Buurtbewaking heeft succes

UTRECHT, 26 JULI. Het is doodstil op de Minbrug. In de verste verte is geen ongeregeldheid te bespeuren. “Ik heb nog geen gierende banden gehoord”, zegt buurtwaker Martin tevreden. Het buurtpreventie-team Minstraat boekt nu al succes.

Sinds maandag patrouilleren bewoners van de Utrechtse Abstederbuurt 's avonds om beurten in hun straten om de overlast van jongelui te bestrijden. Ze hebben een convenant met de politie gesloten, waarin de samenwerking voor een veilige wijk is vastgelegd. De vrijwilligers hebben een avond instructie gekregen over hun rechten en hoe om te gaan met agressie. “Dat is bijna iedereen vergeten: dat je als burger ook nog rechten hebt”, zegt wijkagent T. Aling. Elke avond is een ploegje van drie man in speciale jacks op de been met een draagbare telefoon om in geval van nood te bellen. De politie heeft beloofd binnen vijf minuten ter plekke te zijn.

Bij de Minbrug hingen regelmatig zo'n vijftig jongeren rond, veelal van allochtone herkomst. Het buitenleven is in deze wijk populair, maar de verstandhouding met de bewoners was niet best. De jongeren maakten zich nogal eens schuldig aan kleine criminaliteit, zoals het bekrassen van een auto of het ingooien van een ruit. Voorbijgangers werden brutaal bejegend, menigeen een blokje om liep. Ook is pas een pizza-bezorger beroofd.

“Ik heb ze wel eens aangesproken”, zegt buurtbewoner J. de Zwart (45). “Dan hadden ze een vuilnisbak omgetrapt en vroeg ik waarvoor dat nou nodig was. Maar dan kreeg je geen antwoord. Vooral oude mensen werden bang. Een aantal jongere mensen hebben het nu voor die oudjes opgenomen.”

Martin (27, schilder) en Gerard (25, magazijnbediende), beiden woonachtig op de Abstederdijk, hebben één avond per week dienst van zes tot twaalf. Het is overal rustig, bevestigen ze. “Het werkt.” Dollend lopen ze door de buurt. Bekenden worden joviaal begroet. Twee jongens in een regenpijp worden minzaam toegesproken. “De saamhorigheid is weer terug”, constateert Martin. “Die was hier helemaal verpauperd.”

In Abstede wonen veel studenten. Voor de samenhang in een buurt is dat niet bevorderlijk. Studenten hebben vaak andere besognes en zijn na twee of drie jaar vertrokken. Toch zijn er nu ook kontakten met studenten, verklaren de buurtpreventiewerkers.

“Als je sfeer terug wil krijgen in de buurt, moet je jezelf ervoor inspannen”, meent Gerard. “We willen lastige jongeren niet wegjagen, want dan verplaats je het probleem. We moeten ze kunnen overhalen. Die jongens in de regenpijp horen bij die groep, maar daar kun je nog mee praten. Uiteindelijk worden wij door hen eerder geaccepteerd dan de politie.”