Romantische doden

Romantisch, macaber, mysterieus, wild: onvolmaakte omschrijvingen van de negentiende-eeuwse Londense begraafplaats Highgate. Vergeleken met het beroemdste kerkhof van Europa, Père-Lachaise in Parijs, is Highgate kleiner: 166.000 doden tegen 1.3 miljoen op Père-Lachaise. Op Highgate liggen bovendien minder fameuze namen.

Er rust een Wordsworth maar dat is Williams zoon John. De Dickens is Charles' echtgenote Kate, de romancier zelf ligt in Westminster Abbey. Wel hebben Karl Marx en de schrijfster George Eliot er hun laatste rustplaats. Maar de stroom bezoekers voor de buste van Marx is sinds 1990 gestopt en het graf van George Eliot heeft nooit op veel bezoek mogen rekenen. Toch begint Highgate Père-Lachaise naar de kroon te steken. In minder dan twintig jaar is het aantal bezoekers van enkele duizenden gestegen tot honderdduizend per jaar. Highgate's attractie is verklaarbaar uit de combinatie van vervallen grafarchitectuur en overweldigend groen. Dikke lagen mos kruipen over de grafstenen.

Kamperfoelie en klimop draaien om geknakte zuilen en omgekeerde fakkels: symbolen van voortijdig verscheiden en uitdovend levensvuur. Tussen de urnen, sarcofagen, Ierse kruisen en andere funeraire parafernalia bloeien sleutelbloemen, margrieten en wilde rozen. De afdekplaten van veel zerken zijn gebarsten. Eikenbomen, linden, haagbeuken en esdoornen dringen met hun wortels diep in de tombes.

Highgate wordt beheerd door de 74-jarige Jean Pateman en haar 83-jarige echtgenoot John. In de oude kapel bij de ingang houden ze driehonderdvijftig dagen per jaar en twaalf uur per dag kantoor. Driemaal daags trekken ze laarzen aan en voeren de bezoekers door hun dodenakker, waarbij ze ervoor waken dat niemand in een grafkuil valt of bedolven raakt onder een instortend praalgraf. Op Jean Patemans aanwijzingen worden met enige regelmaat bomen en struiken gerooid en in verval geraakte graven gerestaureerd. Dat wil zeggen: de graven worden teruggebracht in de vorm waarin ze bij een minimum aan onderhoud op dit moment aangetroffen hadden kunnen worden. De Patemans willen Highgate 'creatief conserveren'. De woekerende natuur voegt zoveel extra schoonheid aan de begraafplaats toe dat ze er niet al te rigoureus in kappen.

Ooit was Highgate de begraafplaats van de rijksten. Toen omstreeks 1830 de gemeentelijke kerkhoven in de Londense binnenstad uitpuilden, werd tegen een heuvelwand met uitzicht op de stad een privé-begraafplaats gebouwd. Het voorbeeld voor de Britse stedebouwkundigen was Parijs. De Franse hoofdstad stond een halve eeuw eerder voor dezelfde problemen en liet buiten de stadsmuren Père-Lachaise aanleggen. Om de Parijzenaars te verleiden hun doden naar het nieuwe kerkhof te brengen, werden er de stoffelijke resten van onder anderen La Fontaine en Molière herbegraven.

In Londen besloot men dat het hart van Highgate een necropolis naar Egyptisch model moest worden. De romantische burgerij had in die dagen veel belangstelling voor alles met een antieke en oriëntaalse uitstraling. De architecten van Highgate ontdekten op het hoogste punt van het aan te leggen kerkhof een honderd jaar oude Libanese ceder. Rondom deze boom lieten ze een tien meter brede gracht graven, inclusief een toegangsweg vanuit het lagere gedeelte. Aan weerszijden van de 'Libanese cirkel' en de 'Egyptische Avenue' bouwden ze honderd mausolea. Elk grafhuis bood ruimte aan twintig sarcofagen. De prijs van een mausoleum was hoog, maar Britten die het konden betalen probeerden zich tot na hun dood te profileren.

De populariteit van Highgate duurde niet langer dan veertig jaar. Vanaf 1880 begonnen de prijzen te dalen. De kindersterfte nam af en elders in de stad werden lommerrijke begraafplaatsen geopend. Omstreeks de eeuwwisseling lieten de rijken en machtigen zich cremeren - tegenwoordig gebeurt dat met zeventig procent van alle gestorven Engelsen - en tussen 1914 en 1918 vonden te veel Britten hun graf in Noord-Frankrijk. Aan de voor- avond van de Tweede Wereldoorlog nam de natuur de graven weer tot zich. In de jaren vijftig en zestig draaide de Engelse regisseur William Hammer tussen de zerken horrorfilms en later viel het kerkhof ten prooi aan vandalen, grafschenners en necrofielen. In 1976 werd het voor bezoekers gesloten. Maar eind jaren zeventig ontfermden Jean en John Pateman zich met vooruitziende blik over de jungle van graven, bomen en struiken. Dankzij hen vindt een toenemende stroom bezoekers op Highgate een grafcultuur terug die elders verloren is gegaan.

    • Ralf Bodelier