Melkert creëert zijn eigen cynici

Goed nieuws voor bewoners van de binnenstad van Leiden. Als het aan het college van burgemeester en wethouders ligt, zal vanaf komend najaar oud papier huis aan huis worden opgehaald. Een vorm van dienstverlening die mogelijk wordt dankzij het verschijnsel Melkert-banen. Wat zal de ambtenaar die op dit lumineuze idee is gekomen, zijn toegejuicht. Oud-papierophalers, daar zat Leiden nu echt op te wachten.

Minister Melkert van Sociale Zaken en Werkgelegenheid klaagde eerder deze maand dat zijn banenplannen worden ontvangen “in een klimaat dat soms onbegrijpelijk cynisch is”. Jammer alleen dat hij zich niet afvroeg waar dit cynisme vandaan kwam. Zou het misschien komen, omdat gemeenten soms absurd werk creëren om het hun toegewezen quotum aan Melkertplaatsen volledig op te kunnen souperen. Het Rijk betaalt immers toch alles.

In het regeerakkoord dat PvdA, VVD en D66 twee jaar geleden sloten stond het nog zo neutraal omschreven: “Uitkeringsgelden voor langdurig werklozen worden benut om mensen zinvol bezig te laten zijn en de kwaliteit van de publieke dienstverlening te verbeteren.” Op weg naar de concretisering van dit voornemen is het misgegaan. Het begint al met de benaming. Of het is echt werk in de collectieve sector, of het is bijzonder werk in de collectieve sector. Met de aanduiding Melkert-banen dan wel M1-banen wordt al aangegeven dat het om bijzondere arbeid gaat.

Wat minister Melkert ook beweert, zijn 40.000-banenplan, want om zoveel arbeidsplaatsen zal het in 1998 uiteindelijk gaan, is geen gewone uitbreiding van de collectieve sector. Zou dat wel het geval zijn, dan had de gemeente Leiden niet gekozen voor het aanstellen van papierophalers, maar voor bijvoorbeeld het aantrekken van meer onderwijzend personeel om iets te doen aan de overvolle klassen op lagere scholen.

Door enerzijds te stellen dat het om “niets meer en niets minder gaat dan andere uitbreidingen van personeelsformaties”, maar anderzijds allerlei specifieke stringente voorwaarden op te leggen aan die nieuwe banen, is het Melkert zèlf die voor de eerste verwarring zorgt. En waarom toch? Op zich is het heel legitiem uit te gaan van bijzondere arbeid. Het doel is namelijk dat de meest kansarme deel van het werklozenbestand aan een baan wordt geholpen. Die groep te hulp schieten, is bij uitstek een taak voor de overheid. Dan gaat het om arbeid waar geen of nauwelijks scholing voor nodig is. Kortom, werk dat er vaak niet (meer) is, en dus gecreëerd moet worden.

Maar dan moet er wel duidelijkheid over bestaan wat het einddoel van die exercitie is. Ook daarover doet Melkert onnodig moeilijk. In zijn al eerder aangehaalde toespraak zei hij dat de banen uit zijn banenplan niet meer en niet minder doorstroombanen zijn dan alle andere banen in de collectieve sector. Daarmee laadt Melkert de verdenking op zich, dat het hem te doen is om de uitbreiding van de collectieve sector in plaats van het (weer) in het arbeidsproces brengen van kansloze groepen.

Het is juist deze onduidelijkheid die ervoor zorgt dat de Melkert-banen zoveel weerstand oproepen. Melkert maakt zich terecht kwaad op werkgevers die smalend praten over “kunstbanen”. Natuurlijk zijn Melkert-banen gekunstelde banen; net zo gekunsteld als startsubsidies voor beginnende ondernemers. Maar zoals startsubsidies er zijn om ondernemers net even dat noodzakelijke duwtje te geven, zouden Melkert-banen geen grotere pretentie moeten hebben dan werklozen het noodzakelijke duwtje te geven om in aanmerking te komen voor een 'gewone' baan. Melkert mobiliseert zijn eigen critici door steeds te zeggen dat het om gewone arbeid gaat. Als dat zo is, moet hij ook niet vreemd staan te kijken dat het nut van die arbeid volgens 'gewone' maatstaven wordt beoordeeld.

Vast staat dat de werklozen die helemaal achteraan staan in de bakken van de arbeidsbureaus het op een normale manier niet redden. Bij deze categorie gaat het er in de meeste gevallen nìet om dat zij “geprikkeld moeten worden tot het zoeken van een baan”, zoals de econoom Van Wijnbergen twee weken geleden in deze krant stelde. Hier gelden de wetmatigheden van de markt niet meer. Het zijn veeleer de werkgevers die geprikkeld moeten worden om een langdurig werkloze in dienst te nemen. Maar van die kant wordt niet ten onrechte gesteld een bedrijf geen sociale werkplaats is.

Voor veel ondernemers geldt dat zij nog niet eens een langdurig werkloze in dienst zouden nemen als zij geld toe zouden krijgen. Iemand die twee jaar of langer of zelfs helemaal nooit een normaal arbeidsritme heeft gekend, behoort al gauw tot de outcast. Zo iemand weer 'onder de mensen brengen', vergt de nodige activiteiten, zoals Melkert-banen.

Maar het is wel belangrijk dat de werklozen die hiervoor in aanmerking komen ook zinvol werk doen. Niets is voor ex-werklozen zo frustrerend als het idee dat zij zijn aangesteld in het kader van pure werkverschaffing. Eenvoudige en tevens zinvolle arbeid bij gemeenten is echter schaars, zo bleek onlangs uit een onderzoek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten naar de uitvoering van de Melkert-banenregeling. Althans op dit moment. In de meeste plaatsen is dergelijk werk weggesaneerd, dan wel uitbesteed. Maar er is natuurlijk werk genoeg te doen dat ook nuttig is en niet het stempel 'tewerkstelling' met zich meedraagt. Want gezochte banen die alleen maar in het leven zijn geroepen om de werkloosheid weg te definiëren roepen pas echt cynisme op.

Het vorige kabinet lanceerde het begrip sociale vernieuwing. Een idee dat een schone dood dreigde te sterven doordat het kabinet eerst verstrikt raakte in de vraag wat er nu eigenlijk onder sociale vernieuwing moest worden verstaan en daarna met zulke gedetailleerde regels kwam dat het voor gemeenten bijna onuitvoerbaar werd. Daardoor werd sociale vernieuwing voer voor de zo gevreesde cynici.

Voor het Melkert-banenproject dreigt nu hetzelfde. Allereerst is er onduidelijkheid over de bedoeling. Verder is er ook hier weer de gedetailleerde regelgeving die gemeenten elke creativiteit ontneemt om er ook werkelijk iets van te maken. De sociale vernieuwing is alsnog van de grond gekomen toen zij niet meer zo genoemd werd en de strikte regelgeving was losgelaten. Met de Melkert-banen zal het eenzelfde kant opgaan. Maar in de tussentijd is er veel onnodig onbegrip ontstaan en veel tijd verloren gegaan.