Beklemmend loflied

Vier Petersburgers, gedichten van Innokenti Annenski, Joseph Brodsky, Alexander Koesjner, Osip Mandelstam. Gekozen, vertaald en ingeleid door Peter Zeeman. Uitg. De Bezige Bij, 99 blz. ƒ 34,90.

Het feit dat vier dichters in dezelfde stad hebben gewoond lijkt op het eerste gezicht onvoldoende reden hen in één bundel bijeen te brengen. Bij de vier van deze bundel ligt dat - bij alle verschillen die er tussen hen bestaan - anders.

Annenski, Mandelstam, Koesjner en Brodsky passen wonderwel bij elkaar. Wat ze gemeen hebben, is in de eerste plaats dat het dichters zijn die een op het oog traditionele vorm - metrum, strofen en rijm - paren aan een zeer originele inhoud, en in de tweede plaats wat je met een duur woord intellectuele habitus kan noemen, een mengsel van engagement en afstandelijkheid en het besef dat emoties en meningen in een kunstwerk altijd indirect, via beelden, symbolen of klanken tot uitdrukking gebracht moeten worden. Het zijn kortom alle vier dichters die de lezer graag voor raadsels plaatsen.

Annenski, de oudste van het gezelschap, leefde van 1855 tot 1909. Hij wordt meestal tot de symbolisten gerekend, maar is een figuur die nogal apart staat. Hij is een typische 'dichters dichter', die door Mandelstam zowel als Brodsky zeer geroemd is. Zijn werk vertoont kenmerken van het Russisch symbolisme, dat wil zeggen dat alles wat beschreven wordt staat voor iets anders, maar onderscheidt zich gunstig van de gezwollen woordkunst van zijn tijdgenoten door het tamelijk simpele, bijna alledaagse taalgebruik. Het zijn mooie gedichten, symbolistisch, maar op een prettige manier.

Van Mandelstam is een aantal van zijn beste gedichten opgenomen, met als hoogtepunt de cyclus Armenië. Beklemmender loflied is er nooit op enig land geschreven: Ik hou van je jeugdige zerken,/ Je taal onheilspellend en gram,/ Waar letters als smeedstangen werken/ En ieder woord oogt als een kram...

Alexander Koesjner is na Brodsky's dood de enige levende dichter in het gezelschap. Hij geldt als een van de groten van de moderne Russische poëzie. De keuze die Zeeman uit zijn werk geeft is interessant genoeg, maar in deze bundel lijkt hij toch niet helemaal opgewassen tegen het geweld van de anderen.Mij is hij iets te gemakkelijk, te weinig verrassend of tot nadenken stemmend.

Dat is heel anders bij Brodsky, van wie een aantal prachtige cycli - Brodsky's favoriete vorm - in hun geheel zijn vertaald: 'Litouws divertimento', 'De Theems bij Chelsea', 'December in Florence', 'Venetiaanse strofen'. Stuk voor stuk meesterwerken met de voor Brodsky zo typerende mengeling van aardrijkskunde, geschiedenis, cultuurfilosofie en humor.

Op de keuze van de gedichten is weinig af te dingen en bovendien betreft het grotendeels werk dat voor het eerst in het Nederlands is vertaald. De vertalingen van Peter Zeeman zijn over het geheel voortreffelijk, hoewel er, wanneer vormvaste poëzie met behoud van vorm wordt vertaald, zoals hier is gebeurd, altijd wel wat te vitten overblijft: hier een regel die niet perfect loopt, daar een wat ongelukkig rijm of een regel die in het origineel zo markant is, maar in de vertaling niet overkomt. Maar deze kleine weeffouten vallen toch in het niet bij de schoonheid van het geheel.

    • Arthur Langeveld