Harde taal van VS tijdens 'dialoog' met de ASEAN

JAKARTA, 25 JULI. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Warren Christopher, heeft in de Indonesische hoofdstad Jakarta een lans gebroken voor democratie in Azië. Hij noemde het een “mythe” dat economische ontwikkeling een voorwaarde is voor democratie. Christopher zei dit op de jaarlijkse 'dialoog' tussen de Associatie van Zuidoostaziatische landen (ASEAN) en haar belangrijkste economische partners, die vandaag werd afgesloten.

De bewindsman noemde met name Birma, waar “de grote meerderheid van de bevolking uitdrukking heeft gegeven aan haar verlangen naar een vreedzame overgang naar democratisch bestuur”. Tevens kondigde Christopher aan dat de Verenigde Staten op de eerste ministersconferentie van de Wereldhandelsorganisatie WTO, die in december in Singapore wordt gehouden, een rechtstreekse koppeling zullen leggen tussen handel en de rechten van de mens. Christopher rechtvaardigde deze koppeling aldus: “Onze benadering (van handelsvraagstukken) gaat ervan uit dat verschillende landen uiteenlopende voordelen genieten, bijvoorbeeld verschillende loonniveaus”. De Amerikaanse bewindsman beklemtoonde dat “arbeiders waar ook ter wereld internationaal erkende, fundamentele rechten zouden moeten genieten, zoals de vrijheid van vereniging en beëindiging van kinder- en dwangarbeid.”

De zeven ministers van Buitenlandse Zaken van de ASEAN zeiden het afgelopen weekeinde al zich te zullen verzetten “tegen pogingen om aangelegenheden die niets uitstaande hebben met handel”, zoals de rechten van de mens, te agenderen voor de bijeenkomst van de WTO.

Daarmee liep het gesprek tussen ASEAN en de VS uit op een dialoog tussen doven.

Ondanks de Amerikaanse en Europese kritiek liet de ASEAN deze week Birma toe als waarnemer bij de associatie en namen vertegenwoordigers van het bewind in Rangoon dinsdag deel aan het ASEAN-forum over regionale veiligheid. De Ierse minister van Buitenlandse Zaken, Dick Spring, sprak in Jakarta de “diepe bezorgheid” van de Europese Unie uit over de toestand in Birma. Ierland is tot eind dit jaar 'voorzitter' van de EU.

Spring zag in de arrestatie van meer dan tweehonderd aanhangers van de Birmese oppositie het bewijs “dat het militaire bewind in Birma nog steeds op onaanvaardbare wijze macht uitoefent”. Spring nam het op voor oppositieleider Aung San Suu Kyi, die, zo zei de Ierse minister, “blijft opkomen voor de echte waarden van de Birmese beschaving”. De EU steunde gisteren in Jakarta een Canadees voorstel om een 'contactgroep' van de Verenigde Naties voor Birma op te zetten. “Het is een mogelijkheid om een echte dialoog (met Birma) op gang te brengen”, aldus Gwyn Morgan, hoofd van de afdeling Zuidoost-Azie van de Europese Commissie. Canada had bij monde van minister Lloyd Axworthy eerder gezegd dat voor het vormen van een contactgroep van de VN over Birma steun van de ASEAN onontbeerlijk is.

De lidstaten van de ASEAN zien echter niets in het plan Birma op te zadelen met supervisie door de VN. Ahmad Kamil Jaafar, de uitgesproken secretaris-generaal van het Maleisische ministerie van Buitenlandse Zaken, verwoordde het standpunt van de zeven ASEAN-landen: “Canada is bij ons aan het verkeerde adres. We zullen daaraan (de VN-optie) geen steun geven. Het is niet onze gewoonte de vuile was buiten te hangen, we houden de discussie liever binnenskamers.”

Een ander gevoelig onderwerp van gesprek op de zogenoemde Postministeriële Ontmoeting (PMC) tussen de ASEAN en haar gesprekspartners was de situatie in de Zuidchinese Zee. De Maleisische minister Ahmad Badawi vroeg namens de ASEAN aan dialoogpartner China om opheldering over de bekendmaking van 15 mei van nieuwe coördinaten, die neerkwam op een eenzijdige verlegging door China van zijn zeegrenzen, waarbinnen zo ook de omstreden Spratly Eilanden zouden vallen. De Chinese woordvoerder Shen Guofang zei dat het Pekings 'soevereine recht' is om zijn zeegrenzen eenzijdig te herzien.

Dinsdag, tijdens het forum over regionale veiligheid, waaraan behalve China en de Verenigde Staten ook de Europese Unie, Rusland en Japan deelnamen, had de ASEAN deze gevoelige kwestie niet ter sprake gebracht, om zoals een hoge ASEAN-ambtenaar het zei “Peking niet in verlegenheid te brengen”.

Die overweging tekent de omzichtigheid waarmee de ASEAN in deze kwestie opereert tegenover zijn machtige noorderbuur.

Twistpunt is de Chinese interpretatie van het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties van 1982. Peking maakt aanspraak op de status van eilandstaat, een claim die de ASEAN-landen in de wandelgangen als “hoogst merkwaardig” bestempelden.

Gisteren kwamen China en zijn gesprekpartners van ASEAN niet verder dan een afspraak om het overleg over de Zuidchinese Zee “op een later tijdstip voort te zetten”. Men noemde geen tijdschema of andere bijzonderheden.

Minister Badawi: “We hebben verschillende opvattingen over deze zaak, maar van belang is vooral dat we op enigerlei tijdstip in de toekomst hierover zullen praten.” Dat zal gebeuren op het niveau van technische deskundigen, niet op dat van ministers van Buitenlandse Zaken.

Onduidelijk is vooralsnog of China vasthoudt aan zijn afwijzing van een multilateraal gesprek met alle aanspraakmakende staten. Tot dusverre wilde Peking alleen bilaterale gesprekken met zijn territoriale tegenstrevers in de regio. Chinese woordvoerders ontkenden overigens in Jakarta dat er grote spanningen zouden bestaan tussen Peking en de ASEAN over deze kwestie.