Bal masqué

Vroeger gingen mijn ouders ieder jaar verkleed en gemaskerd naar het bal masqué van Mutua Amicitia in de Doelen, die toen aan het begin van de Coolsingel lag. Voor en ook nog na hun huwelijk hadden ze als enthousiaste dilettanten hun medewerking aan deze bekende toneelvereniging verleend, tot ze besloten er hun beroep van te maken en in het variétévak - ze hadden allebei een goede stem - hun brood te gaan verdienen.

Het afscheid van hun amateurschap ging met een drukbezochte receptie gepaard, waarbij mijn vader tot erelid werd benoemd, zodat ze nog jarenlang uitnodigingen voor de toneelvoorstellingen van hun oude club in Tivoli-bovenzaal ontvingen, alsook voor de kerstsoiree in de sociëteit van de Diergaarde en het in de Doelen te houden bal masqué.

Wat ik me als kind bij dit laatste moest voorstellen wist ik niet, maar die twee woorden gaven me een feestelijk gevoel, dat tegelijk iets geheimzinnigs had wegens het uitdrukkingsloze masker waardoor de gezichten van mijn vader en moeder iets onmiskenbaar spookachtigs kregen. Bovendien gingen er spannende dagen aan vooraf, wanneer onze etage doortrokken was van de opwindende geuren van kostuums, pruiken, schmink en andere attributen uit de toneelkist op zolder, die steeds weer een onuitputtelijke ideeënrijkdom bleek te bevatten. Er werd tenminste eindeloos gepast en gecombineerd, en als de bewuste avond in februari was aangebroken, kwam mijn grootmoeder op mij passen en mocht ik langer opblijven om te zien hoe mijn ouders als twee onherkenbare wezens, met griezelige ogen achter de gaten van hun zwarte masker, het huis verlieten waar ze lang na middernacht met de onveranderlijke taart of fruitmand terugkeerden.

Voor zover ik me kan herinneren, hebben ze één keer verzuimd van de uitnodiging gebruik te maken, omdat mijn vader een schnabbel had, wat wilde zeggen dat hij ergens als conferencier en balleider een feest moest opluisteren of op een trouwpartij de bruiloftsgasten diende bezig te houden. Daar mijn moeder meende als vrouw alleen niet naar een gekostumeerd bal te kunnen gaan, maar toch de aanblik van haar verklede vrienden en kennissen niet wilde missen, nam ze mij - ik was ongeveer zeven jaar - mee, en we liepen naar het centrum, om ons te midden van een groeiend aantal nieuwsgierigen bij de ingang van de Doelen op te stellen.

Af en toe viel er wat stuifsneeuw, die de scherpe oostenwind in vlagen over de bijna verlaten trottoirs en vluchtheuvels van een onafzienbare, ongewoon brede Coolsingel joeg, met aan de ene kant de gloed van een eindeloze rij bioscopen, theaters, restaurants en cafés, en aan de andere kant, waar wij stonden, als opvallend contrast de vage omtrekken van het stadhuis en belendende gebouwen in het flauwe schijnsel van een paar lantaarns.

Waarschijnlijk heeft het meer dan een uur geduurd dat ik met stijgende verbazing een stoet bont uitgedoste mannen en vrouwen, onder wie ik opgetogen de oogverblindend mooie Doornroosje, Sneeuwwitje en Assepoester herkende, uit de af en aan rijdende koetsen en auto's zag komen, begeleid door mijn moeders deskundig commentaar. En terwijl de ragfijne sneeuw een laagje zilver op de schouders van de carnavalgangers achterliet en de groezelige Doelen in een glinsterend winterpaleis veranderde, nam ik me voor later ook naar het bal masqué van Mutua te gaan - niet met de tram maar met een rijtuig, en niet in de bijeengeraapte kledingstukken uit de toneelkist, maar in roze en groen satijn als Doornroosje of helemaal in hemelsblauwe zijde, met doorzichtige muiltjes aan mijn voeten, als Assepoester.

Deze wens werd, althans wat het bal masqué betrof, tien jaar later vervuld, toen ik de toegangskaarten van mijn ouders kreeg. Ofschoon het carnaval volgens hen niet meer kon worden vergeleken met wat het vroeger was, begaf ik me met Harry, mijn verloofde, die een pierrotkostuum had gehuurd en onder elk gemaskerd oog een zwarte traan in de vorm van een hartje op zijn spierwit gezicht had geschilderd, met lijn elf naar de Coolsingel.

Helaas had ik niet de betoverende gedaanteverandering ondergaan die ik me indertijd had gedroomd, maar me met een keuze uit de toneelkist tevreden moeten stellen. Aan een tafel waarachter het bestuur van Mutua had plaatsgenomen liet ik mij inschrijven als 'Fantasie in rood en zwart', waarmee ik zonder veel overtuiging doelde op het korte roodfluwelen pakje met rode maillot en zwarte baret, dat ik een enigszins frivool accent had gegeven door om hals en polsen zwartfluwelen bandjes met rode en zwarte pompoenen te strikken.

Het feest werd geopend door een in boerenkielen gestoken hoempa-orkest, gevolgd door een defilé langs de jury - een aantal ernstige heren in smoking, met als enige vrouw de toneelspeelster Alida Tartaud-Klein, die met een vluchtige blik op mij tersluiks iets tegen de man naast haar fluisterde. Daar de kans om in de prijzen te vallen hierdoor aanzienlijk werd vergroot, besloten we toch maar te blijven en niet vroegtijdig te vertrekken, zoals we ons aanvankelijk hadden voorgenomen. Want wat ik mij lang geleden bij de ingang van een glinsterend winterpaleis had voorgesteld als een luisterrijk bal met alle prinsen en prinsessen uit de sprookjesboeken, bleek tien jaar later een hossende, zwetende en schreeuwende mensenmassa te zijn, die wij, teleurgesteld en op veilige afstand, vanaf het balkon gadesloegen.

Toen om twaalf uur eindelijk het demasqué werd aangekondigd, gingen de maskers af - de hartjes onder Harry's ogen waren lange, donkere strepen geworden - en werd de winnaars met het mooiste, het origineelste en het meest excentrieke kostuum verzocht zich een voor een naar het podium te begeven. Zo ook 'Fantasie in rood en zwart', die onder een luid schetterende fanfare een paarse manicuredoos met zalmkleurige voering uit handen van mevrouw Tartaud mocht ontvangen.

Ik ben nooit meer naar een bal masqué geweest. Harry, die naar Indië is vertrokken, waarheen ik hem als handschoentje zou volgen, wat ik niet heb gedaan, is amper dertig jaar oud in een jappenkamp op Sumatra omgekomen en wanneer ik aan hem denk, zie ik hem nooit zoals ik hem heb gekend, maar altijd zoals ik hem die avond in de Doelen zag, met twee uitgelopen tranen op het witte gezicht van een pierrot.

    • Tonny van der Horst