Holocaust

'Als je zou wachten tot men weet wat het wetenschappelijk nut van dit project is, zijn de mensen die het kunnen navertellen er niet meer.' Aldus Denise Citroen, de coördinator van het Holocaust Video-getuigenissen project. In Videogetuigenissen van het onzegbare (NRC Handelsblad, 11 juli) werd een nogal positief beeld van deze operatie geschetst.

Na een korte training interviewen vrijwilligers overlevenden van de Holocaust met de videocamera. Het is bedoeld voor wetenschappelijk onderzoek: alle informatie wordt centraal opgeslagen en door een ingenieus zoeksysteem gemakkelijk toegankelijk gemaakt. Daarnaast dienen de interviews gebruikt te worden tegen aanvallen van Holocaust-ontkenners.

Het is de vraag of een introductie- en interviewtraining van twee dagen wel voldoende is om zulke moeilijke gesprekken naar behoren te voeren en om vertekeningen in de herinnering op te merken. Maar eigenlijk wordt dat niet van de interviewers verlangd, omdat de opzet is dat de overlevenden hun persoonlijke verhaal vertellen; zij hoeven niet op exacte feiten gecontroleerd te worden. En daar ligt het probleem van de wetenschappelijke bruikbaarheid. In het artikel in NRC Handelsblad vertelt Geoffrey Hartman, van het eerdere videoproject van Yale University, dat veel, erg veel overlevenden melden dat zij bij aankomst in Auschwitz of een ander kamp door Mengele zijn geselecteerd. Dat kan dus niet waar zijn. Maar wie haalt deze vertekeningen van de herinneringen eruit? Worden alle videobanden later door historici gescreend, die dan een waarschuwend piepje op de band monteren als blijkt dat het verhaal van de geïnterviewde strijdig is met controleerbare feiten? Ik vrees van niet, want Holocaust-overlevenden worden niet als 'gewone' getuigen van historische gebeurtenissen benaderd; zij hebben ongezien gelijk met wat zij vertellen. Er ontstaat nu een data-base met honderdduizend uur videomateriaal met 14.000 getuigenissen, over de hele wereld verzameld. Een indrukwekkend aantal, maar onderzoekers kunnen niet weten welke informatie betrouwbaar is. Het lijkt mij zeer interessant materiaal voor sociale wetenschappers, bijvoorbeeld voor psychologen, maar voor historici waarschijnlijk ongeschikt.

Toen ik als een van de inleiders optrad bij de training, benadrukte ik dat bij het interviewen kennis belangrijker was dan compassie. Dat werd door een aantal interviewers in spe niet geaccepteerd: je moest juist andersom denken, het gevoel moest voorop staan.