Biografische orde

Biografie Bulletin 1996. Drie nrs. per jaar ƒ 45. Transvaalkade 19, 1092 JK Amsterdam.

'De exclusieve gerichtheid op de biografie en het feit dat de afleveringen voor een niet onaanzienlijk deel gevuld zijn met stukken voor eigen kring, maken dat Biografie Bulletin niet kan worden aangemerkt als een literair tijdschrift en derhalve niet valt binnen het geformuleerde subsidiebeleid voor literaire tijdschriften.'

Dezelfde commissie die er geen been in zag de kleine kring van Friessprekenden te vertroetelen met twéé gesubsidieerde literaire tijdschriften, acht de groep lezers van biografieën en autobiografieën te onaanzienlijk. Wie voor het woord 'biografie' iets anders invult, bijvoorbeeld 'poëzie', ziet meteen wat een lelijke onrechtvaardigheid hier heerst. Want al is de literaire biografie strikt genomen geen literair genre, het is een belangrijke en geliefde zijtak van de literatuur. En de dichtkunst heeft een nog kleiner publiek dan de biografie.

Te gespecialiseerd, 'een verenigingsblad', vindt de commissie het Biografie Bulletin, maar het is niets wetenschappelijker (een ander verwijt) dan het uit academische kring afkomstige Literatuur, en beslist leesbaar voor een flink publiek. Bovendien wordt er in Biografie Bulletin, dat misschien het ongeluk heeft te zijn voortgekomen uit de 'Werkgroep Biografie', enthousiaster gediscussieerd over allerlei aspecten van het genre dan in andere literaire bladen. Hier wordt met vereende krachten geprobeerd de literaire biografie te verfraaien en te verbeteren. Er staan in Biografie Bulletin met grote regelmaat stukken die uitstekend in een van de 'grote' bladen zouden hebben gepast.

De twee nummers die tot nu toe in deze jaargang verschenen zijn, bevatten artikelen van auteurs als Nelleke Noordervliet, Jan Vrijman, Richard Holmes, Wam de Moor, Sybren Polet, Solange Leibovici - geen wetenschappelijke specialisten die nooit eens buiten het eigen kringetje treden. Met het eerste nummer, een special over 'Wetenschap en biografie', heeft het tijdschrift zichzelf op financieel gebied dus vermoedelijk flink in de vingers gesneden. In het eerste nummer laten onder anderen een ethica, een criminoloog en een theologe hun licht schijnen over de biografie.

Boeiend is de bijdrage van de goed ingelezen ethica Heleen Dupuis. Let op de bijvoeglijke naamwoordjes, waarschuwt zij, want deze zeggen oneindig veel over de biograaf zelf. 'De tekst wordt zwakker naarmate het aantal waarderende termen en adjectiva toeneemt', vindt Dupuis, waarmee ze een enigszins ouderwets standpunt inneemt. Distantie en openheid, en ruimte voor de lezer zijn belangrijke eisen voor Dupuis, die in biografieën een diepe bron ziet van kennis omtrent moreel en moraal van mensen.

Solange Leibovici onderzoekt de overeenkomsten en verschillen tussen biografieën en romans. Zij ziet in de sterk toenemende belangstelling voor (auto)biografieën een teken dat de huidige mens grote behoefte heeft aan orde, eenheid, duidelijkheid over de eigen identiteit en die van de ander. 'Nog nooit werd het onstilbaar verlangen om jezelf te vertellen tegenover zo'n onstilbaar verlangen geplaatst om de ander te observeren.'

Jan Fontijn, de biograaf van Van Eeden, ziet net als Leibovici in de populariteit van intieme praatprogramma's op tv - 'de steeds groeiende drang in de media om de mensen te verleiden tot persoonlijke bekentenissen' - een vruchtbare voedingsbodem voor de biografie. En biograaf par exellence Richard Holmes: 'Ik geloof dat het schrijven van levensverhalen de uitdrukking is van een diep en gezond instinct van de moderne mens. Niet van een behoefte aan mythen, roddels, schandalen of het onthullen van wat de butler wel niet allemaal gezien heeft, maar wel van de noodzaak om onze levens een doel te geven. We willen ze een vorm geven, een bedoeling en continuïteit.'

De aandacht die er in deze aflevering is voor het literaire aan een biografie gaat naar de overeenstemmende narratieve technieken, niet naar iets vaags als schoonheid. (Hoewel Mary Kemperink het in haar bespreking van Hans Goedkoops Geluk. Het leven van Herman Heijermans heeft over 'een mooi verhaal' en 'een soepele, bij vlagen virtuoze stijl'). Een pietsje aandacht, niet meer dan een aanstippen, gaat naar de recente drang van schrijvers - Barnes, Byatt, De Botton, Duncker - om biografen als hoofdpersoon van hun fictie te kiezen. Misschien een leuk onderwerp voor een volgende special?

Het Biografie Bulletin zou wel eens een cruciale rol binnen de Nederlandse literatuur kunnen vervullen. Kan de subsidiecommissie van het Produktiefonds de afwijzing niet omzetten in ten minste een voorzichtige stimuleringssubsidie?

    • Margot Engelen