Akkoord over klimaat stapje dichterbij

Een beslissende stap was het niet, maar de kans op een akkoord over maatregelen ter bescherming van het klimaat op aarde is deze maand weer wat groter geworden.

De ruim 150 landen die het klimaatverdrag uit 1992 hebben onderschreven, namen vorige week in Genève een 'Verklaring' aan, waarin met name de industrielanden de totstandkoming bepleiten van 'wettelijk bindende' doelstellingen voor de vermindering van de uitstoot van de gassen die zorgen voor het zogenoemde 'versterkte broeikaseffect'. Kooldioxyde, maar ook methaan en andere gassen hopen zich daarbij op in de atmosfeer en houden de warmte tegen die door de aarde wordt afgestraald. Daardoor stijgt de temperatuur op aarde en dat heeft gevolgen voor de natuur, voor weersystemen, golfstromen, de zeespiegel en uiteindelijk voor het leven.

In voorzichtige bewoordingen concludeerde vorig jaar het wetenschappelijk panel, dat onder het klimaatverdrag onderzoek doet naar het broeikaseffect (IPCC), dat de opwarming van de aarde niet uitsluitend een natuurlijk proces is, maar dat de mens daaraan bijdraagt door de uitstoot van enorme hoeveelheden van met name kooldioxyde (CO2) in de atmosfeer, het gevolg van het verbranden van fossiele brandstoffen. Dat was een controversiële conclusie die niet door iedereen zonder meer geaccepteerd werd, hoezeer wetenschappers zelf ook aangaven dat veel nog helemaal niet duidelijk is rondom het broeikaseffect. Olieproducerende staten, landen met een belangrijke kolenexport en ook de olie- en autoindustrie, bestreden de vaststelling om het hardst. Onduidelijk was welke politieke gevolgen de conclusie van het IPCC zou krijgen. De vrees bestond dat de wetenschappelijke bevindingen op de Geneefse klimaatconferentie buiten beschouwing zouden worden gelaten.

Mede door een tamelijk onverwachte koerswending van de Verenigde Staten is die vrees niet bewaarheid. De verklaring die in Genève is aangenomen bevestigt ondubbelzinnig de bevindingen van het IPCC als “het meest gezaghebbend en veelomvattend”, en als “basis voor spoedige actie op wereld-, nationaal en regionaal niveau”. De verklaring noemt vervolgens de gevolgen van het uitblijven van maatregelen (onder meer een stijging van de zeespiegel met gemiddeld vijftig centimeter in 2100) en stelt vast dat de “toenemende stijging van broeikasgassen in de atmosfeer zal leiden tot gevaarlijke verstoring van het klimaatsysteem”. Het document roept de vertegenwoordigers van de landen op hun “regeringen te instrueren de onderhandelingen op te voeren over de tekst van een wettelijk bindend protocol”. De uitkomst zou volledig “het raamwerk van het mandaat van Berlijn moeten omvatten”, aldus de verklaring. Maar die eerste conferentie van landen die deelnemen aan het klimaatverdrag geldt in het algemeen als een mislukking. In de verklaring die de ministers in Berlijn in april vorig jaar aan het eind van drie lange dagen confereren aannamen, stonden geen cijfers en geen jaartallen, alleen maar een in vage woorden geformuleerde intentie om te komen tot verdergaande maatregelen. Er werden geen nieuwe afspraken gemaakt, slechts de oude, in 1992 op de klimaattop in Rio de Janeiro gemaakte afspraak om in het jaar 2000 emissies van CO2 te stabiliseren op het niveau van 1990, werd bevestigd. De hoop van met name de milieubeweging dat in Berlijn verder dan tot 2000 zou worden gekeken, werd de bodem ingeslagen.

Veel verwijten kregen in Berlijn de Verenigde Staten, veruit 's werelds grootste gebruiker van fossiele brandstoffen, die zich op geen enkele manier wilden committeren aan vastgestelde reducties.

Maar in Genève bleek alles ineens heel anders te liggen in de VS. Onderminister Timothy Wirth van Milieu (een voormalige actievoerder en grote vriend van vice-president Al Gore), maakte duidelijk dat de vaststelling door het IPCC dat de mens van invloed is op het broeikaseffect, grote indruk had gemaakt in Washington.

Hij liet doorschemeren dat de regering-Clinton daarmee een geducht wapen in handen was gegeven om de sterke lobby te lijf te gaan van de Amerikaanse industrie, al gaf hij aan dat de VS van plan zijn veel “aan de markt” over te laten om de industrie ook weer niet al te zeer tegen het hoofd te stoten. “Doortimmerd beleid voor de korte termijn voorkomt dat straks plotseling draconische maatregelen genomen moeten worden”, aldus Wirth.

Maar voor het zover is zal er nog heel wat moeten worden onderhandeld over cijfers en jaartallen: wie wanneer welke maatregelen moet nemen en in welke omvang. In de VS bijvoorbeeld groeit de uitstoot van CO2 relatief fors, en veel landen zullen eisen dat Washington verhoudingsgewijs meer doet dan andere staten. De ontwikkelingslanden zullen blijven vragen om vrijstellingen, een mening die niet altijd van harte wordt gedeeld door de geïndustrialiseerde landen.

Ten opzichte van het Mandaat van Berlijn is de Verklaring van Genève een stap voorwaarts, omdat de invloed van de mens op het broeikaseffect ondubbelzinnig erkend wordt, evenals de noodzaak tot bindende afspraken te komen. “Dat is psychologisch van belang om tot resultaten te komen”, zei de Duitse minister van Milieu, Angela Merkel, na afloop van de conferentie.

Maar zonder duidelijke afspraken, die uiterlijk volgend jaar december in de Japanse stad Kyoto moeten zijn gemaakt, blijft de Geneefse verklaring niet meer dan wat hij nu is: een reeks goede bedoelingen op uiterst geduldig papier.

    • Z.C.A. Luyendijk