Emma Kirkby's stem groeit nog altijd

Concert: The Academy of Music o.l.v. Andrew Manze. M.m.v. Emma Kirkby, sopraan. Muziek van Händel, Vivaldi en J.S. Bach. Gehoord: 24/7 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitzending: 28/8, 20u. Radio 4.

Als er tegenwoordig een essentieel verschil bestaat tussen de historische uitvoeringspraktijk en het symfonische concertwezen, dan is het wel dat van barokmusici jankend vals spel wordt gedoogd. Sterker nog: in de oude-muziekbeweging wordt onzuiverheid vaak juichend onthaald, zolang de voordracht maar met verve, oprechtheid en een stevige dosis muzikaliteit gepaard gaat.

Barokviolist Andrew Manze is zo'n musicus die in zijn enthousiasme niet maalt om een berg valse noten. Als hij zich woelend en waaghalzig in hoog tempo door de vioolconcerten van Vivaldi strijkt, sneuvelt ook menig detail. Toch gaat dit niet ten koste van de ritmische kracht en de periodische opbouw van deze muziek. Doordat de contouren altijd helder blijven en hij bovendien volledig opgaat in Vivaldi's huppel- en hinkel-ritmes, weet Manze deze muziek een grote charme te verlenen.

Manze, die een tijdlang concertmeester was van Ton Koopmans Amsterdam Baroque Orchestra, werd vorig jaar benoemd tot 'associate musical director' van The Academy of Ancient Music, het fameuze oude-muziekgezelschap dat in 1973 door Christopher Hogwood werd opgericht. In zijn nieuwe functie debuteerde Manze woensdag in het Amsterdamse Concertgebouw.

Naast twee speels vertolkte Vioolconcerten van Vivaldi (opus 6, nr. 2 en 6) en een sparkelend Concerto grosso in G van Händel, bood het programma twee vocale werken met sopraan Emma Kirkby als soliste. Händels motet Silete venti werd coherent en soms lispelend zacht begeleid. Bachs huwelijkscantate Weichet nur, betrübte Schatten boeide vooral in de orkestrale hoekdelen. In de overige, breekbaar geïnstrumenteerde aria's was het samenspel tussen de vocale en de instrumentale solisten niet altijd optimaal, iets dat niettemin werd vergoelijkt door de spontaniteit die sprak uit de haast improvisatorisch opgebouwde openingsaria die deze cantate haar naam geeft.

Kirkby's stem is verrukkelijk en lijkt nog altijd te groeien. Haar intonatie is, zeker voor oude-muziekbegrippen, aangenaam zuiver. Maar haar melismen, die sierlijk krullende slierten van noten op één lettergreep, doen wat gemaniëreerd aan. Eerlijk gezegd, hoor ik Kirkby daarom liever in het liedrepertoire van John Dowland of Thomas Moreley.

    • Emile Wennekes