Raad van Europa hekelt Russische acties in Tsjetsjenië

STRAATSBURG, 25 JULI. De Raad van Europa heeft de Russische militaire acties in Tsjetsjenië in scherpe termen veroordeeld als strijdig met de Europese normen.

Het was de tweede keer sinds president Boris Jeltsin werd herkozen dat de raad protesteerde tegen het Russische geweld in Tsjetsjenië.

“De minachting en onverschilligheid die de Russische militaire autoriteiten aan de dag leggen jegens Tsjetsjeense burgers is strijdig met al onze principes en waarden”, aldus een communiqué van de Raad van Europa. Volgens de voorzitter van de parlementaire assemblee van de Raad, Leni Fischer, is Rusland in februari tot de Raad toegelaten op voorwaarde dat het een eind zou maken aan de oorlog in Tsjetsjenië.

In Tsjetsjenië zetten de Russen gisteren hun aanvallen op het Tsjetsjeense bolwerk Bamoetn voor de derde opeenvolgende dag voort. De ene aanvalsgolf van gevechtshelikopters volgde op de andere. In Bamoet hebben Tsjetsjeense separatisten zich ingegraven in versterkte posities rond een vroegere Sovjet-raketbasis. De stad is door het onvermogen van de Russen om hen te verdrijven een symbool geworden van het Tsjetsjeense verzet. Woordvoerders van het Russische leger hebben herhaaldelijk gezegd dat de Tsjetsjenen waren verdreven en dat de stad in Russische handen was, maar soldaten ter plekke gaven gisteren tegenover buitenlandse journalisten toe dat de Tsjetsjenen de stad steeds in handen hebben gehad.

De Russische minister van nationaliteiten, Vjatsjeslav Michajlov, heeft gisteren negatief gereageerd op een suggestie van de Tsjetsjeense leider Zelimchan Jandarbijev om de Verenigde Naties in te schakelen bij het zoeken naar een oplossing voor de crisis. Volgens Michajlov is Tsjetsjenië een binnenlands-Russisch probleem, dat “zal worden opgelost in het kader van de Russische grondwet”. (Reuter, AP)