Tutsi-extremisten versterken positie

NAIROBI, 25 JULI. De machtsstrijd onder de Tutsi's in Burundi lijkt met de gebeurtenissen van de afgelopen dagen in een beslissend stadium te zijn gekomen. Radicale Tutsi's, die sinds de verkiezingsoverwinning in 1993 van de Hutu-partij FRODEBU systematisch werken aan ondermijning van de positie van Hutu- en gematigde Tutsi-politici, krijgen door de vlucht van Hutu-president Ntibantunganya naar de ambtswoning van de Amerikaanse ambassadeur een kans voor open doel.

Extremistische soldaten binnen het door Tutsi's gedomineerde leger kunnen het machtsvacuüm, dat inmiddels is ontstaan, gebruiken om een staatsgreep te plegen.

Al maanden wordt er in Burundi gespeculeerd over zo'n coup tegen de veertigjarige Ntibantunganya. De president en het leger staan op uiterst slechte voet met elkaar. Nadat tijdens de begrafenis, dinsdag, van zaterdag bij het ontheemdenkamp Bugendana vermoorde Tutsi's de president door woedende omstanders was aangevallen en soldaten niet ingrepen, begon de van nature wat nerveuze president voor zijn eigen leven te vrezen. Tijdens de mislukte militaire staatsgreep in 1993 hadden soldaten zijn eerste echtgenote gedood. De president noemde het leger enkele maanden geleden “waardeloos” en gaf het één maand om zich te hervormen. Het leger is niet trouw aan Ntibantunganya en de president van zijn kant beschuldigt de regeringssoldaten van grove misdaden tegen de Hutu-bevolking. De president keurt vrijwel uitsluitend bloedbaden onder Hutu's af. Slachtpartijen onder Tutsi's door Hutu-rebellen worden doorgaans alleen veroordeeld door de Tutsi-premier Antoine Nduwayo. Hoge militairen verdenken Ntibantunganya ervan heimelijk de Hutu-rebellen te steunen.

De Tutsi-legerleiding bestaat voor een groot deel uit gematigde en pragmatische militairen die de noodzaak inzien van een coalitieregering tussen Hutu- en Tutsi-partijen met een Hutu aan het hoofd. De radicalisering in de Tutsi-gemeenschap van de afgelopen maanden zet deze gematigden echter steeds meer buiten spel. De vorige maand in de Tanzaniaanse stad Arusha (met instemming van de Burundische regering) overeengekomen interventie van een Afrikaanse vredesmacht en vervolgens het bloedbad onder Tutsi's in Bugendana zorgden voor een stroomversnelling. De Tutsi-jeugd in de hoofdstad, Bujumbura, begon zich te trainen en te bewapenen om het op te nemen tegen de Hutu's en de mogelijke interventiemacht. De extremistische Tutsi's, aangevoerd door ex-president Jean-Baptiste Bagaza, eisen het aftreden van Ntibantunganya.

In de psyche van de Tutsi's in Burundi staat het inmiddels vast dat er een nieuwe genocide komt. De Hutu's zullen proberen alle Tutsi's uit te moorden, juist zoals in 1994 in Rwanda. Iedere concessie aan de Hutu's brengt zo'n massamoord alleen maar dichterbij, daar zijn de meeste Tutsi's inmiddels van overtuigd. De coalitieregering onder Ntibantunganya heeft die vrees nooit kunnen wegnemen, mede omdat de Hutu-president steeds meer in conflict raakte met zijn Tutsi-premier.

De premier trok na het bloedbad in Bugendana zijn eerder gedane instemming met de komst van een Afrikaanse vredesmacht weer in. Had hij dit niet gedaan, dan had hij iedere aanhang in zijn Tutsi-gemeenschap verloren. Buitenlandse militairen zullen het Tutsi-leger neutraliseren waarna de genocide onder de Tutsi's kan beginnen, zo verkondigen de Tutsi's met stelligheid. Het leger is het laatste houvast voor de Tutsi's en een eventuele militaire staatsgreep zal in de van Hutu's gezuiverde hoofdstad dan ook op steun kunnen rekenen.

Op het andere kamp, dat van de Hutu's, hebben de gebeurtenissen van de laatste dagen vooralsnog weinig invloed. Sinds de grootschalige etnische zuiveringen in Bujumbura vorig jaar heeft er binnen de Hutu-gemeenschap een psychologische omslag plaatsgehad. Jaren van onderdrukking door de Tutsi-minderheid had de Hutu's dociel gemaakt. Daar is nu definitief verandering in gekomen en de snel groeiende Hutu-guerrillabewegingen lijken tot het bittere einde te willen doorvechten. De Burundische Hutu's worden daarin aangemoedigd en gesteund door Rwandese Hutu-ballingen, die twee jaar geleden de Tutsi's in hun eigen land voor een groot deel hebben uitgemoord. Deze Rwandese Hutu's willen wraak en zien daarvoor een kans in Burundi. Zo spelen zij de radicale Tutsi's in Burundi in de kaart. De vicieuze cirkel van geweld valt nauwelijks meer te stoppen.

    • Koert Lindijer