Verkiezingen Bosnië nog steeds bedreigd

Het aftreden van Radovan Karadzic als president van de Servische Republiek en als voorzitter van de SDS, de Servische Democratische Partij, neemt althans voorlopig een paar belangrijke obstakels weg voor de verkiezingen van 14 september. De Europese Veiligheidsorganisatie OVSE hoeft haar dreigement, de SDS van de verkiezingen uit te sluiten, niet uit te voeren.

En de moslims hebben hun dreigement, de verkiezingen te boycotten als Karadzic aanblijft, kunnen inslikken.

Dat hoeft nog niet het laatste woord te zijn, want ook als ambteloos burger is Karadzic nog zeer aanwezig op het politieke toneel. Hij vormt vanaf nu - in de woorden van Richard Holbrooke, de Amerikaanse architect van zijn aftreden - een 'Pol Pot probleem', een verwijzing naar de Cambodjaanse dictator die sinds de late jaren zeventig geen officiële functies heeft bekleed maar niettemin achter de schermen altijd de Rode Khmer is blijven leiden.

De Bosnisch-Servische leider maakt nog volop de dienst uit. Alle hoge staatsfuncties in zijn Servische Republiek in Bosnië zijn stevig in handen van zijn vertrouwelingen. En die zien in Karadzic' aftreden geen aanleiding hem nu te laten vallen. Aleksa Buha, Karadzic' opvolger als SDS-leider, zei tegen het Duitse blad Der Spiegel dat “Karadzic' autoriteit niet kan worden vernietigd” en dat hij Karadzic zal blijven raadplegen.

De ophef over Karadzic heeft de aandacht afgeleid van twee andere problemen die de verkiezingen van 14 september bedreigen.

Het eerste is de vertraging, opgelopen in de kiezersregistratie. De helft van alle kiezers van Bosnië is in de oorlog op de vlucht gejaagd, maar wie waar woont is onduidelijk. In Joegoslavië, om maar een voorbeeld te noemen, variëren de schattingen van daar wonende Bosnische burgers van 90.000 tot 450.000. Dat maakt de registratie van de kiezers zo goed als onmogelijk en laat veel ruimte open voor manipulatie. Soortgelijke onduidelijkheid bestaat over de Bosnische vluchtelingen in landen als Duitsland, Kroatië en Zweden.

Naar huis teruggekeerd is bijna niemand: vluchtelingen gaan alleen terug als hun eigen etnische groep hun oorspronkelijke woonplaats beheerst. Vrijwel niemand kan terug naar zijn woonplaats als die in gebied van een andere etnische groep ligt.

Niet alleen buiten, ook binnen Bosnië wordt gemanipuleerd met vluchtelingen. De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR protesteerde vorige week bij het bewind van de Servische Republiek in Bosnië tegen de manier waarop de Bosnisch-Servische autoriteiten met Servische vluchtelingen omspringen. Het Rode Kruis van de Servische Republiek weigert Servische vluchtelingen die hun toevlucht hebben gezocht in de steden Banja Luka en Prijedor humanitaire hulp te geven tenzij ze zich als kiezers laten registreren in deze steden, in plaats van in hun oorspronkelijke woonplaatsen te gaan stemmen. De vluchtelingen moeten in de gaarkeukens van het Bosnisch-Servische Rode Kruis in plaats van hun vluchtelingenkaarten hun kiezersregistratie presenteren. Volgens een functionaris van de OVSE worden de vluchtelingen dermate massaal onder druk gezet - hij gebruikte zelfs de term “gehersenspoeld” - dat inmiddels tachtig procent van de Bosnisch-Servische vluchtelingen heeft laten weten niet in hun oorspronkelijke woonplaatsen te willen stemmen, zoals de bedoeling is, maar in hun huidige verblijfplaatsen.

De moslim-vluchtelingen hebben daarentegen en masse laten weten te willen gaan stemmen in de plaatsen vanwaar ze in de loop van de oorlog zijn verdreven. Moslims uit het door de Bosnische Serviërs bezette Srebrenica hebben voor 14 september, verkiezingsdag, een massamars naar hun stad aangekondigd - een nachtmerrie voor de OVSE en de NAVO-vredesmacht IFOR, want het is bij voorbaat zeker dat de Bosnische Serviërs de moslims zullen tegenhouden.

Niet alleen de Serviërs manipuleren: dat doen ook de SDA, de belangrijkste partij van de Bosnische moslims, en de HDZ, de belangrijkste partij van de Bosnische Kroaten. De SDA, in de praktijk allang niet meer de partij van de multi-etnische samenleving, tracht de tienduizenden naar Sarajevo gevluchte moslims onder druk te zetten om daar te stemmen. Ze hoopt daarmee de oorspronkelijke machtsbalans in de Bosnische hoofdstad in haar voordeel te wijzigen. De HDZ op haar beurt zet Kroaten in Centraal-Bosnië onder druk om in Herzegovina, het hartland van de Bosnische Kroaten en het epicentrum van het Kroatische nationalisme, te gaan stemmen, met hetzelfde doel.

Het tweede grote probleem voor 14 september is dat van Brcko in het noordoosten. Deze stad beheerst de zogenoemde Posavina-corridor, de smalle verbinding tussen de Servische gebieden in het noorden en die in het oosten van Bosnië (en Servië). De corridor is daarmee voor de Serviërs van levensbelang.

In het vredesakkoord van Dayton is de exacte grens tussen de Servische Republiek in Bosnië en de moslim-Kroatische federatie bij Brcko open gelaten. Die zou later door middel van internationale arbitrage moeten worden geregeld. Dit is nog niet gebeurd, en dat levert een probleem op bij de verkiezingen, want waar niemand weet hoe de grens verloopt weet ook niemand welke kiezers waar thuishoren.

Voor de oorlog maakten de moslims tachtig procent uit van de bevolking van Brcko. Nu leven er geen moslims meer. De Bosnische Serviërs hebben de stad bevolkt met vluchtelingen uit andere delen van Bosnië en uit de grotendeels opgerolde Servische Republiek Krajina in het aangrenzende Kroatië.

De onduidelijkheid van de grens bij Brcko en de nog steeds doorgaande verplaatsing van burgers maakt de registratie van kiezers in en rond Brcko onmogelijk. Vertegenwoordigers van de verdreven moslims hebben laten weten in Brcko te willen stemmen. Dat kan tot geweld leiden. Nu al moeten moslims die naar de een bij Brcko ingestelde neutrale zone terugkeren lijdzaam toezien hoe hun woningen alsnog door Serviërs worden opgeblazen. Zelfs als de moslims niet in Brcko zelf stemmen, kunnen ze een door de moslims gedomineerde gemeenteraad kiezen, die uiteraard niet zal worden geaccepteerd door de Serviërs die er nu de dienst uitmaken en die er ongetwijfeld een door de Serviërs gedomineerde gemeenteraad zullen kiezen. Brcko, zo zei zondag de voorzitter van het Bosnisch-Servische parlement, Momcilo Krajisnik, “is voor de Serviërs belangrijker dan vrede”.