'Concurrentie in elektronica is moordend'

AMSTERDAM, 26 JULI. De etalages van de elektronicawinkels in de Amsterdamse winkelstraten schreeuwen even hard als die van de kledingzaken: 'Tot 60 procent korting! Laagste prijzen van de stad!' staat er in grote witte letters op de ruiten. Videorecorders, televisietoestellen en cd-spelers, van bekende merken als Sony tot Oosteuropese nieuwkomers als Stix - alles is afgeprijsd.

M. Sajet, eigenaar van de kleine elektronicaspeciaalzaak Arena, die al 28 jaar van de familie is, heeft zelfs alle paginagrote aanbiedingen van concurrenten opgehangen in zijn zaak: “Dan weet iedereen dat we ze niet voor de gek houden. Het is overal uitverkoop, de prijzen zijn belachelijk laag, de concurrentie is moordend.”

In de halfjaarlijkse uitverkoop in de markt voor consumentenelektronica wordt de klant aangesproken op maar één ding: prijs. Nergens op de felgroene kaarten staan de woorden 'kwaliteit', 'nieuw' of 'service', uitsluitend percentages en cijfers worden vermeld. Het verschil met andere branches is dat deze 'opruimingen' in de elektronica tegenwoordig het hele jaar aanhouden. “Als wij een walkman aanbieden voor 179 gulden, komt de klant vertellen dat hij bij de buren 159 gulden kost. De meeste winkeliers zwichten onder die druk”, verzucht de bedrijfsleider van Megapool in de Amsterdamse Kinkerstraat, een electronicaketen met 100 Nederlandse vestigingen.

Het is deze aanhoudende prijzenslag in de winkelstraten waar het elektronicaconcern Philips onder lijdt. Het bedrijf maakte gisteren bekend wereldwijd 6.000 banen te schrappen omdat de winstmarges op de belangrijke Europese markt voor consumentenelektronica al ongeveer zes jaar dalen. In de eerste twee kwartalen van dit jaar leed de sector consumentenprodukten van Philips zelfs verlies. De Europese consument is gewend geraakt aan de stroom aanbiedingen, die de fabrikanten en detailhandel in gang hebben gezet.

Twee jonge vrouwen staan in een elektronicawinkel in de Amsterdamse Pijp te twijfelen welke stereotoren Sharon (25) moet aanschaffen. Ze richt voor het eerst haar eigen huis in en is talloze winkels afgegaan om een betaalbaar model te vinden. Ze kiest nu voor een merk dat zo'n achthonderd gulden kost.

Er is er ook een die het dubbele kost, maar die laat ze staan. “Natuurlijk wil ik kwaliteit, maar zoveel geld heb ik niet.” En als ze kon kiezen tussen de betere stereotoren en een vakantie naar Tenerife? “Tja, dan toch die vakantie.”

Oorzaak van de prijsverlagingen van de fabrikanten is de harde concurrentie van goedkope Aziatische en nu ook Oosteuropese merken.

Pagina 12: 'Nederlanders willen goedkoop produkt'

In de detailhandel moeten winkels tegen de etalages van de buurman op, dus ook zij verlagen hun prijzen, al zes jaar. Gevolg is dat winstmarges voor alle bedrijven dalen. De bedrijfsleider in Megapool: “Voor de verkoper blijft per produkt nauwelijks wat over.” Sajet vult aan: “Ook mijn omzet op geluids- en beeldapparatuur daalt jaarlijks vier procent. Het wordt nog enigszins gecompenseerd door mijn wasmachines en koelkasten, die een stabielere markt vormen.”

Ook de Nederlandse consument heeft steeds minder over voor een televisie of ander 'bruingoed', zoals geluids- en beeldapparatuur in de branche heet. Verwonderlijk is dat niet, zegt Sajet. “De consument is eraan gewend geraakt alleen te letten op aanbiedingen. Kwaliteit en service tellen niet meer.” Hij vreest de dag dat Nederland dezelfde drive-in elektronica-winkels krijgt als in Duitsland. Daar kan de klant met zijn auto in een grote hal rijden en tegen uitermate lage prijzen beeld- en geluidsapparatuur kopen. “Maar verwacht niet dat iemand je iets uitlegt of later een produkt voor je wil repareren”, aldus Sajet.

De prioriteiten van de Europese consument zijn ook veranderd, zegt hij. “Vroeger kon je nog pronken met een mooi televisietoestel. Tegenwoordig gaat het erom dat je een mooie auto hebt en zo vaak en zo ver mogelijk op vakantie gaat.” De Uneto, een landelijke branche-organisatie voor electronicawinkels, signaleert iets dergelijks: voor televisietoestellen of stereotorens heeft de consument niet veel belangstelling meer. Tijdens het Europees Kampioenschap voetbal en de Olympische Spelen, wordt weliswaar wat meer verkocht, maar dat is geen lijn die structureel stijgt. “Sinds de compactdisc heeft de detailhandel lang moeten wachten op de opkomst van geheel nieuwe produkten, die mensen massaal voor het eerst aanschaffen. We verwachten dat breedbeeld televisie zo'n effect zal hebben”, aldus S. Bierling van Uneto.

Die prioriteiten beïnvloeden de zogeheten 'vervangingsmarkt' van de consumentenelectronica. Voor witgoed, zoals wasmachines en koelkasten, vormen die verschuivende behoeften niet zo'n probleem: wie een kapotte wasmachine of koelkast heeft, zal een nieuwe moeten kopen. Sajet: “Maar als je al drie televisietoestellen in huis hebt en er gaat eentje stuk, dan hoef je niet meteen een nieuwe te kopen. Je ziet dat mensen tegenwoordig liever dat geld bewaren voor een vakantie of een etentje.”

Echt verbaasd zijn de winkeliers niet dat Philips verlies lijdt. West-Europeanen, zeggen de meesten, zijn nu eenmaal niet onder de indruk van “toeters en bellen op video's en cd-spelers”. Die “foefjes” bieden Philips, Grundig en Sony wel, volgens Sajet omdat Japanse consumenten daar wel gevoelig voor zijn. “Nederlanders willen gewoon een degelijk produkt. En zo goedkoop mogelijk.”

    • Frederiek Weeda