Bulgarije; Bij geboorte wel/geen Bulgaar

De Bulgaren hebben zeven jaar na de ondergang van het communisme een nieuw staatswapen: na vijf jaar touwtrekken en ruziën - onlangs gingen parlementariërs er zelfs voor op de vuist - hakte het parlement gisteren de knoop door: het nieuwe wapen toont een leeuw op een rood schild, zónder de kroon waarom al die tijd is geruzied.

De oppositie is kwaad. Zij vindt niet alleen dat die leeuw een kroon moet hebben maar ook dat het nieuwe Bulgaarse wapen vooral lijkt op een advertentie voor het Franse automerk Peugeot.

Maar niet die discussie beheerst het debat in Bulgarije. Dat gaat dezer dagen veel meer om de vraag of Georgi Pirinski, minister van buitenlandse zaken, president mag worden of niet.

Hij mag dat wel, vindt de regerende Bulgaarse Socialistische partij (BSP), de partij van de ex-communisten. Zij wees Pirinski vorige maand aan als haar kandidaat voor de stembusslag van 27 oktober. Dan moet hij het opnemen tegen Petur Stojanov van de Unie van Democratische Krachten (SDS) die onlangs bij een voorverkiezing Amerikaanse stijl de zittende president Zjelev versloeg en kandidaat namens de gehele oppositie is.

De oppositie vindt echter dat Pirinski volgens de wet geen president kàn worden en zich dus moet terugtrekken als kandidaat. Ze toog met de grondwet in de hand naar het Constitutionele Hof en kreeg gelijk: Pirinski, zo oordeelden negen van de twaalf leden van het Constitutionele Hof, had bij zijn geboorte niet de Bulgaarse nationaliteit, en aangezien artikel 93 van de grondwet bepaalt dat een Bulgaarse president bij zijn geboorte Bulgaar moet zijn geweest kan Pirinski het presidentschap wel vergeten.

Pirinski werd in 1948 in New York geboren als zoon van een daar wonende Bulgaar (met de Bulgaarse nationaliteit) en een Slowaaks-Amerikaanse moeder. Hij kreeg automatisch de Amerikaanse nationaliteit, die hij in 1974 opgaf. Volgens de huidige Bulgaarse wet had hij bij zijn geboorte automatisch het Bulgaarse staatsburgerschap gekregen, maar de negen rechters van het Constitutionele Hof oordeelden dat de vraag naar zijn staatsburgerschap moet worden beoordeeld op grond van de Bulgaarse wetten van 1948. En die gaven hem niet het Bulgaarse staatsburgerschap, althans, niet automatisch.

Het Constitutionele Hof kan Pirinski niet van de presidentsverkiezingen uitsluiten. Maar als hij in oktober wint, kan het Hof wel de verkiezingen alsnog ongeldig verklaren.

De BSP is echter niet van zins Pirinski - lid van de hervormingsgezinde vleugel van de partij - terug te trekken. Ze heeft het oordeel van het Hof veroordeeld als een politieke uitspraak en als “een aantasting van het rechtsgevoel van het volk” dat straks Pirinski tot president gaat kiezen. Het Hof, aldus de BSP, zal dan niet durven ingaan tegen “de wens van miljoenen Bulgaren”.

De BSP kan eigenlijk ook moeilijk anders: de ex-communisten zijn als gevolg van de peilloze economische crisis (alleen al tussen maart en deze maand is het gemiddelde inkomen van de Bulgaren, omgerekend in dollars, gehalveerd tot luttele 60 dollar per maand en de ene prijsschok volgt de andere op) zeer impopulair en de enige BSP-politicus die nog over enige persoonlijke populariteit geniet is de econoom en polyglot Pirinski. Elke andere BSP'er zou het afleggen tegen Stojanov, die - voor het eerst - alle oppositiepartijen samen vertegenwoordigt. In de peilingen liggen Pirinski en Stojanov nek aan nek met elk 29 procent volgens één peilingsinstituut of met elk en 24 procent volgens een ander onderzoeksbureau.

De presidentsverkiezingen zijn van groot belang, omdat de ex-communisten na winst alle touwtjes in handen hebben: alleen het presidentschap ontbreekt nog, en president Zjelev is al tijden het enige bolwerk tegen een sluipende recommunisering door de BSP. Weliswaar heeft de president niet veel macht - Zjelev heeft tevergeefs geijverd voor de vorming van een presidentiële republiek - maar ook zijn beperkte bevoegdheden kunnen belangrijk zijn. Zo wijt de BSP de uitspraak van het Hof over Pirinski's kandidatuur voor alles aan het feit dat president Zjelev vier van de twaalf rechters heeft mogen benoemen - en die vier hebben wel de doorslag gegeven.

    • Peter Michielsen