Hutu's uit top Burundi vluchten naar ambassades

BUJUMBURA, 25 JULI.De Burundische president, Sylvestre Ntibantunganya, en een groot aantal Hutu-ministers en topfunctionarissen van de Hutu-partij FRODEBU hebben hun toevlucht gezocht in Westerse ambassades in de hoofdstad Bujumbura. Dat hebben verscheidene bronnen in de stad gemeld.

In de straten van Bujumbura was vanochtend het uitsluitend uit Tutsi's bestaande Burundische leger prominent aanwezig. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft het leger gisteren gemaand geen staatsgreep te plegen. De voorzitter van FRODEBU zei vanmorgen in de Keniaanse hoofdstad Nairobi, waar hij op bezoek is, dat in Burundi sprake is van een coup van het leger. In Bujumbura heerst een machtsvacuüm, na de vlucht, dinsdagavond, van president Ntibantunganya naar de ambtswoning van de Amerikaanse ambassadeur en de bekendmaking dat de Tutsi-partij UPRONA uit de in 1994 gevormde regering van nationale eenheid stapt.

UPRONA beschuldigt Ntibantunganya van hoogverraad omdat hij in het geheim zou samenwerken met Hutu-rebellen die al langere tijd verwikkeld zijn in een guerrillaoorlog met het Tutsi-leger.

De voorzitter van UPRONA, Charles Mukasi, zei gisteren dat zijn partij overleg wil voeren met andere “politieke krachten” om tot “nieuwe instituties” voor Burundi te komen.

Volgens een woordvoerder van de president is deze, ondanks zijn vlucht naar de Amerikaanse ambassade, nog steeds in functie. Volgens waarnemers in Bujumbura is de politieke rol van Ntibantunganya echter uitgespeeld. Al eerder had de president, een Hutu, nauwelijks meer invloed op het geheel uit Tutsi's bestaande leger. Door zijn vlucht naar de Amerikaanse ambassade heeft hij volgens de waarnemers alle politieke krediet verloren.

Bij de Verenigde Naties wordt inmiddels gestudeerd op de mogelijkheid een interventiemacht naar Burundi te sturen. Binnen de organisatie bestaat nog steeds grote onvrede over de handelwijze van de internationale gemeenschap in 1994. Toen vonden massaslachtingen door Hutu-extremisten plaats in Rwanda, het buurland van Burundi, waarvan Tutsi's en gematigde Hutu's het slachtoffer werden.

Na de moord op tien Belgische blauwhelmen besloten de VN aanvankelijk de vredesmacht terug te trekken, daarbij ruim baan gevend aan de Hutu-extremisten. “We moeten snel handelen voordat de zaak in ons gezicht ontploft”, aldus de ondersecretaris van de Verenigde Naties voor vredesoperaties, Kofi Annan, gisteren op een persconferentie. Volgens bronnen bij de volkerenorganisatie zijn er ten minste 20.000 blauwhelmen nodig voor een vredesoperatie in Burundi. Tot nog toe hebben alleen Tsjaad, Malawi en Zambia zich bereid verklaard militairen voor een vredesmacht beschikbaar te stellen. (AP, AFP, Reuter)