Opnieuw gevangenen overleden in Turkije

ANKARA, 25 JULI. In Turkije zijn vanmorgen opnieuw drie slachtofffers gevallen onder de ruim tweeduizend hongerstakers in gevangenissen verspreid over het hele land. Daarmee is het dodental opgelopen tot zes.

De vierde hongerstaker, de 36-jarige Huseyin Demircioglu, overleed tegen de ochtend in een strafinrichting in Ankara, waar hij sinds maart gevangen werd gehouden op beschuldiging van lidmaatschap van een illegale linkse organisatie. Ali Ayata (31), de vijfde dode, zat in de gevangenis in Bursa, ten zuiden van Istanbul, een straf uit van 12,5 jaar. Ook hij behoorde tot een extreem-linkse groepering. De zesde is Mujdat Yanat (37), die 18 jaar moest uitzitten in de gevangenis Aydin.

Twee hongerstakers in de gevangenis van Erzurum, in het noordoosten, deden vannacht een mislukte poging zichzelf in brand te steken. Aan de hongerstaking, die 67 dagen geleden begon ter verbetering van de levensomstandigheden in de strafinrichtingen, nemen in totaal ruim tweeduizend politieke gevangenen deel die veelal tot extreem-linkse organisaties behoren. Van hen weigeren ruim tweehonderd gevangenen niet alleen vast voedsel, maar ook gesuikerd water en zout.

Hoewel de Turkse regeringscoalitie van conservatieven en religieus-fundamentalisten onder sterke druk staat de hongerstakingen te beëindigen, herhaalde minister Sevket Kazan (Justitie) gisteren dat concessies van zijn kant uitgesloten zijn. Internationaal bekende Turkse schrijvers als Yasar Kemal en Orhan Pamuk namen het gisteren voor de hongerstakers op door er op te wijzen dat “de stituatie in de Turkse cellen wel degelijk te vergelijken is met een hel” en dat het “de verantwoordelijkheid is van de gehele natie zich hier tegen te verzetten”.

Volgens de minister van Justitie is het de hongerstakers er evenwel niet om te doen de omstandigheden in de Turkse gevangenisen te verbeteren, maar streven ze met hun actie “een politiek doel” na. Sommige gevangenissen zijn volgens de minister verworden tot “opleidingscentra voor terroristen”.

Sinds de militaire staatsgreep in september 1980 zijn 30 politieke activisten in Turkse gevangenissen overleden, de meesten als gevolg van hongerstakingen voor betere levensomstandigheden.

Politieke gevangenen vormen een kleine 20 procent (8.900) van de in totaal 53.000 verdachten en veroordeelden die in Turkse gevangenissen verspreid over het land vastzitten. Zij vallen onder een speciale rechtbank, het staatsveiligheidshof, die mede wordt voorgezeten door een militaire rechter.

Regime is streng

Bij goed gedrag zitten politieke veroordeelden in Turkije niet tweevijfde van hun straf uit, zoals de 'criminele' gevangenen, maar drievierde. Bovendien worden politieke gevangenen uitgesloten van speciale bezoekregelingen gedurende de religieuze en nationale feestdagen. Decennia lang wordt in Turkije al gepraat over de erbarmelijke levensomstandigheden in de Turkse huizen van bewaring, die op sommige momenten, zoals na de militaire staatsgreep in 1980, overvol waren. Daarbij gaat het niet alleen om de veelal slechte staat waarin de gebouwen zich bevinden, maar tevens om het repressieve bewind van bewakers, politie en het leger.

Politieke gevangenen worden veel meer dan degenen die zijn berecht voor criminele overtredingen, gezien als het uitschot van de samenleving en in de gevangenissen ook als zodanig behandeld. Dat lot treft vooral leden van extreem-linkse en Koerdische organisaties die hebben deelgenomen aan de gewapende strijd. Maar ook de sympathisanten van die illegale groeperingen en gevangen journalisten, schrijvers, mensenrechtenactivisten en academici worden veelal afgeschilderd als terroristen.

Door de jaren heen hebben politieke gevangenen zich in de vorm van een hechte organisatie in de strafinrichtingen tegen dit repressieve bewind 'bewapend'. Uit gesprekken met en verklaringen van politieke activisten die langere tijd in een Turkse cel hebben doorgebracht, blijkt telkens weer dat hun opsluiting dragelijker was als ze er samen met hun medegevangenen in waren geslaagd om zich te verenigen. Daardoor waren ze als het ware in staat een dam op te werpen tegen de zich soms van dag tot dag wijzigende en vaak uiterst strenge gevangenisregels. In sommige gevallen slaagde men er zelfs in de macht van de gevangenisautoriteiten te breken en te voorkomen dat het leger, dat bij calamiteiten wordt ingezet, tot in de cellen kon doordringen. De uitspraak eerder deze week van de Turkse minister van justitie, Kazan, dat de regering de controle over drie gevangenissen (een in Izmir aan de westkust en twee in Istanbul) inmiddels is kwijtgeraakt, moet dan ook in dat licht worden gezien.

    • Froukje Santing