Appels en peren

Sinds twee weken wordt op woensdagavond een televisieprogramma over kunst uitgezonden dat luistert naar de naam De NPS-Cultuurprijs. Eergisteren was de tweede aflevering en er volgen nog acht wekelijkse uitzendingen van ruim drie kwartier. Een cultureel televisieproject van ongewone omvang en het is lofwaardig dat de NPS het uitzendt in de van oorspronkelijke televisieprogramma's verstoken zomermaanden.

Het programma streeft naar de uiteindelijke verkiezing van de beste kunstenaar in Nederland onder de 35 jaar, die straks beloond wordt met 25.000 gulden. Er zijn in het geheel 27 talentvolle kandidaten uitgekozen. Per aflevering worden er drie aan het publiek voorgesteld en van die drie wordt er steeds één genomineerd voor de eindstrijd. Dit alles gebeurt onder leiding van Maartje van Weegen die daartoe door de regie in een kunstmatig berkenbos is neergezet.

Het is Maartjes taak om alle deelnemers aan het programma aan het woord te laten en dat zijn er nogal wat. Behalve de kandidaten zijn dat hun promotoren die met een hartstochtelijk pleidooi hun uitverkorenen tegenover een jury aan de man trachten te brengen. De promotoren zijn deskundig op het terrein van de jonge kunstenaar en treden eenmalig op; de jury is van alle culturele markten thuis en, naast Maartje, de vaste factor in de serie. De leden zijn: musicus Han de Vries, journaliste Jeanne Roos, architect Carel Weeber, musicus en - zo is hij toch het meest bekend - ex-Paradiso-directeur Huib Schreurs en Rotterdamse Kunsthal-directeur Wim van Krimpen.

Steeds wanneer Maartje van Weegen de juryleden uitnodigt om vragen te stellen aan de kandidaten of promotoren, kijken zij alsof zij water zien branden. Hier zit een gezelschap dat onmiskenbaar in het bos is verdwaald en slechts met grote moeite tot een relevante vraag of opmerking is te bewegen. Dat is niet verwonderlijk, want de jury is met een onmogelijke taak opgezadeld. Zij moet appels met peren vergelijken. Die vreselijke uitdrukking zeurt natuurlijk voortdurend door de juryhoofden en belemmert de concentratie. Bovendien pepert Maartje van Weegen het de jury ook regelmatig in als zij zegt 'Ondanks dat appels en peren niet met elkaar te vergelijken zijn, gaan wij toch door met onze volgende kandidaat.'

Dan zie je aan de gezichten van de jury dat je appels en peren nog beter met elkaar kunt vergelijken dan de prestaties van een vormgever met die van een saxofoniste, dan de danskunst van een choreograaf met de literatuur van een schrijver. En dat zijn nog maar vier van de 27 kunstenaars die de jury tegen elkaar moet afwegen.

Arme jury. Aan het slot van elk programma verlaat zij pontificaal het berkenbos om achter gesloten deuren de winnende appel of peer aan te wijzen. Zo wordt ons het interressantste deel van de uitzending, het onmogelijke, onthouden.

Waarom zoveel energie verspild aan een halfgare wedstrijd? Maak een serie mooie, intelligente portretten van jonge, veelbelovende kunstenaars die nu eens niet in afleveringen van een kwartiertje hoeft te worden afgeraffeld. Een serie die zo goed is dat de jury en Maartje van Weegen er sprakeloos naar zullen kijken.