Ministers: ingrijpen in Burundi nodig

DEN HAAG, 25 JULI. Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) sluit niet uit dat een multinationale interventiemacht nodig is om een genocide in Burundi te voorkomen. Aldus een woordvoerder van Buitenlandse Zaken. Van Mierlo schaart zich achter minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking).

Pronk hield gisteren op het RTL Nieuws een pleidooi om een interventiemacht naar Burundi te sturen. Een interventiemacht (voor het opleggen van vrede, red.) is nodig om een massale slachtpartij te voorkomen,zei de minister.

Tot voor kort wilde Van Mierlo niet verder gaan dan te onderzoeken wat de mogelijkheden waren voor een multinationale vredesmacht (voor het handhaven van vrede, red.). Een dergelijke eenheid, het liefst opererend onder de VN-vlag, wordt pas actief wanneer alle betrokken partijen er mee instemmen.

Buitenlandse Zaken wilde onder meer nagaan in hoeverre Nederland de vredesmacht financieel kan steunen en eventueel materieel kan leveren. Tot nu toe is er onder de lidstaten van de VN weinig belangstelling troepen te leveren wegens de gewelddadigheden in Burundi.

Het ministerie van Defensie heeft al laten weten geen manschappen te hebben voor een nieuwe vredesmacht omdat de IFOR-taak in Bosnië, het toezien op de vredesakkoorden en het voorbereiden van de verkiezingen, al veel mankracht vraagt. Bovendien is Defensie huiverig geworden voor deelname aan vredesmissies als het mandaat niet duidelijk genoeg is en er onzekerheden bestaan over de commandovoering.

Pronk zei dat hij de gebeurtenissen met zorg volgt. Het conflict tussen Hutu's en Tutsi's is volgens de minister onoplosbaar als niet van buitenaf wordt ingegrepen. “Ik ben daar al maanden voorstander van, maar ik ben een roepende in de woestijn geweest. Niemand wil zijn handen eraan branden”, aldus Pronk op het tv-nieuws. Gisteren vertrok minister Pronk voor een drieweekse reis naar Jemen, Nepal en India.

Twee jaar geleden wilde Pronk ook al militairen naar Rwanda sturen. Onder druk van de legerleiding besloot het kabinet echter geen troepen te zenden 'omdat Nederlanders teveel op Belgen lijken'. Tientallen Belgische soldaten werd in Rwanda vermoord. Later verleenden Nederlandse troepen wel hulp aan de miljoenen vluchtelingen. In de burgeroorlog kwamen tussen de vijfhonderdduizend en één miljoen Tutsi's en Hutu's om.