verleent, maar die trots legt het vaak af tegen de wetten van de markt en het gevoel dat nieuw toch altijd beter is.

Aan het Woolworth Building van architect Cass Gilbert (1913) wijdde dezelfde New York Times eveneens nog voor de opening liefst veertien artikelen. Zakenman Frank Woolworth, die aan het hoofd stond van een Hema-achtig imperium, kreeg zelfs president Woodrow Wilson zo ver dat hij het gebouw vanuit Washington DC opende. Tijdens het gala-diner drukte de president op een knop, en in New York floepte de verlichting aan in het gebouw dat wegens zijn neo-gotische vormgeving de bijnaam 'kathedraal van de commercie' kreeg. Marcel Duchamp verklaarde het zelfs tot een readymade.

Het opzichtige Woolworth-gebouw is een van de vroegste voorbeelden van architectuur als uitdrager van het corporate image van succes. Ook van binnen droop de weelde ervan af: Woolworth richtte zijn kantoor op de 24-ste verdieping in als kopie van Napoleons troonzaal in het kasteel te Compiègne.

Nog steeds is de entreehal overweldigend, met zijn muren van marmer, een waterval van glinsterende glazen mozaïeken in turkoois en goud, en reliëfs van de architect die een model van zijn creatie vasthoudt, en de opdrachtgever met zijn handen vol kleingeld.

Ook op 20 Exchange Place, de toren van de City Bank-Framers Trust company (1931) is geld letterlijk in decoratie omgezet: om de hoge boog van de ingangspartij zijn elf 'portretten'

geschilderd van munten uit de landen waar de bank dependances had. Even weelderig als Woolworth, maar in een andere kleurstelling, is de hoge lobby van de Irving Trust Company op 1 Wall Street, waar de rode mozaïeken met gouden strepen over de muren lijken te golven. Het curieuze is dat hier gewoon gewerkt wordt - aan chique houten bureaus met fraaie schemerlampen erop, dat wel.

Urban soul

Een van de meest uitgesproken beschermheren van Lower Manhattan is Robert Stern, een architect van traditionalistische snit voor onder andere Disney, docent aan Columbia University en mede-auteur van een aantal boeken over de architectuurgeschiedenis van de stad. Stern, een felle en ongedurige man, laat er geen misverstand over bestaan: hij vreest voor het lot van dit stadsdeel, dat hij omschrijft als 'een groot brok urban soul'. Hij rekent het tot het belangrijkste culturele erfgoed van Amerika. “De toekomst van Downtown is een hot issue op het gebied van behoud en ontwikkeling, niet alleen op dit moment maar ook voor het eind van de twintigste eeuw.

De uitkomst van deze strijd zal voor veel Amerikaanse binnensteden bepalend zijn.''

Het gaat Stern niet alleen om de beroemde hoge gebouwen, maar ook om hun omgeving: “Wat is een berg zonder heuvels?” Hij richt zijn verwijten op hebzuchtige projectontwikkelaars, die klakkeloos historische gebouwen veranderen naar de laatste mode, en vooral op de Landmarks Preservation Commission. Die is volgens hem veel te terughoudend bij het aanwijzen van beschermde monumenten. “De commissie wil ongeveer twintig gebouwen als monument aanmerken. Terwijl uit een studie van mijn postdoctoraal-studenten aan Columbia blijkt dat liefst 180 gebouwen en ongeveer veertig interieurs daarvoor in aanmerking komen.” Het historische Nederlandse stratenpatroon is wel tot monument verklaard - maar pas begin jaren tachtig.

De studenten, die hun onderzoek onlangs in een brochure publiceerde met de titel Reviving Lower Manhattan: Preserving the Past to Ensure the Future', vinden dat de hele wijk zowel landelijke als lokale bescherming moet krijgen als historic district. 'Als microcosmos van trends in de Amerikaanse architectuur en stedebouw kent Lower Manhattan geen gelijke', schrijven zij. 'Het is een visueel verslag van het commerciële belang van New York over de afgelopen drie eeuwen.'

Dat de monumentale status nog niet alles zegt, blijkt uit de recente geschiedenis van Stone Street, deel van het tot monument verklaarde Nederlandse stratenplan. Dit klinkerstraatje wordt nu als het ware overhuifd door een groot kantoorgebouw. Het straatje bestaat nog, dat wel, maar fungeert als een apart soort entreehal.

Op nummer 40 Wall Street staat de wolkenkrabber waarmee de Bank of Manhattan in 1930 de Chrysler Building hoopte voor te blijven als hoogste gebouw ter wereld. Dat lukte, maar slechts voor één nacht: toen bleek dat Chrysler een uitschuifbare spriet op het dak had gezet. Dit gebouw, met zijn steile dak van groen koper - dat vanaf de straat niet te zien is, maar wel prominent in de skyline figureert - is nu eigendom van projectontwikkelaar Donald Trump, die er kantoren en appartementen in onder wil brengen.

Architectuurliefhebbers hielden hun hart vast toen dit bekend werd, want Trump heeft de reputatie rücksichtlos om te gaan met restanten van het verleden. Hem wordt nog steeds nagedragen dat hij het mooie gebouw van het Bonwit Teller-warenhuis tegen de vlakte gooide, inclusief alle Art Deco-versieringen, en zijn roodmarmeren Trump Tower getuigt van zijn protserige smaak. Inmiddels heeft de Landmarks Preservation Commission 40 Wall Street als monument aangemerkte, en tot ieders verbazing heeft Trump niet geprotesteerd. Sterker nog, hij woonde de behandeling door de commissie zelf bij om te zeggen dat hij heus wel het nut van behoud inziet.

De optimisten in Lower Manhattan hopen dat dit duidt op een mentaliteitsomslag in bredere kring.

Silicon Alley

Vorig jaar sloegen de lokale ondernemers de handen ineen en richtten de Alliance for Downtown New York op, een zogenaamd business improvement district. Susanne O'Keefe, vice-president van de Alliance en zelf architecte, legt uit hoe dat werkt: “Alle eigenaren van commercieel onroerend goed in dit district betalen een jaarlijkse toeslag op hun onroerend goed. Dat geld wordt via ons direct weer in de eigen buurt geïnvesteerd.” Met een jaarlijks budget van ruim negen miljoen dollar is de Alliance de grootste van de ruim dertig business improvement districts in New York en de derde in grootte in het land.

Het eerste wat de Alliance deed, was zijn aanwezigheid op straat zichtbaar maken met een soort stadswachten. Er lopen nu mannen en vrouwen rond in kekke jacks van rood satijn die de straten schoonmaken, toezicht houden en met walkie-talkies de politie bij onheil snel kunnen waarschuwen. Ook schreef de Alliance een prijsvraag uit voor verbetering van de belichting, bewegwijzering en de inrichting van de openbare ruimte; met de uitvoering zal volgens O'Keefe miljoenen gemoeid zijn. “Er moeten ook plattegronden of informatiekiosken komen, waar mensen zich kunnen orienteren”, zegt O'Keefe. “Het zeventiende-eeuwse Nederlandse stratenpatroon is weliswaar een monument, maar voor Amerikanen die een regelmatig patroon van straten gewend zijn, is het erg verwarrend.”

Het gebouw waar de Alliance in zetelt, de Equitable Building, beslaat een heel blok aan Broadway en werd een mijlpaal in New-Yorks architectuurgeschiedenis. “Toen het in 1915 werd voltooid was het het grootste kantoorgebouw ooit gebouwd, met plaats voor twaalfduizend werknemers”, vertelt O'Keefe. “Iedereen schrok van de enorme massa, die delen van de omgeving letterlijk permanent in de schaduw stelt. Bovendien waarschuwde de brandweer dat de straten er omheen veel te smal waren om zoveel mensen tegelijk te kunnen evacueren: dan zouden ze in lagen van vijf diep van gevel tot gevel komen te liggen!

Met dat schrikbeeld voor ogen nam de stad het jaar daarop een revolutionaire wet aan, de eerste in Amerika, die limieten stelde aan massa en hoogte van nieuwe gebouwen. Een nieuwe wolkenkrabber op deze plek zou amper half zo groot mogen zijn.''

Om het investeren in Downtown aantrekkelijk te maken heeft de gemeente eigenaren die kantoren tot woningen ombouwen, korting op hun onroerend goedbelasting en energiekosten toegezegd. De verbouwingskosten kunnen aanzienlijk zijn. Projectontwikkelaar Rudin bijvoorbeeld heeft ruim dertig miljoen dollar besteed aan 55 Broad Street. Dit gebouw - nog geen dertig jaar oud, maar het had al drie jaar leeg gestaan - is nu het New York Information Technology Center, dat Lower Manhattan tot het middelpunt van de nieuwe media aan de oostkust moet maken. 'Silicon Alley', New-Yorks antwoord op 'Silicon Valley' in Californië. In het ITC heeft zich onder andere de New York New Media Association gevestigd, waarvan de maandelijkse CyberSuds-feesten vijfhonderd of meer hippe geeks en nerds trekken.

Overigens lijken de oude gebouwen zich beter voor hergebruik te lenen dan de nieuwere. De verdiepingen zijn kleiner en handzamer, er zijn allerlei pijpen en schachten om de bekabeling in weg te werken, en ze zijn niet vergeven van asbest zoals de kantoren uit de jaren zestig en zeventig.

Er wonen wel degelijk mensen in Downtown. In 1990 waren dat er veertienduizend, in zeven- tot achtduizend woningen. Volgens Peterson en Littenberg moeten er nog eens zestienduizend woningen bij komen wil er een levendige buurt ontstaan die bestaansrecht biedt aan cafés, bioscopen, supermarkten en scholen - allemaal dingen die Lower Manhattan met zijn monocultuur van werken nog ontbeert. Het gebouw op 30 Wall Street - naast Federal Hall, de plek waar George Washington werd ingezworen als de eerste president van Amerika - krijgt al een eigentijds bestemming: het wordt een sportclub.

Heritage Trails-gidsen zijn te koop ($5) bij Urban Center Books, 457 Madison Ave. bij 51st Street, of in Federal Hall, 26 Wall Street.